ECLI:NL:RBDHA:2026:27851

ECLI:NL:RBDHA:2026:27851

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer NL25.52523
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Nigeria / homoseksuele geaardheid / horen / referentiekader / ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.52523

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R. Balkenende)

en

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast is eiser geen verblijfsvergunning regulier verstrekt en is hem een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De beroepsgronden van eiser zijn alleen gericht tegen de afgewezen asielaanvraag.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 25 juni 2026 geopend, maar eiser was op die dag niet aanwezig. De rechtbank heeft toen het onderzoek op zitting geschorst en voortgezet op 15 september 2026. Eiser kon die dag niet op de zitting aanwezig zijn, maar heeft via zijn advocaat laten weten dat de zitting kan doorgaan. Eiser en de minister hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft verklaard dat hij uit Nigeria komt en homoseksueel is. Op 29 mei 2021 had eiser afgesproken met zijn partner [naam 2] in een hotel. Daar stond ’s nachts een groep jongens voor de deur van hun kamer die hen, nadat zij hadden opgedaan, mishandelden. Eiser wist te ontsnappen. Hij is naar huis gegaan, heeft wat kleding opgehaald en is vertrokken. De maanden daarna heeft hij zijn vertrek uit Nigeria geregeld onder andere door de bedrijven die hij had te verkopen. In maart 2022 heeft hij Nigeria verlaten. Na aankomst in Europa werd hij slachtoffer van mensenhandel. In Zweden is hij enige maanden vastgehouden en misbruikt. Met hulp heeft hij hieraan weten te ontkomen en is hij naar Nederland gereisd. Bij terugkeer vreest eiser voor de Nigeriaanse autoriteiten. In Nigeria is homoseksualiteit strafbaar en riskeert men een gevangenisstraf van tien jaar. Daarnaast vreest eiser de woede van de Nigeriaanse bevolking die sterk gekant is tegen homoseksuele gerichtheid.

Bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

Zijn homoseksuele gerichtheid en daaruit voortvloeiende problemen;

Dat eiser het slachtoffer is geworden van mensenhandel.

De minister vindt asielmotieven 1 en 3 geloofwaardig, waaronder dat eiser de Nigeriaanse nationaliteit heeft en is geboren op 27 mei 1983.

Eisers homoseksuele gerichtheid en de problemen die hij als gevolg daarvan heeft ondervonden (asielmotief 2) worden door de minister niet geloofwaardig gevonden. Volgens de minister vormen eisers verklaringen daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister geeft hiervoor vier redenen. Ten eerste vindt de minister dat eiser weinig inzicht weet te geven in zijn belevingswereld ten tijde van, én summier en algemeen verklaart over de periode waarin hij ontdekte dat hij zich aangetrokken voelde tot mannen. Zijn verklaringen geven geen inzicht in zijn belevingswereld en gedachten die ertoe hebben geleid dat hij met behulp van het internet tot volledige acceptatie is gekomen. Daarnaast verklaart eiser summier en geeft hij weinig inzicht in zijn persoonlijke beleving ten aanzien van het dubbelleven dat hij jarenlang heeft moeten leven waarin hij een geheime relatie had met [naam 2] , samenwoonde met zijn partner [naam 3] en zijn kinderen en de relatie met zijn ouders en dat alles in het licht van de situatie voor LHBT-personen in Nigeria. Ten derde heeft eiser volgens de minister summier over zijn relatie met [naam 2] verklaart. Tot slot vindt de minister eisers verklaringen ongerijmd, wisselend en vaag. Zo verklaart eiser ongerijmd over de omstandigheid of zijn moeder nu wel of niet wist van zijn homoseksualiteit. Ook heeft hij aangegeven na het incident in het hotel naar huis te zijn gerend als ook te zijn gefietst en verklaart hij vaag over het hotel, de locatie ervan en over het incident zelf. De minister constateert dat eiser vaak duidelijk weet te verklaren over feitelijke gebeurtenissen, maar wijst erop dat het zwaartepunt bij de huidige beoordeling ligt bij de verklaringen over de belevings- en gevoelswereld van eiser en de manier waarop hij in cruciale situaties met zijn gevoelens omging. Van eiser mag verwacht worden dat hij duidelijk inzicht kan geven in zijn gedachten en gevoelens op bepaalde momenten. Daar is eiser echter niet in geslaagd. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

Beroepsgronden

5. Eiser betoogt dat er tijdens de gehoren onvoldoende is doorgevraagd. Eiser stelt dat hij door middel van zijn verklaringen wel voldoende inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens. Verder betoogt eiser dat tijdens het gehoor ten onrechte niet is doorgevraagd wanneer eiser niet voldoende concreet is geweest. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2017 betoogt eiser dat de minister zijn standpunt dat voldoende is doorgevraagd onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat eiser twee keer is gehoord maakt het vorenstaande niet anders nu tijdens de gehoren vooral is gezocht naar feitelijke informatie in plaats van gevoelens en, voor zover dat al gebeurde, daar niet over is doorgevraagd. Het belang daarvan blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 2 september 2021.

6. Daarnaast heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Juist zijn collectivistische cultuurachtergrond maakt dat het doorvragen extra van belang is. Omdat het belang van de groep prevaleert boven persoonlijke wensen en belangen worden deze soms niet openlijk besproken om de reputatie van de groep te beschermen en interne harmonie te bewaren. Dit heeft er bij eiser toe geleid dat hij niet makkelijk uiting geeft aan zijn gevoelens. Gelet daarop stelt eiser dat hij voldoende inzicht heeft gegeven in het ontdekken van zijn geaardheid en de realisatie daarvan in zijn land van herkomst. Het standpunt van de minister dat de achtergrond van eiser niet automatisch maakt dat eiser niet over zijn gevoelens en emoties zou kunnen spreken, zeker nu hij tijdens de gehoren is gewezen op het belang van het spreken over zijn persoonlijke gevoelens, is volgens eiser onvoldoende gemotiveerd. De enkele mededeling dat hij over zijn persoonlijke gevoelens dient te verklaren, maakt niet dat eiser dat dan ook met enige diepgang kan. Tevens heeft de minister miskent dat eisers eigen gevoelsleven voor een groot deel is gevormd door de waarden en normen die passen bij een collectivistische maatschappij. Ook al wijkt zijn geaardheid af van de norm, eiser eiser zich verantwoordelijk voor zijn familie en de hiërarchische structuren die daarvan onderdeel uitmaken. Dit maakt dat hij zich wenst te conformeren aan het gedrag dat van hem verwacht wordt binnen zijn sociale omgeving.

Het toetsingskader

7. De rechtbank overweegt eerst dat de minister voor de beoordeling van eisers asielaanvraag waarbij seksuele geaardheid als asielmotief is aangevoerd, terecht Werkinstructie 2019/17 heeft gehanteerd.

Volgens Werkinstructie 2019/17 worden in het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde geaardheid vragen gesteld over een aantal vaste thema’s: het privéleven van de vreemdeling, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van de lhbti-groepen in het land van herkomst, contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie, en discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. In het algemeen ligt het zwaartepunt bij de beantwoording door de vreemdeling van de vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving met betrekking tot zijn seksuele geaardheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die geaardheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen in het algemeen beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar een lhbti-geaardheid maatschappelijk onacceptabel of strafbaar is gesteld.

Een uitgangspunt van Werkinstructie 2019/17 is ook dat de hoormedewerker zich tijdens het gehoor onbevangen opstelt en dat hij zoveel mogelijk voorkomt dat hij (onbewust) redeneert vanuit een persoonlijk, vaak westers, referentiekader. Er dient te worden doorgevraagd op de persoonlijke belevingen van de vreemdeling en de persoonlijke betekenis die de gebeurtenissen voor de vreemdeling hebben gehad. Bij het stellen van vragen dient ook rekening te worden gehouden met de mate waarin mensen hun gerichtheid in woorden kunnen vatten, omdat dit per persoon zal verschillen. Daarbij is opgemerkt dat niet iedere vreemdeling gewend is om over zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens te praten. De opdracht aan de hoormedewerker is dan om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij het niveau en de wijze van vertellen van de vreemdeling en zijn referentiekader. Volgens de jurisprudentie van de Afdeling moet de minister inzichtelijk maken hoe hij rekening heeft gehouden met het referentiekader van de vreemdeling.

Doorvragen

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft gehandeld conform Werkinstructie 2019/17. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat eiser zowel in het nader gehoor als in het aanvullend gehoor voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn asielmotieven in zijn eigen bewoordingen te vertellen. De rechtbank is van oordeel dat daarbij voldoende is doorgevraagd op antwoorden van eiser om verklaringen toe te lichten. Ook zijn vragen opnieuw en anders gesteld; zo worden eiser vragen gesteld als: “Ik vroeg u naar de eerste ontmoeting, maar u gaf daar geen antwoord op. Kunt u mij meenemen in de allereerste ontmoeting met [naam 4] ?”, “Wat bedoelt u met ‘niet echt’?” en “U gaf aan dat u [naam 2] één of twee keer betrapt heeft met iemand anders. Hij ging vreemd. Vertelt u daar eens iets meer over.” Hieruit blijkt dat eiser meerdere keren uitdrukkelijk is uitgenodigd om zijn verhaal te vertellen en nader toe te lichten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser met de manier waarop de beide gehoren hebben plaatsgevonden voldoende is de gelegenheid is geweest om zijn relaas naar voren te brengen. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Referentiekader

9. In zijn besluitvorming heeft de minister het volgende referentiekader vastgesteld:

“U (eiser) bent een 42-jarige man uit Nigeria. U valt op mannen. Daar kwam u op 18-jarige leeftijd achter. U heeft een vrouwelijke partner waarmee u samenwoonde. U heeft drie kinderen met haar. Ook heeft u twee pleegkinderen. In Nigeria had u sinds 2014 een geheime relatie met een man. U heeft een universitaire scholing gevolgd aan de Benson Idahosa University in Benin City. (Wel een beetje kort.) Daarnaast heeft u Business Administration gevolgd op een andere universiteit. U had in Nigeria een eigen zaak. U verkocht accessoires voor telefoons. Ook werkte u op het land. U woonde in Nigeria met uw moeder, partner, kinderen en pleegkinderen. Gelet op uw opleidingsniveau en bovenstaande omstandigheden ten aanzien van uw homoseksuele gerichtheid mag van u verwacht worden dat u coherent en concreet kan verklaren over uw asielmotieven.”

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende aangegeven met welk referentiekader rekening is gehouden en daarmee in de besluitvorming voldoende rekening gehouden. Blijkens het referentiekader heeft de minister er terecht rekening mee gehouden dat eiser universitair geschoold is en een eigen bedrijf had. Daarbij komt dat eiser op het moment dat het incident plaatsvond al 38 jaar oud was. Op grond daarvan heeft de minister van eiser mogen verwachten dat hij meer coherent en concreter over zijn asielmotieven kan verklaren dan dat hij heeft gedaan. Eiser blijft, zoals de minister terecht stelt, vooral hangen in feitelijkheden en geeft niet aan hoe hij de verschillende gebeurtenissen heeft beleefd en welke impact deze op hem hebben gehad. Dat eiser als gevolg van een meer collectivistische culturele achtergrond meer geneigd zal zijn zich te conformeren aan de heersende moraal wil niet zeggen dat van hem niet verwacht mag worden dat hij zijn afwijkende gevoelens ten opzichte daarvan onder woorden kan brengen of daartoe in ieder geval een poging doet. Zo heeft eiser niet kunnen aangeven waarom hij verliefd is geworden op [naam 4] of [naam 2] en verklaart hij oppervlakkig over de redenen waarom hij hen aantrekkelijk vond. Ook wordt niet duidelijk waarom hij [naam 4] durfde te benaderen. Zijn verklaringen over de relatie met [naam 2] heeft de minister vaag mogen vinden. Zo kan eiser niet aangeven hoe zij invulling gaven aan hun relatie of waar zij het samen over hadden. De minister kan ook gevolgd worden in het standpunt dat eiser ongerijmd heeft verklaard over de mate waarin zijn moeder op de hoogte was. Eisers verklaring dat hij het uit respect of loyaliteit jegens haar voor haar geheim hield, heeft de minister niet hoeven volgen. Ook zijn verklaringen over zijn dubbelleven heeft de minister onvoldoende uitgebreid mogen vinden. Zijn verklaringen hebben namelijk vooral betrekking op de manier waarop [naam 3] in zijn leven verscheen; over de manier waarop hij al die jaren de schijn ophield en hoe dit gevoelsmatig voor hem was, heeft eiser echter summier verteld.

Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.

10. De rechtbank is, mede gelet op het voorgaande, van oordeel dat de minister asielmotief 2 ongeloofwaardig heeft mogen vinden.

11. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister zicht deugdelijk op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt en dat er bij terugkeer naar Nigeria geen gegronde vrees voor ernstige schade is. De minister heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als ongegrond en aan eiser op goede gronden een terugkeerbesluit opgelegd.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Griffier

  • mr. P.C.J. Lindeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand