ECLI:NL:RBDHA:2026:28013

ECLI:NL:RBDHA:2026:28013

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer NL26.54045
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring, artikel 59b Vw, noodzakelijkheid inbewaringstelling, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.54045

(gemachtigde: mr. W.R.S. Ramhit),

en

(gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 13 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Eiser heeft voorafgaand aan de zitting beroepsgronden ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 september 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft een afstandsverklaring ontvangen, waarin eiser verklaart afstand te doen van zijn recht om aanwezig te zijn bij de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

1. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2°, van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt de minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

De maatregel van vreemdelingenbewaring

2. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;

b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum;

q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;

r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser betwist de gronden a, b, c, o en r die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. Ter toelichting voert hij aan dat hij ten aanzien van grond a van mening is dat hij buiten zijn eigen schuld niet kan beschikken over geldige identiteitspapieren. Verder stelt eiser dat grond b onjuist is omdat hij niet bekend is geweest met een besluit waarin de plicht is opgenomen om Nederland te verlaten. Ten aanzien van grond c stelt eiser dat hij in het kader van het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit datgene heeft verstrekt waar hij in redelijkheid over kon beschikken. Over grond o merkt eiser op dat hij niet op de hoogte was van enige meldplicht. Grond r is volgens eiser onjuist omdat hij zijn asielprocedure had kunnen afwachten in een AZC en daarmee een vaste verblijfplek had. Grond s heeft eiser niet inhoudelijk betwist.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat grond a aan eiser kan worden tegengeworpen. Niet is weersproken dat eiser niet beschikt over identiteitspapieren. De stelling dat eiser buiten zijn schuld om niet beschikt over deze papieren doet niet af aan de feitelijke juistheid van deze grond. Ook grond b heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen. In de beschikking van 21 januari 2025 inhoudende het terugkeerbesluit is vermeld dat dit ter inzage is gelegd op het AZC in Ter Apel.

De bestreden gronden a en b en de niet (inhoudelijk) bestreden gronden q en s, in onderling verband en samenhang bezien, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel van bewaring al dragen. Er vloeit namelijk uit voort dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De stelling dat eiser zijn asielaanvraag in vrijheid wil afwachten is, gelet op het voorgaande, geen reden om de bewaring niet aan hem op te leggen. Wat eiser heeft aangevoerd tegen de overige gronden, laat de rechtbank dan ook onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet.

Noodzakelijkheid van de inbewaringstelling

3. Eiser betwist dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van betrokkene nu de identiteitsgegevens reeds bekend zijn.

De rechtbank is van oordeel dat met een deugdelijke motivering van het bestaan van een onderduikrisico ook gegeven is dat een maatregel van bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat anders die gegevens niet zouden kunnen worden verkregen, zie de door verweerder genoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 22 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2844). Zoals reeds onder r.o. 2.4. is overwogen is de maatregel van bewaring terecht opgelegd en bestaat er een onderduikrisico waardoor de maatregel noodzakelijk wordt geacht om de benodigde gegevens te verkrijgen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Ambtshalve toets

4. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. E. op den Kamp, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Griffier

  • mr. E. op den Kamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand