ECLI:NL:RBDHA:2026:27799

ECLI:NL:RBDHA:2026:27799

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL26.19460
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Dublin – Spanje – beroep ongegrond – gezin met baby – uitstel zienswijze – Tarakhel – kwetsbaarheid – garanties.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. F.M. Reidinga).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 7 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

Heeft de minister het besluit onzorgvuldig voorbereid of onevenredig gehandeld door geen uitstel te verlenen voor het indienen van de zienswijze?

4. Eiser voert aan dat de minister het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid dan wel onevenredig heeft gehandeld. De gemachtigde van eiser heeft de minister verzocht om uitstel te verlenen voor het indienen van de zienswijze wegens haar vakantie. De minister heeft dat verzoek toegewezen, maar voor een kortere termijn dan verzocht, omdat langer uitstel niet voldoet aan zijn beleidsregels voor het verlenen van uitstel. Dat is excessief formalistisch.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat de minister niet onzorgvuldig of onevenredig heeft gehandeld door het verzoek om uitstel voor het indienen van de zienswijze deels af te wijzen. De termijn voor het indienen van een zienswijze is twee weken na het voornemen. De minister heeft die termijn conform zijn beleid verlengd tot vijf werkdagen na afloop van de vakantie van gemachtigde. De minister was in dit geval niet gehouden om langer uitstel te verlenen. Daarbij is relevant dat het uitgangspunt van de Dublinverordening is dat snel kan worden vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. De Dublinverordening hanteert dan ook korte termijnen. Het strookt niet met dat uitgangspunt om ruimhartig uitstelverzoeken toe te wijzen. De reden van het uitstelverzoek, namelijk dat de gemachtigde van eiser wegens vakantie niet eerder een afspraak met eiser kon plannen, is daarbij onvoldoende voor een langer uitstel dan het verleende uitstel. Dat de gemachtigde van eiser binnen de gegeven termijn geen zienswijze heeft ingediend, komt daarom voor rekening van eiser.

Is er sprake van een situatie zoals bedoeld in het arrest Tarakhel?

5. Eiser voert aan dat hij gelet op het arrest Tarakhel niet, althans niet zonder individuele garanties van Spanje, aan Spanje kan worden overgedragen. Eiser is bijzonder kwetsbaar, omdat hij en zijn vrouw een baby hebben. Gelet op de opvangproblematiek in Spanje bestaat er een risico dat eiser op straat belandt. Uit het AIDA-rapport voor Spanje volgt dat Dublinterugkeerders dezelfde problemen hebben bij toegang tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen als reguliere asielzoekers. Zij hebben moeilijkheden om toegang tot opvang te krijgen, wat zich uit in een wachttijd tot één maand en in bepaalde gevallen dakloosheid. Dat is onaanvaardbaar.

De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat hij zonder aanvullende garanties geen toereikende opvangvoorzieningen zal krijgen. De rechtbank oordeelt dat eiser hier niet in is geslaagd. Daarbij weegt de rechtbank mee dat er volgens vaste Afdelingsjurisprudentie in Spanje geen structurele tekortkomingen zijn in de opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten. Daarbij heeft de Afdeling ook eerdere AIDA-rapporten betrokken. Naar het oordeel van de rechtbank schetst het AIDA-rapport van april 2026 geen wezenlijk ander beeld van de situatie voor Dublinclaimanten in Spanje dan de eerdere AIDA-rapporten die de Afdeling heeft beoordeeld. De stelling van eiser dat er gevallen van dakloosheid zijn gemeld en dat eiser dat risico niet mag lopen, is onvoldoende voor een ander oordeel. Daaruit volgt namelijk niet dat sprake is van structurele tekortkomingen bij de opvang van Dublinclaimanten en evenmin dat voor eiser en zijn gezin geen adequate opvang beschikbaar is, als zij aan de Spaanse autoriteiten worden overgedragen. Met die stelling heeft eiser dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij terechtkomt in een situatie zoals die aan de orde was in het Tarakhel-arrest. Dat arrest betrof een gezin met zes minderjarige kinderen en de opvang in Italië, waar voor grote aantallen Dublinterugkeerders en (andere) asielzoekers geen opvang beschikbaar was en veel personen op de wachtlijst geen realistisch vooruitzicht op een plek in de opvang hadden. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij zelf in Spanje opvang heeft gehad. De minister heeft er tot slot terecht op gewezen dat de Spaanse autoriteiten eiser kunnen helpen als hij zich daar meldt. Eiser heeft dat niet gemotiveerd weersproken. De beroepsgrond slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser moet terugkeren naar Spanje. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand