ECLI:NL:RBDHA:2026:27774

ECLI:NL:RBDHA:2026:27774

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL26.53519
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vervolgberoep, inbewaringstelling zonder terugkeerbesluit, voortvarend handelen, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.53519

(gemachtigde: mr. W.M. Blaauw),

en

Procesverloop

Met het besluit van 23 juni 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Bij uitspraak van 6 juli 2026 heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen dat besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hier op gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 16 september 2026 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 juli 2026 (NL26.35013) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek, rechtmatig was (op 2 juli 2026). Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 2 juli 2026.

Inbewaringstelling zonder terugkeerbesluit

3. Eiser voert aan dat hij bijna twee maanden in bewaring heeft gezeten zonder terugkeerbesluit. Het terugkeerbesluit dateert van 14 augustus 2026 en hij zit al in bewaring sinds 23 juni 2026.

Uit de maatregel van bewaring van 23 juni 2026 volgt (zie grond B op pagina 3) dat het terugkeerbesluit dat ten grondslag ligt aan de bewaring dateert van 6 februari 2025. Dit betekent dat er een geldig terugkeerbesluit ten grondslag ligt aan eisers maatregel van bewaring. De beroepsgrond slaagt niet.

Voortvarend handelen

4. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De autoriteiten van Algerije hebben op 20 augustus 2026 al zijn nationaliteit bevestigd. Nu wil de consul nog dat eiser gepresenteerd wordt. Ruim drie weken later is het nog onduidelijk hoe dit georganiseerd zal worden.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de voortgangsrapportage van 7 september 2026 blijkt dat verweerder in de te toetsen periode op 16 juli 2026 (tweemaal schriftelijk), 30 juli 2026 (telefonisch), en 20 augustus 2026 (schriftelijk) bij de Algerijnse autoriteiten heeft gerappelleerd ten aanzien van de openstaande lp-aanvraag. Daarnaast blijkt uit de voortgangsrapportage dat verweerder op 16 juli 2026, 13 augustus 2026 en 2 september 2026 vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. Verder staat vast dat de Algerijnse autoriteiten op 20 augustus 2026 eisers nationaliteit hebben bevestigd. Volgens de consul moet eiser eerst worden gepresenteerd voordat tot afgifte van een lp wordt overgegaan. De regievoerder heeft eiser uitgelegd dat hij zal worden uitgenodigd voor een gesprek met een medewerker van de Algerijnse ambassade en dat hierna zal worden verzocht om een afgifte van een lp ten behoeve van terugkeer. De rechtbank merkt daarbij op dat verweerder afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten, en hun werkwijze. Verweerder is voor wat betreft de snelheid van het lp-proces afhankelijk van die autoriteiten en kan, behalve rappelleren, daarop geen verdere invloed uitoefenen. Eiser kan het traject zelf wel bespoedigen door actief en volledig mee te werken aan zijn uitzetting, maar daarvan is tot dusver niet gebleken. In het vertrekgesprek van 2 september 2026 heeft hij immers aangegeven niet naar de presentatie te willen gaan. Gelet op het voorgaande is niet gebleken van een gebrek aan voortvarendheid. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Ambtshalve toetsing

5. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest. Daarnaast heeft het Hof in het arrest Adrar van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647) voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen eisers verwijdering.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. E. op den Kamp, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Griffier

  • mr. E. op den Kamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand