ECLI:NL:RBDHA:2026:27735

ECLI:NL:RBDHA:2026:27735

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer NL26.53575
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Eerste beroep vreemdelingenbewaring, artikel 6, derde lid, van de Vw, effectieve rechtsbijstand, chronologie van de screening en vrijheidsontneming, lichter middel, aanleiding van de vrijheidsontneming, voortvarend handelen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.53575

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),

en

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.

2. Op grond van artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

3. Eiser voert aan dat verweerder de medische omstandigheden voorafgaand aan de oplegging van de maatregel had moeten onderzoeken nu eiser heeft aangegeven last te hebben van hartkloppingen en hiervoor medicatie te gebruiken. Vanwege deze medische omstandigheden had verweerder moeten volstaan met een lichter middel. Voorts stelt eiser dat effectieve rechtsbijstand ontbreekt tijdens de screeningsprocedure en het onderzoek naar grensdetentie. Bovendien is volgens eiser Unierechtelijke twijfel over “grensdetentie, tenzij” en het ontbreken van een reëel lichter middel. Eiser verwijst hiervoor naar een tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 15 september 2026 waarin prejudiciële vragen zijn gesteld over de Nederlandse werkwijze waarbij de asielgrensprocedure in de praktijk automatisch wordt gekoppeld aan grensdetentie. Bovendien handelt verweerder niet voortvarend genoeg door pas zes dagen na het opleggen van de maatregel een asielgehoor in te plannen. Voorts is er een onduidelijke en onlogische chronologie van de screening en vrijheidsontneming. Tot slot is in de vrijheidsontnemende maatregel ten onrechte zowel vrijheidsontneming in verband met de screeningsprocedure aangekruist als in verband met de behandeling van de asielaanvraag in de asielgrensprocedure.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Effectieve rechtsbijstand

4. Voor asielzoekers die aan de grens van Nederland op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw in bewaring worden gesteld, bestaat er geen piketregeling die erin voorziet dat zij tijdens het gehoor voorafgaande aan het opleggen van de bewaringsmaatregel kunnen worden bijgestaan door een raadsman.

5. De rechtbank is met verweerder echter van oordeel dat voor het verschil in behandeling een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat. In zaken op grond van artikel 6, derde, lid, van de Vw hebben de vreemdelingen nog geen toegang gekregen en speelt dus het grensbewakingsbelang een grote rol. Verder heeft verweerder toegelicht dat vreemdelingen, aan wie de toegang is geweigerd of uitgesteld, een folder krijgen uitgereikt met informatie over rechtsbijstand en dat vreemdelingen die aan de grens asiel hebben aangevraagd in het kader van die asielprocedure een raadsman krijgen toegewezen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank de mogelijkheid om rechtsbijstand te krijgen in zaken waarin de vreemdeling op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd, voldoende gewaarborgd.

Chronologie van de screening en vrijheidsontneming

6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat sprake is van een onduidelijke en onlogische chronologie tussen de screeningsprocedure en de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Uit het dossier volgt dat eiser is overgedragen uit een strafrechtelijk traject en dat aan hem op 9 september 2026 om 20:20 uur een loungemaatregel is opgelegd, waarbij eiser beschikbaar diende te zijn op de volgende dag om 07:00 uur. Eiser heeft op 10 september 2026 om 07:15 uur een asielaanvraag ingediend. Vervolgens is hij om 07:55 uur gehoord in het kader van de uitgestelde toegangsweigering en om 10:45 uur gehoord over zijn asielmotieven in het kader van de screeningsprocedure.

Lichter middel

7. Niet in geschil is dat eiser bij aankomst in Nederland niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden uit artikel 6 van de Schengengrenscode.

8. Uit vaste rechtspraak volgt dat het grensbewakingsbelang wordt prijsgegeven als er geen vrijheidsontnemende maatregel wordt toegepast, omdat het feitelijk onmogelijk is om de toegang te weigeren zonder maatregel. Verweerder heeft op grond van de Schengengrenscode de verplichting om de buitengrenzen te bewaken. Het grensbewakingsbelang vormt voldoende noodzaak om een vrijheidsontnemende maatregel overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van de Opvangrichtlijn op te leggen. De Afdeling heeft hierover overwogen dat zolang er geen realistische alternatieven voor grensdetentie worden opgeworpen, de beoordeling of verweerder in grensdetentiezaken met een lichter middel had moeten volstaan, niet verder strekt dan de beoordeling of de grensdetentie onevenredig bezwarend is, waardoor verweerder van grensdetentie moet afzien.

9. In het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel staat over de toepassing van een lichter middel het volgende:

De door de vreemdeling aangevoerde de feiten of omstandigheden aangevoerd, te weten: De vreemdeling geeft aan last te hebben van hartkloppingen. (zie ook het proces verbaal), welke zouden moeten leiden tot het een minder dwingende maatregel, maakt diens vrijheidsontnemende maatregel niet onevenredig bezwaarlijk omdat: Vreemdeling geeft aan geen bezwaren te hebben tegen de vrijheid ontnemende maatregel. De vreemdeling verklaart aan medicijnen te slikken tegen hartkloppingen. Er zijn door de vreemdeling verder geen andere feiten en/of omstandigheden aangevoerd welke naar mijn inziens zouden moeten leiden tot de toepassing van een lichter middel. Er is hem medegedeeld dat er in het aanmeldcentrum een medische dienst aanwezig is waar 24 uur per dag voldoende medische voorzieningen aanwezig zijn. Evenmin is gebleken van andere omstandigheden die de vrijheidsontnemende maatregel onevenredig bezwarend maken.

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling of een lichter middel moet worden toegepast heeft betrokken. Uit de maatregel blijkt dat verweerder bekend is met de medische omstandigheid van eiser en dat hij daartoe mogelijk zorg nodig heeft. Verweerder heeft onder verwijzing naar het grensbewakingsbelang voldoende gemotiveerd dat er geen aanleiding is om een lichter middel toe te passen. Verder is naar het oordeel van de rechtbank ook niet gebleken dat de maatregel om andere redenen onevenredig bezwarend is. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de in detentie beschikbare zorg in zijn geval niet toereikend is, dat hij niet in staat is de vrijheidsontneming op verantwoorde wijze te ondergaan of dat zijn medische omstandigheden in detentie door gebrek aan (medische) zorg zullen verslechteren. Eiser is daar niet in geslaagd.

Aanleiding van de vrijheidsontneming

11. In de maatregel is zowel aangekruist dat de asielaanvraag van eiser wordt behandeld in de asielgrensprocedure als dat het gaat om vrijheidsontneming in verband met de screening. De rechtbank is van oordeel dat eiser dit punt terecht opwerpt maar dat dit niet tot onrechtmatigheid van de maatregel leidt. Hoewel hiermee niet inzichtelijk is gemaakt wanneer de screening is geëindigd en de asielprocedure is gestart, is de grondslag op geen enkel moment onjuist geweest. Artikel 6, derde lid, van de Vw voorziet namelijk zowel in een grondslag voor grensdetentie tijdens de screening als tijdens de asielgrensprocedure.

Voortvarend handelen

12. De asielgrensprocedure moet zo kort mogelijk worden gehouden, maar tegelijkertijd een volledig en eerlijk onderzoek van de verzoeken mogelijk maken. Deze procedure vangt aan vanaf het tijdstip waarop het asielverzoek wordt geregistreerd en wordt voltooid binnen een termijn van ten hoogste twaalf weken. De administratieve fase waarbinnen verweerder een beschikking geeft bedraagt vijf weken na de registratie van het asielverzoek. Na de beschikking van verweerder heeft de vreemdeling een termijn van één week om beroep in te stellen. Vervolgens heeft de rechtbank zes weken voor het doen van een uitspraak. Gesteld noch gebleken is dat deze termijnen zullen worden overschreden. Er wordt vooralsnog voldoende voortvarend gehandeld door verweerder.

Ambtshalve toetsing

13. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. A.S.J.I. Hendrickx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand