RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.54075
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. L. Soedamah),
en
(gemachtigde: mr. W. Vrooman).
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 13 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a van de Vw opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft op 17 september 2026 de maatregel van vreemdelingenbewaring opgeheven.
Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft zijn gronden van beroep ingediend. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 21 september 2026 gesloten.
Overwegingen
3. Gelet op het bovenstaande is niet in geschil dat de maatregel was gebaseerd op onvoldoende gronden. Deze maatregel was vanaf het moment van het opleggen onrechtmatig. Het beroep is daarom gegrond. De overige beroepsgronden behoeven om die reden geen bespreking meer.
4. Eiser maakt aanspraak op een schadevergoeding. De rechtbank zal het door verweerder reeds aangeboden bedrag aan schadevergoeding toekennen.
5. De rechtbank veroordeelt verweerder ook in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt omdat de gemachtigde van eiser wordt geacht beroep te hebben ingesteld met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 600,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.