RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster,
mede namens haar minderjarige kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026, V-nummer: [V-nummer 2] ,
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19463
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
(gemachtigde: mr. F.M. Reidinga).
Procesverloop
Bij besluit van 7 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Verzoekster was niet aanwezig.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19462, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.