ECLI:NL:RBDHA:2026:27823

ECLI:NL:RBDHA:2026:27823

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL26.52261
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, kennisgeving, art. 6 lid 3 Vw, lichter middel, toepasselijkheid asielgrensprocedure, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.52261

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),

en

(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 6 september 2026 heeft verweerder aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S. Soltani als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.

2. Op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw kan verweerder de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing op het asielverzoek is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure.

3. Op grond van artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. De maatregel wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

Beoordeling van de beroepsgronden

4. Eiseres voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet is volstaan met een lichter middel. Ter zitting heeft zij toegelicht dat de grensdetentie haar zwaar valt vanwege trauma’s en claustrofobie. Zij kampt met paniekaanvallen. Verder stelt zij dat op het Justitieel Complex Schiphol (JCS) mannen en vrouwen gebruikmaken van dezelfde gemeenschappelijke ruimtes en dat zij daar moeite mee heeft. Ook stelt zij dat verweerder haar familiebanden in Nederland niet of onvoldoende heeft betrokken bij de belangenafweging.

De rechtbank stelt vast dat eiseres aan de grens een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend terwijl – zoals niet in geschil is – zij niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed. Hiermee voldoet eiseres aan de voorwaarden voor oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw.

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 2 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5077) volgt dat verweerder in het grensbewakingsbelang voldoende noodzaak mag zien om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen, en dat de beoordeling van verweerder of met een lichter middel had moeten worden volstaan, niet verder strekt dan de beoordeling of de grensdetentie onevenredig bezwarend is.

De rechtbank overweegt dat verweerder in het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel zorgvuldig heeft onderzocht of er redenen zijn die de grensdetentie voor eiseres onevenredig bezwarend maken. Zo is geïnformeerd naar de medische omstandigheden van eiseres, is gevraagd of eiseres familieleden in Nederland of in de Europese Unie heeft wonen en is eiseres in de gelegenheid gesteld andere omstandigheden die zij van belang vindt aan te voeren. Eiseres heeft hierop aangegeven het geen probleem te vinden om naar een gesloten opvang te gaan. Wel heeft zij verklaard dat zij soms last heeft van paniekaanvallen en hartkloppingen, waarvoor zij medicatie gebruikt. Daarnaast heeft zij aangegeven dat zij een zus en tantes in Nederland heeft wonen, maar dat zij met hen weinig tot geen contact onderhoudt. De rechtbank stelt vast dat verweerder de bovengenoemde verklaringen van eiseres bij de oplegging van de maatregel heeft betrokken. Verweerder heeft zich in de maatregel deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaringen geen aanleiding geven om een lichter middel op te leggen. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiseres gedurende haar grensdetentie toegang heeft tot medische zorg. Verder is terecht overwogen dat niet is gebleken dat tussen eiseres en haar familieleden in Nederland een afhankelijkheidsrelatie bestaat.

De rechtbank is niet gebleken dat thans wel sprake is van individuele omstandigheden die maken dat voortzetting van de grensdetentie onevenredig bezwarend is voor eiseres. Hoewel de rechtbank zich kan voorstellen dat de grensdetentie eiseres zwaar valt vanwege haar claustrofobie, maakt dat niet zonder meer dat verweerder een lichter middel moet opleggen. De rechtbank wijst er nogmaals op dat in het JCS een medische dienst aanwezig is, waar eiseres om hulp en, zo nodig, medicatie kan vragen. Ook de stelling van eiseres dat zij het niet prettig vindt om de gemeenschappelijke ruimtes te moeten delen met mannen, noopt niet tot oplegging van een lichter middel. Mannen en vrouwen in grensdetentie worden niet bij elkaar in dezelfde cel geplaatst, tenzij het om echtparen of gezinnen gaat. Verder hebben de voor vrouwen bestemde cellen eigen sanitaire voorzieningen. Niet gebleken is dat de situatie in het geval van de grensdetentie van eiseres anders is. Het moeten delen van de gemeenschappelijke ruimtes met mensen geldt voor iedere vreemdeling die in grensdetentie is geplaatst. Eiseres heeft niet toegelicht of onderbouwd waarom deze omstandigheid voor haar onevenredig bezwarend zou zijn.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

5. Eiseres stelt dat zij uit Iran komt en dat daarom voorzienbaar is dat zij niet uitgezet kan worden naar haar land van herkomst. Dit heeft volgens haar gevolgen voor de toepasselijkheid van de asielgrensprocedure in haar geval. Zij meent dat de grensdetentie daarom opgeheven zou moeten worden.

De rechtbank overweegt dat de (gestelde) herkomst van eiseres en de eventuele consequenties daarvan voor de vraag of haar asielaanvraag in de asielgrensprocedure kan worden behandeld, niet ter beoordeling staat in de onderhavige procedure over de grensdetentie. Ter vergelijking verwijst de rechtbank naar overwegingen 4 en 4.1 van de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 2 september 2026. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

6. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep tegen de maatregel van vrijheidsontneming is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Stehouwer, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. M. Stehouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand