[naam], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. Bij uitspraak van 18 september 2026 heeft de rechtbank beslist op het beroep van eiser van 15 januari 2026. Dit beroep betrof het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van eiser van 5 juni 2024. De rechtbank heeft met deze uitspraak het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak een besluit te nemen op de aanvraag. Ook heeft de rechtbank een dwangsom bepaald en de minister veroordeeld in de proceskosten.
2. Op 21 september 2026 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank erop gewezen dat, voordat bovengenoemde uitspraak was gedaan, al een inhoudelijk besluit was genomen, waartegen ook al beroepsgronden waren ingediend.
Intrekking uitspraak
3. De rechtbank stelt vast dat de minister in de procedure met kenmerk NL26.2561 op 7 augustus 2026 de beschikking heeft geüpload die de beslissing inhoudt op de aanvraag van 5 juni 2024. Eiser heeft op 17 september 2026 beroepsgronden ingediend tegen deze beschikking.
4. Gelet hierop is duidelijk dat de rechtbank op 18 september 2026 abusievelijk uitspraak heeft gedaan op het beroep van eiser van 15 januari 2026. Nu de beroepsprocedure is voortgezet als inhoudelijk beroep zal de rechtbank de uitspraak van 18 september 2026 daarom intrekken. Dit betekent dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin zij zich op 17 september 2026 bevond en dat alle aan genoemde uitspraak verbonden rechtsgevolgen vervallen.
Beslissing
De rechtbank trekt in de procedure met kenmerk NL26.2561 de uitspraak van 18 september 2026 in.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.