RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,geboren op [geboortedatum],van Turkse nationaliteit,V-nummer: [nummer],
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63002
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
(gemachtigde: mr. L. Drenthe).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 december 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat het voor haar erg moeilijk is om in Turkije te leven. Op haar leeftijd kan eiseres geen werk meer vinden. Verder durft eiseres daar niet meer onder de mensen te komen, omdat zij in Turkije is verkracht. Eiseres vreest dat haar dit opnieuw zal overkomen. Tot slot vreest eiseres voor vervolging in Turkije, omdat zij zich op social media uit over de politiek.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Verkrachting door een onbekende man na de aardbeving; 3. Uiten van mening op social media; 4. Discriminatie vanwege Koerdisch Aleviet zijn.
De minister vindt de asielmotieven geloofwaardig, maar wijst na verdere beoordeling van de geloofwaardig bevonden asielmotieven de asielaanvraag af. Volgens de minister loopt eiseres bij terugkeer naar Turkije geen reëel risico op ernstige schade en heeft zij ook geen gegronde vrees voor vervolging. De minister vindt dat eiseres geen verband heeft aangetoond tussen haar verkrachting en haar etnische afkomst, geloof, politieke voorkeur of het feit dat ze een alleenstaande vrouw is. Dit betekent dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer het risico loopt dit opnieuw mee te maken. Ook vindt de minister dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege haar politieke activiteiten. Eiseres verklaart immers zelf geen lid meer te zijn van de CHP en heeft niet aangetoond dat zij vanwege haar eerdere lidmaatschap nog steeds bekend staat als aanhanger van de CHP en daardoor in de problemen zou komen. Tot slot komt eiseres volgens de minister niet in aanmerking voor rechtmatig verblijf vanwege confrontatie met wandaden.Wat vindt eiseres?
5. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte concludeert dat zij bij terugkeer naar Turkije geen reëel risico loopt op ernstige schade en geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Hiertoe voert eiseres het volgende aan.
Zo is eiseres ervan overtuigd dat zij als alleenstaande vrouw verkracht is vanwege haar etnische afkomst, geloof en politieke voorkeur. Deze omstandigheden zijn ongewijzigd en dus zal eiseres bij terugkeer het risico lopen dat haar dit opnieuw overkomt. Volgens eiseres heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de omkering van de bewijslast en het risico op herhaling onvoldoende weerlegd. In Turkije kan zij geen bescherming krijgen van de autoriteiten. Uit het meest recente ambtsbericht blijkt dat gender gerelateerd geweld een zorgelijk probleem is daar. Ook blijkt hieruit dat de overheid maar beperkt in staat is om vrouwen te beschermen. In dit kader stelt eiseres dat de minister miskent dat haar traumatische ervaringen en confrontatie met wandaden aanleiding kunnen geven tot vergunningverlening.
Verder voert eiseres aan dat zij vanwege haar politieke activiteiten en voormalig lidmaatschap van de CHP bij terugkeer een gegronde vrees heeft voor vervolging. Zij uitte zich in Turkije en doet dat in Nederland nog steeds. In Nederland durft zij zich niet nog uitgebreider te uiten over de politiek, vanwege haar vrees voor vervolging in Turkije. Hierbij beroept eiseres zich op IB 2024/10. Hierin staat dat de politieke overtuiging niet fundamenteel hoeft te zijn, van belang is dat het gaat om een sterke overtuiging. Eiseres stelt dat hiervan bij haar sprake is. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de Turkse autoriteiten haar in de gaten houden. Ook stelt eiseres zich hierbij het op het standpunt dat de minister haar aanvullend had moeten horen over haar politieke activiteiten en haar activiteiten op social media. Oordeel van de rechtbank
6. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank zal dat hieronder uitleggen.
Uit artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000 (de implementatie van artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn) volgt dat eerdere blootstelling aan vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade een duidelijke aanwijzing is dat de vrees van de vreemdeling voor die vervolging gegrond is en het risico op die ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of die ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. De bewijslast om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen ligt bij de minister.
Vooropgesteld begrijpt de rechtbank dat eiseres als slachtoffer van seksueel geweld in een moeilijke situatie verkeert. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich echter voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat eiseres dit bij terugkeer opnieuw zal overkomen. De dader was immers een gemaskerde, onbekende man en er is geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres dit is aangedaan vanwege haar etniciteit, geloof, politieke voorkeur of het zijn van een alleenstaande vrouw. Hierbij wijst de rechtbank erop dat eiseres in het nader gehoor verklaart dat zij niet weet of de verkrachting persoonlijk of willekeurig van aard was.
Hierbij heeft de minister kunnen overwegen dat de aangedane trauma’s niet zijn veroorzaakt door de autoriteiten van het land van herkomst of door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst. Eiseres valt daarom niet onder het beleid inzake eerdere confrontatie met wandaden. Verder heeft de minister het niet aannemelijk mogen vinden dat eiseres vanwege haar etniciteit en religie geen bescherming van de Turkse autoriteiten zou kunnen krijgen. Uit recente landeninformatie blijkt dat het functioneren van politie, justitie en opvangvoorzieningen in 2024/2025 grotendeels is hersteld. De meeste bestaande beschermingsmechanismen zijn weer operationeel en slachtoffers hebben weer toegang tot de politie, rechtbanken en andere beschermingsmaatregelen. Niet gebleken is dat de Turkse autoriteiten niet bereid of in staat zijn om slachtoffers van seksueel geweld bescherming en opvang te bieden.
Tot slot wordt niet betwist dat eiseres een politieke overtuiging heeft in de zin van IB 2024/10, maar de minister heeft het op deugdelijke gronden niet aannemelijk gevonden dat eiseres bij terugkeer hierdoor een reëel risico loopt op ernstige schade of een gegronde vrees heeft voor vervolging. Eiseres heeft haar lidmaatschap bij de CHP niet aangetoond. Bovendien zijn er geen bijzonderheden gebleken bij de initiële online screening en de screening van eiseres haar persoonlijke Instagram, waar geen berichten op staan en zij geen volgers heeft. Ook heeft eiseres verklaard dat zij zich in Turkije niet (meer) op die manier zal uiten op social media. Niet valt in te zien waarom eiseres aanvullend gehoord had moeten worden, nu eiseres in het nader gehoor uitgebreid is bevraagd over haar politieke uitingen op social media. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende in de gelegenheid is gesteld om hierover te verklaren.
Gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Turkije een reëel risico loopt op ernstige schade of een gegronde vrees heeft voor vervolging.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.