[naam 1] , verzoeker,
V-nummer: [nummer 1]
en zijn echtgenote
[naam 2] , verzoekster,
V-nummer: [nummer 2]
en hun drie minderjarige kinderen
[naam 3] , V-nummer: [nummer 3] ,
[naam 4] , V-nummer: [nummer 4] ,
[naam 5] , V-nummer: [nummer 5] ,
allen van Syrische nationaliteit,
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Inleiding
1. Bij besluiten van 4 maart 2026 heeft de minister de aanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij internationale bescherming genieten in Bulgarije.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, gelijktijdig met de beroepen, op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraken van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.