ECLI:NL:RBDHA:2026:27937

ECLI:NL:RBDHA:2026:27937

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer NL26.30698 en NL26.30699
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Niet-ontvankelijk. Dublin. MOB-melding. Geen procesbelang.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de

voorzieningenrechter van 11 september 2026 in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: J. Veendorp).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 2 juni 2026 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig met het verzoek om een voorlopige

voorziening, op 11 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

2. De minister heeft de rechtbank op 7 juli 2026 bericht dat eiser op 23 juni 2026 met onbekende bestemming (mob) is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van het COa.

De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 20 juli 2026 laten weten dat hij geen contact met eiser heeft, maar dat hij het beroep handhaaft, omdat hij geen verzoek tot intrekking heeft ontvangen. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiser opnieuw aangegeven dat hij geen contact heeft met eiser.

De minister heeft de rechtbank op 7 september 2026 opnieuw bericht. Daarbij heeft de minister meegedeeld dat de Duitse autoriteiten op 23 juli 2026 hebben bericht dat eiser op 2 juli 2026 zelfstandig naar Duitsland is gereisd. De minister heeft hiervan de Duitse bevestiging overgelegd. Volgens de minister heeft eiser hiermee zijn overdracht zelfstandig geëffectueerd.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt het volgende. Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan er in principe vanuit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

In dit geval heeft eiser de opvang verlaten en is hij, gelet op de informatie van de Duitse autoriteiten, op 2 juli 2026 zelfstandig naar Duitsland gereisd. Eiser heeft de minister en zijn gemachtigde niet op de hoogte gesteld van zijn verblijfsplaats en heeft ook geen contact meer met zijn gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Het is de rechtbank ook niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken. Daarom bestaat geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.

Nu op het beroep wordt beslist bestaat er geen aanleiding om een voorlopige

voorziening te treffen.

Ook wordt geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Partijen zijn gewezen op het rechtsmiddel dat tegen deze uitspraak openstaat, op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2026 door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en gepubliceerd door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Tegen de uitspraak op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. S. Strating

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand