ECLI:NL:RBDHA:2026:27805

ECLI:NL:RBDHA:2026:27805

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL26.54304
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

volgberoep bewaring, art. 59 eerste lid aanhef en onder a Vw, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.54304

v-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

(gemachtigde: mr. L. Ploeger).

Procesverloop

1. De minister heeft op 24 april 2026 eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. De maatregel duurt nog voort.

De minister heeft een kennisgeving voortduring bewaring aan de rechtbank verzonden. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier op

16 september 2026 op gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 18 september 2026 gesloten.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 11 september 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 8 september 2026.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Standpunten eiser

Zicht op uitzetting en voortvarend handelen

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende inzicht is in de voortgang van de uitzettingshandelingen. Eiser stelt dat hij inmiddels vijf maanden in bewaring heeft doorgebracht zonder dat dit tot uitzetting heeft geleid. Eiser stelt dat er nog steeds geen concrete uitzettingsdatum is en daarnaast is er volgens eiser ook nog geen zicht op afgifte van een laissez-passer. Er zijn enkel rappelverzoeken naar de Marokkaanse vertegenwoordiging gezonden, zonder dat dit tot resultaat heeft geleid. Dit klemt volgens eiser des te meer omdat hij zelf ook heeft aangegeven dat hij medewerking wil verlenen aan terugkeer naar Marokko. Daarnaast stelt eiser dat hij ook daadwerkelijk heeft meegewerkt. Eiser onderbouwt dit standpunt met dat hij in vertrekgesprekken heeft aangegeven dat hij zo spoedig mogelijk wil terugkeren naar Marokko en hij zo snel mogelijk persoonlijk contact wil met de Marokkaanse autoriteiten. Daarnaast zijn er met medewerking van eiser een vrijwilligersbrief, een kopie paspoort en identiteitskaartkaart verzonden aan de vertegenwoordiging. Bovendien heeft eiser benadrukt dat hij zo spoedig mogelijk wil terugkeren naar Marokko om zijn zieke moeder te bezoeken.

Belangenafweging

Eiser stelt daarnaast vast dat er uit de stukken van de minister niet blijkt dat er een op de persoon van eiser (kenbare) belangenafweging is gemaakt met betrekking tot het voortduren van de maatregel. Eiser stelt daarom dat er sprake is van een (motiverings-) gebrek en dat daarom het beroep gegrond is en de bewaringsmaatregel niet kan voortduren.

Non-refoulementbeoordeling

Daarnaast stelt eiser zich op het standpunt dat uit de stukken niet blijkt dat er een afweging in het kader van refoulement is gemaakt voor wanneer eiser verwijderd zou worden naar Marokko. Eiser verwijst in dit kader naar een uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2026. Volgens eiser volgt uit deze uitspraak dat de minister een onderzoeksplicht heeft om te toetsen aan de belangen uit artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn bij het opleggen en bij het laten voortduren van de bewaringsmaatregel. Er blijkt in dit geval volgens eiser niet van een kenbare beoordeling. Eiser stelt zich op het standpunt dat, ook al is er een rechtsgeldig terugkeerbesluit, dat deze niet ten grondslag kan liggen aan (het voortduren van) de bewaringsmaatregel omdat er een actuele toetsing aan het non-refoulementsbeginsel had moeten plaatsvinden.

Beoordeling rechtbank

Zicht op uitzetting en voortvarend handelen

5. De rechtbank oordeelt allereerst dat zicht op uitzetting naar Marokko bestaat. Zoals ook in de vorige uitspraak is overwogen, ontbreekt zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn in zijn algemeenheid niet. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. De laissez-passer aanvraag is nog steeds in onderzoek en niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken. Dat eiser aangeeft dat hij meewerkt aan zijn uitzetting, maakt dit oordeel niet anders. Daar komt bij dat de minister afhankelijk is van de medewerking van de Marokkaanse autoriteiten.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure voldoende voortvarend heeft gehandeld. Tussen de sluiting van dat onderzoek op 8 september 2026 en de sluiting van het huidige onderzoek op 18 september zitten maar tien dagen. Er heeft op 14 september 2026 voor het laatst een vertrekgesprek plaatsgevonden. Daarnaast is er op 8 september 2026 voor het laatst gerappelleerd. De rechtbank is van oordeel dat de minister daarmee voldoende voortvarend handelt.

Belangenafweging

6. De rechtbank overweegt als volgt. De minister moet een verzwaarde belangenafweging maken na een periode van zes maanden van ononderbroken detentie. Het kan daarbij gaan om zowel (opvolgende en verschillende) vreemdelingrechtelijke detentiemaatregelen, als om strafrechtelijke detentie. De minister kan daarnaast de maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Vw na zes maanden verlengen met ten hoogste twaalf maanden. Eiser zit op dit moment nog geen zes maanden in (vreemdelingen)detentie. Dit betekent dat de minister nog geen verzwaarde belangenafweging hoeft te maken en ook nog geen verlengingsbesluit hoeft te nemen.

Non-refoulement

7. Wat betreft hetgeen eiser aanvoert in het kader van non-refoulement, merkt de rechtbank allereerst op dat een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Marokko niet aannemelijk lijkt nu eiser zelf aangeeft graag terug te willen. Verder stelt de rechtbank vast dat de bewaringsmaatregel al eerder is getoetst en nu alleen het voortduren van de bewaring ter toetsing voorligt. Deze rechtbank heeft in haar uitspraken van 12 mei 2026, 8 juli 2026 en 11 september 2026 geoordeeld dat zij ook ambtshalve, onder verwijzing naar de arresten Aroja en Adrar, geen grond ziet voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Daarmee is de non-refoulement beoordeling door de rechtbank elke keer gemaakt. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd, waaruit blijkt dat nu wel sprake is van een refoulement-risico. Bij een verzwaarde belangenafweging en het verlengingsbesluit zal de minister, als er nieuwe feiten en omstandigheden kenbaar worden gemaakt door eiser die zien op non-refoulement, deze bij de belangenafweging en het besluit betrekken. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser in onderhavige procedure geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te oordelen dat een lichter middel zou kunnen volstaan of dat het voortzetten van de bewaring niet langer gerechtvaardigd zou zijn.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. Wetterauw, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. N. Wetterauw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand