ECLI:NL:RBDHA:2026:27910

ECLI:NL:RBDHA:2026:27910

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer NL26.47713
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

los terugkeerbesluit – buiten zitting – ingeschreven in Spanje – aanvraag nog in voorbereiding – foto van paspoort – niet rechtmatig in Nederland – aan de vreemdeling om aan te tonen dat hij beschikt over een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.47713

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. L. Hu),

en

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1988 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben. Bij het bestreden besluit is aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Hij heeft 28 dagen de tijd gekregen om Nederland te verlaten en terug te keren naar zijn land van herkomst, Marokko.

2. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartegen aan dat verweerder het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en niet, althans onvoldoende, heeft gemotiveerd. Uit het bestreden besluit volgt ten onrechte dat eiser zou hebben verklaard illegaal in Spanje te verblijven. Dit blijkt niet uit het proces-verbaal van het gehoor van 30 juli 2026. Eiser heeft juist bij het gehoor aangegeven dat hij al sinds 2024 in Spanje ingeschreven staat en zijn aanvraag tot verblijf in Spanje aan het voorbereiden is. Deze mededeling, alsmede de foto van zijn paspoort, had aanleiding moeten vormen voor nader onderzoek naar zijn verblijfsstatus in Spanje. Tot slot voert eiser aan dat in het proces-verbaal van ophouding en onderzoek ten onrechte staat vermeld dat eiser na overname van de Duitse autoriteiten is opgehouden.

De rechtbank oordeelt als volgt.

3. Uit artikel 6, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn volgt dat een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd tegen een derdelander die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft, behoudens in de het tweede tot en met het vijfde lid genoemde uitzonderingen.

4. Niet is gebleken dat eiser ten tijde van het nemen van het bestreden besluit rechtmatig in Nederland verbleef. Eiser beschikte niet over een geldig reis- of identiteitsdocument, visum of machtiging tot voorlopig verblijf en heeft ook overigens niet aannemelijk gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf in Nederland voldeed. Verweerder was daarom gehouden tegen eiser een terugkeerbesluit uit te vaardigen.

5. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 14 maart 2025 overwogen dat het aan de vreemdeling is om aan te tonen dat hij beschikt over een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Eiser heeft in beroep weliswaar stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2024 en 2025 ingeschreven stond op een adres in Spanje en daar in 2026 medische zorg heeft ontvangen, maar heeft daarmee niet onderbouwd dat hem rechtmatig verblijf dan wel een andere toestemming tot verblijf is verleend in Spanje. Bovendien heeft eiser gesteld dat hij zijn aanvraag tot verblijf in Spanje nog aan het voorbereiden is. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar een mogelijk verblijfsrecht in Spanje.

6. In de beroepsgronden zijn overigens ook geen aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat aan eiser geen terugkeerbesluit mocht worden uitgevaardigd. De rechtbank ziet ambtshalve evenmin aanleiding voor het oordeel dat het terugkeerbesluit in strijd is met het beginsel van non-refoulement.

7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.

8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heeft een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. S. Mohandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand