ECLI:NL:RBDHA:2026:27821

ECLI:NL:RBDHA:2026:27821

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL26.51846
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, kennisgeving, bewaringsgronden, art. 44 lid 3 Asiel- en migratiebeheerverordening, lichter middel, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.51846

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),

en

(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 3 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Verweerder heeft de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. M.Z. Sayin, als waarnemer van eisers gemachtigde, M. Teklezeghi als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

Verweerder kan de vreemdeling op wie de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening. In de Asiel- en migratiebeheerverordening staat dat de lidstaten wanneer er een onderduikrisico bestaat of indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, de betrokken persoon in vreemdelingenbewaring kunnen houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling van de situatie van de betrokken persoon en enkel voor zover vreemdelingenbewaring evenredig is en andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

Op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

Beoordeling van de beroepsgronden

4. In de aan eiser opgelegde maatregel staat dat de maatregel nodig is omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiser betwist de gronden d, k, p, r en s. Hij voert daartoe – voor zover van belang voor deze uitspraak – het volgende aan. Eiser betwist (in het kader van grond k) dat hij geen medewerking heeft verleend aan de overdracht. Verweerder wijst op het vertrekgesprek van 17 augustus 2026 waarin eiser zijn zorgen over terugkeer naar Zwitserland heeft geuit. Volgens eiser moet dit worden gezien als een processtandpunt in verband met de op dat moment nog lopende procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) over het overdrachtsbesluit.

Voor zover eiser met de betwisting van de gronden wil betogen dat de maatregel van vreemdelingenbewaring onrechtmatig is, slaagt deze beroepsgrond niet. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende gronden zijn om de maatregel te kunnen dragen. Eiser is immers Nederland niet op de voorgeschreven wijze binnengekomen en heeft zich zonder toestemming tussen lidstaten bewogen. Bij zijn inreis in Nederland beschikte eiser niet over een geldig reisdocument. Verder is hij na zijn asielaanvraag in Zwitserland zonder toestemming doorgereisd zonder zich beschikbaar te houden voor de autoriteiten aldaar. Dit betekent dat grond a feitelijk juist is en terecht aan eiser is tegengeworpen. Daarnaast heeft eiser op 10 juli 2026 een overdrachtsbesluit opgelegd gekregen dat is gericht op overdracht aan Zwitserland. Eiser heeft tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling meermaals verklaard dat hij niet terug wil naar Zwitserland. Ook heeft hij verklaard dat hij geen medewerking wil verlenen aan een overdracht aan Zwitserland. Gelet hierop is grond k feitelijk juist, zodat deze grond terecht aan de maatregel ten grondslag is gelegd. De gronden a en k en de daarop gegeven toelichtingen, in onderlinge samenhang bezien, kunnen de maatregel van vreemdelingenbewaring reeds dragen. Uit deze gronden volgt namelijk dat sprake is van een onderduikrisico. De rechtbank laat de overige gronden daarom onbesproken.

6. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte heeft gewacht met het plannen van de overdracht tot na eisers inbewaringstelling. Volgens eiser had verweerder direct na de ongegrondverklaring van zijn hoger beroep in de procedure tegen het overdrachtsbesluit in september kunnen beginnen met het regelen van de overdracht. Eiser stelt verder dat onduidelijk is of de geplande Dublinoverdracht op 16 september 2026 naar Zwitserland doorgang zal vinden. Daardoor kan de vreemdelingenbewaring mogelijk langer duren, wat volgens eiser een inbreuk vormt op zijn recht op vrijheid en strijd kan opleveren met het in artikel 44, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening neergelegde uitgangspunt dat de bewaring zo kort mogelijk moet duren.

