RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres 1, en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.48076 en NL26.48078
[eiseres 2] , V-nummer [V-nummer 2] , eiseres 2,
hierna; eiseressen,
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
(gemachtigde: mr. Y.A.L.F van Halteren).
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eiseressen als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseressen zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Het beroep is dus gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eiseressen hebben op 1 augustus 2026 hun land van herkomst, Colombia, verlaten en zijn op 2 augustus 2026 in Nederland aangekomen. Nadat hun vlucht was geland op Schiphol, hebben zij aan de grens asiel aangevraagd. Verweerder heeft hun asielaanvragen van 2 augustus 2026 in de asielgrensprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten gezamenlijk beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiseressen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Asielrelaas
3. Eiseressen hebben elkaar in 2017 leren kennen waarna hun relatie in april 2018 is gestart. Zij zijn op [datum] 2025 met elkaar gehuwd. Vanwege hun seksuele geaardheid hebben zij tal van problemen ondervonden in Colombia, in het bijzonder van één persoon, genaamd [persoon]. Zij hebben diverse aangiftes gedaan bij het Openbaar Ministerie in Colombia maar die heeft binnen afzienbare tijd telkens de aangifte geseponeerd omdat het niet ernstig genoeg zou zijn. De directe aanleiding voor vertrek is een pamflet geweest dat eiseressen in hun brievenbus hebben gevonden, eind juni/begin juli 2026,waarin stond dat alle homo’s dood moeten. Inmiddels is sinds 7 augustus 2026 een nieuwe president aan de macht in Colombia die zich in zijn campagne vijandig heeft uitgelaten over de LHBTIQ+-gemeenschap in Colombia. Eiseressen vrezen bij terugkeer naar Colombia opnieuw geconfronteerd te worden met de ondervonden discriminatie, haat, intimidatie, bedreigingen en vermoord te worden door [persoon].
Besluiten
4. In de bestreden besluiten heeft verweerder geoordeeld dat eiseressen afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst en zij de nationaliteit bezitten van een land waarvoor in 20% of minder van de gevallen internationale bescherming wordt verleend, zodat de aanvragen op grond van artikel 30b van de Vw en de artikelen 42, eerste lid, onder e en onder j, van de Procedureverordening, kennelijk ongegrond zijn. Verweerder heeft overwogen dat geloofwaardig wordt geacht dat eiseressen lesbisch zijn en zij daarom problemen, waaronder (doods)bedreigingen, hebben ondervonden van [persoon]. Maar de gestelde andere problemen als het duwen van de step, problemen met de buurman c.q. omwonende, de doodsbedreiging via het pamflet en het incident met de maaltijdbezorger worden niet geloofwaardig geacht nu deze niet met documenten zijn onderbouwd en de verklaringen daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Voor de ondervonden problemen kunnen eiseressen de bescherming van de autoriteiten inroepen en niet gebleken is dat de daarvoor beschikbare middelen zijn uitgeput.
Beoordeling door de rechtbank
Eisessen hebben in beroep aangevoerd dat zij inmiddels beschikken over originele documenten die hun relaas onderbouwen, waaronder het pamflet, en die verweerder op echtheid kan beoordelen.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen afzien van onderzoek naar de echtheid van de documenten nu met dit onderzoek niet zal komen vast te staan dat de ongeloofwaardig geachte incidenten, die eiseressen linken aan [persoon], door hem zijn gepleegd. Zo bevat het pamflet volgens eiseressen geen naam van de afzender en zijn van de overige incidenten geen documenten beschikbaar, anders dan aangiftes, gebaseerd op hun eigen verklaringen.
Voor zover eiseressen in beroep hebben betoogd dat zij tegen de geloofwaardig geachte (doods)bedreigingen van de zijde van [persoon] geen effectieve bescherming van de autoriteiten kunnen inroepen, volgt de rechtbank hen in dit standpunt.
Uit het Algemeen Ambtsbericht Colombia van juni 2024 blijkt weliswaar dat Colombia één van de meest vooruitstrevende landen van de wereld is voor wat betreft wetgeving die de rechten voor de LHBTIQ+-gemeenschap beschermt maar ook dat in de praktijk nog steeds sprake is van een grote mate van ongelijkheid, geweld en discriminatie waar LHBTIQ+-personen dagelijks mee te maken krijgen. Het geweld tegen en de discriminatie van de LHBTIQ+ gemeenschap blijft hoog.
Verweerder heeft op 10 februari 2025 zijn landenbeleid ten aanzien van Colombia aangepast. Met deze aanpassing heeft verweerder aangenomen dat het voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor gendergerelateerd geweld niet mogelijk is om bescherming te krijgen van de Colombiaanse autoriteiten en/of internationale organisaties. Verweerder had naar het oordeel van de rechtbank de afwezigheid van beschermingsmogelijkheden voor eiseressen kenbaar in zijn besluiten moeten betrekken. Door eiseressen juist tegen te werpen dat zij bescherming van de autoriteiten kunnen inroepen en dat zij, nu zij die bescherming naar eigen zeggen van het Openbaar Ministerie niet hebben gekregen, dan maar bescherming aan de hogere autoriteiten hadden moeten vragen, heeft verweerder niet overeenkomstig het eigen beleid geoordeeld.
Hierdoor heeft verweerder onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat Colombia voor eiseressen, vanwege hun seksuele geaardheid en de om die reden door hen ondervonden problemen, aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst.
Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. Verweerder zal nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder daarbij – wellicht ten overvloede – mee dat hij in die besluiten ook moet meewegen hoe de veiligheidssituatie voor LHBTIQ+-personen in Colombia is onder het huidige regime van de nieuwe president, aangezien die situatie nog niet aan de orde was in het hierboven aangehaalde ambtsbericht. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van vier weken.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseressen gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 1.868,00.
Deze uitspraak is gedaan op 23 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.