RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16406
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en
(gemachtigde: mr. J.M. Sánchez-Rhemrev).
Procesverloop
Eiseres heeft op 24 oktober 2022 in Nederland een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag op 25 september 2024 afgewezen als ongegrond. Het tegen dit besluit gerichte beroep (zaak NL24.38365) is op 22 januari 2025 door deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit vernietigd en verweerder opgedragen om binnen acht weken na de bekendmaking van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag.
Op 12 maart 2025 heeft verweerder een nieuw besluit bekendgemaakt waarbij de asielaanvraag van eiseres is afgewezen als ongegrond. Dit is het bestreden besluit.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [persoon] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
1. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 22 januari 2025 in deze zaak geoordeeld dat verweerder zijn standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres ondeugdelijk had gemotiveerd. Zij heeft hiermee uitdrukkelijk geen oordeel gegeven over de vraag of de vrees van eiseres bij terugkeer naar Somalië aannemelijk is. Omdat geen van de partijen hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak dus in rechte is komen vast te staan, vormt dit oordeel van de rechtbank de basis voor de behandeling van het beroep dat nu voorligt.
Het asielrelaas
2. Eiseres stelt dat zij is geboren op [datum] 1968 en dat zij de Somalische nationaliteit heeft. Zij heeft aan haar asielaanvraag, kort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. In Somalië had eiseres een cafetaria waar zij zowel burgers als militairen als klanten had. Vanaf 2018 werd eiseres telefonisch bedreigd door leden van Al-Shabaab. Als eiseres niet zou stoppen met de verkoop aan militairen, zou zij als afvallige worden gezien en worden gedood. Enkele maanden na die bedreiging werd de oudste zoon van eiseres na het sluiten van de cafetaria achtervolgd door twee gemaskerde mannen. Hij kon op dat moment aan de mannen ontkomen. Eiseres wilde haar zoon vervolgens naar Mogadishu sturen en had met hem afgesproken op een plek buiten het dorp. Eiseres heeft haar zoon vervolgens doodgeschoten aangetroffen. Zij heeft hem begraven en is daarna met haar gezin naar Mogadishu gevlucht, waar zij meerdere jaren heeft gewoond. Ook daar bleef zij telefonische bedreigingen ontvangen, ondanks het meermaals wijzigen van haar telefoonnummer. Eiseres is in juli 2022 naar Turkije vertrokken. De echtgenoot, jongste zoon en drie pleegkinderen van eiseres zijn in Mogadishu achtergebleven. Sinds het vertrek van eiseres naar Turkije heeft zij niets meer van Al-Shabaab vernomen. Zij is vervolgens doorgereisd naar Nederland. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiseres te worden vermoord.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
4. De minister stelt zich over de geloofwaardig bevonden elementen op het standpunt dat deze geen gegronde vrees voor vervolging vormen. Ook heeft eiseres volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade. Om die reden heeft verweerder de asielaanvraag ongegrond verklaard en tegen eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Gronden van beroep
5. Eiseres voert tegen het bestreden besluit de volgende gronden aan. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat verweerder de problemen die eiseres heeft ondervonden met Al-Shabaab als geloofwaardig heeft beoordeeld, maar desondanks meent dat eiseres geen gevaar loopt bij terugkeer naar Somalië. Verweerder miskent hiermee dat eiseres nog steeds in de negatieve belangstelling staat van Al-Shabaab, ondanks de relatieve rust sinds ze gestopt is met het café en ze niet meer in Somalië verblijft. Het is algemeen bekend, zo stelt eiseres, dat als je eenmaal doelwit bent van Al-Shabaab, ze je nooit meer met rust laten. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat eiseres zich bij haar gezin in Dayfuul in de regio Hiiraan kan vestigen. De informatie waarop verweerder zich baseert, dat Al-Shabaab uit deze regio zou zijn verdreven, is volgens eiseres gedateerd. Zij verwijst naar een kaart van Critical Threats waaruit blijkt dat Al-Shabaab in de periode van 1 tot 26 februari 2025 het platteland van de regio Hiiraan controleerde. Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat zij als een alleenstaande vrouw moet worden gezien, nu zij sinds een jaar het contact met haar echtgenoot in Somalië is verloren en zij niet weet waar hij verblijft.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Aannemelijkheid van de gestelde vrees voor Al Shabaab bij terugkeer.
6. In het bestreden besluit is terecht overwogen dat eiseres tussen 2018 en 2022 kennelijk zonder grote problemen met haar gezin in Mogadishu heeft verbleven. Eiseres en haar jongste zoon zouden nog wel een aantal keren gebeld zijn door Al-Shabaab, maar dit heeft niet geleid tot concrete bedreigingen. Verweerder heeft daarbij door eiseres onweersproken gesteld dat eiseres voor het laatst in 2022 is gebeld door Al-Shabaab, en dat ook de familieleden die in Mogadishu zijn achtergebleven sindsdien geen problemen meer hebben ervaren. Eiseres heeft ter zitting erkend dat zij sinds die tijd niet meer bedreigd is, maar zij stelt dat dit komt omdat zij nu in Nederland verblijft; het tijdverloop vormt volgens eiseres geen enkele garantie dat zij geen gevaar meer loopt slachtoffer te worden van Al-Shabaab. Omdat eiseres dit standpunt niet nader heeft onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat in het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zij bij uitzetting naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade.
Risico op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld in Hiiraan
7. In het bestreden besluit heeft verweerder zich, onder verwijzing naar het Algemeen ambtsbericht (AAB) Somalië van juni 2023 op het standpunt gesteld dat eiseres veilig kan terugkeren naar Dayfuul in Hiiraan. Al-Shabaab was uit die regio verdreven. Eiseres zou niet door gebied hoeven reizen dat door Al-Shabaab is bezet. In zijn briefverweer heeft verweerder aan de hand van het meest recente AAB Somalië (van april 2025) vastgesteld dat de conclusie ten aanzien van de regio Hiiraan niet is heroverwogen. Verweerder gaat daarom in de regio Hiiraan (nog steeds) uit van een relatief lager niveau van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank stelt vast dat de kaart van Critical Threats, waar eiseres in haar gronden naar verwijst, van eerder datum is (namelijk februari 2025) dan het AAB dat door verweerder is aangehaald, en bovendien geen eenduidig beeld geeft over de situatie die specifiek ziet op het dorp of de omgeving waar eiseres naar terug zou moeten keren. De rechtbank heeft geen informatie dat de inschaling van het niveau van willekeurig geweld dat verweerder heeft aangenomen niet juist is.
8. Nu in de regio Hiiraan moet worden uitgegaan van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, kan niet worden gezegd dat de enkele aanwezigheid in bedoeld gebied al een reëel risico op ernstige schade met zich brengt. Het is het aan eiseres om aan te tonen dat zij, gelet op haar persoonlijke omstandigheden, bij terugkeer wél een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiseres dergelijke persoonlijke omstandigheden niet naar voren heeft gebracht. De omstandigheid dat eiseres bij terugkeer naar Somalië een alleenstaande vrouw is omdat haar man is ondergedoken en zij geen contact meer met hem heeft, heeft zij pas ter zitting naar voren gebracht en op geen enkele manier onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat eiseres ook hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand.
10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2026 door mr. S.S. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.