Eiser is op 3 september 2026 in bewaring gesteld. Uit het dossier volgt dat verweerder op dezelfde dag een verzoek aan de Koninklijke Marechaussee heeft gestuurd voor een vluchtaanvraag naar Zürich op 16 september 2026. Op 4 september 2026 is een Dublin laissez-passer voor eiser aangemaakt. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat op 9 september 2026 de boeking voor de vlucht op 16 september 2026 naar Zürich is bevestigd. Gezien de boekingsbevestiging is er op dit moment geen reden om te betwijfelen dat eisers overdracht op 16 september 2026 doorgang zal vinden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, die op de dag van de inbewaringstelling is begonnen met regelen van de overdracht, ook voldoende voortvarend gehandeld. Dat de vlucht niet eerder dan op 16 september 2026 plaatsvindt komt doordat eiser onder begeleiding van escorts zal worden overgedragen. Het is de rechtbank bekend dat het regelen van een vlucht met escorts in de regel meer tijd in beslag neemt dan het boeken van een vlucht zonder escorts. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser niet onnodig lang in bewaring zit. De vreemdelingenbewaring is dan ook niet in strijd met artikel 44, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Eiser bestrijdt in dit verband alle gronden voor de maatregel met uitzondering van grond a. Voorts vreest eiser dat Zwitserland hem zal uitzetten naar Eritrea, waar hij gevaar loopt vanwege de dienstplicht. Het had verder in de rede gelegen om na de uitspraak van de Afdeling van 31 augustus 2026 nog een vertrekgesprek met eiser te voeren. Verweerder had er ook voor kunnen kiezen om in plaats van het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring eiser in Gouda in de zogenoemde Dublin Overdracht Locatie (DOL) de plaatsen. Tot slot wijst eiser erop dat hij heeft verklaard liever suïcide te plegen dan terug te keren naar Zwitserland en dat verweerder dit serieus moet nemen. Het direct toepassen van vreemdelingenbewaring is volgens eiser onrechtmatig en in strijd met het arrest El Dridi, waarin is geoordeeld dat eerst minder ingrijpende dwangmiddelen moeten worden geprobeerd. Die zijn in eisers geval ten onrechte niet ingezet.

Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van verweerder. Verwijzing naar de vreemdelingenbewaringsgronden volstaat daarvoor niet.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Uit het samenstel van de gronden a en k, die terecht aan eiser zijn tegengeworpen, volgt dat er een risico op onderduiken bestaat. Eisers stelling dat hij bang is dat Zwitserland hem zal uitzetten naar Eritrea, en zijn verklaring ter zitting dat hij niet naar Zwitserland terug wil, onderstrepen het onttrekkingsgevaar eens te meer. De gegrondheid van eisers vrees bij terugkeer naar Zwitserland wordt in de onderhavige procedure niet beoordeeld, zodat daar niet verder op wordt ingegaan. Verweerder heeft ter zitting afdoende toegelicht dat plaatsing in een DOL-locatie in het geval van eiser geen optie was. Eén van de voorwaarden daarvoor is namelijk dat de vreemdeling meewerkt aan zijn overdracht. Zoals hiervoor al is overwogen, gaat verweerder er terecht vanuit dat eiser niet bereid is mee te werken aan overdracht. Verder overweegt de rechtbank dat op basis van eisers verklaringen tijdens het vertrekgesprek op 17 augustus 2026 het voldoende duidelijk voor verweerder kon zijn dat eiser niet wilde meewerken aan een overdracht aan Zwitserland. Verweerder heeft daarom niet hoeven wachten op een nader vertrekgesprek alvorens eiser in bewaring te stellen. Daarbij wordt opgemerkt dat eiser ook in het gehoor voorafgaand aan zijn inbewaringstelling is bevraagd hoe hij aankijkt tegen terugkeer naar Zwitserland en dat hij toen wederom te kennen heeft gegeven niet terug te willen en niet mee te willen werken aan overdracht. Ten aanzien van eisers stelling over zijn uitlatingen over suïcide wordt overwogen dat verweerder in de maatregel terecht heeft gewezen op de daar aanwezige mogelijkheden voor medische zorg, waar ook psychische zorg onder valt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de medische zorg in het detentiecentrum voor hem niet toereikend is. De beroepsgrond slaagt niet.

8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Stehouwer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. M. Stehouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand