ECLI:NL:RBDHA:2026:28284

ECLI:NL:RBDHA:2026:28284

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer NL26.21457
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Eiser vreest bij terugkeer naar Syrië voor de dienstplicht, hij vreest om ontvoerd en gerekruteerd te worden door gewapende groeperingen, hij vreest voor de algemene veiligheidssituatie en om hij geen toekomst kan opbouwen vanwege de slechte leefomstandigheden in Syrië. De minister heeft de asielaanvraag terecht afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.21457

(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),

en

(gemachtigde: D.A.M. Frieser).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 april 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Het asielrelaas

3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij is geboren in Daara in Syrië en dat hij na zijn geboorte in Damascus heeft gewoond. Hij is in 2013 vanwege de oorlog in Syrië met zijn familie naar Jordanië gegaan. Daar heeft hij tot 3 juni 2023 gewoond en toen is hij naar Europa vertrokken. Eiser heeft in Syrië geen problemen gehad. Hij vreest bij terugkeer naar Syrië voor de dienstplicht, hij vreest om ontvoerd en gerekruteerd te worden door gewapende groeperingen, hij vreest voor de algemene veiligheidssituatie en omdat hij geen toekomst kan opbouwen vanwege de slechte leefomstandigheden in Syrië.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister vijf relevante motieven. Het eerste motief omvat de identiteit, nationaliteit en herkomst. Dit motief acht de minister geloofwaardig. Wat betreft de motieven 2) de vrees voor de dienstplicht, 3) de vrees voor ontvoeringen en rekrutering, 4) de vrees vanwege de algemene veiligheidssituatie en 5) de vrees om geen toekomst te kunnen opbouwen vanwege slechte leefomstandigheden heeft de minister aangegeven dat deze niet op geloofwaardigheid worden beoordeeld.

De minister meent dat de omstandigheid dat eiser uit Syrië komt op zichzelf niet genoeg is om als vluchteling te worden aangemerkt. Wat betreft de vrees voor de dienstplicht heeft de minister aangegeven dat gelet op het ambtsbericht Syrië van

29 mei 2025 geen sprake meer is van een verplichte dienst of van wijdverspreide gedwongen rekrutering. Daarom krijgt eiser geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.

Ook loopt eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico op ernstige schade. Zo heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij risico loopt om ontvoerd en gerekruteerd te worden. Eiser baseert deze vrees niet op een concrete aanwijzingen of aanknopingspunten, maar enkel op wat hij heeft gehoord van vrienden en in de media. De minister wijst op het ambtsbericht Syrië van januari 2026, waaruit niet blijkt dat er sprake is van gedwongen rekrutering en ook niet dat terugkerende Syriërs worden ontvoerd voor losgeld omdat ze uit Europa komen.

De minister meent dat er voor heel Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De algemene veiligheidssituatie laat een verbetering zien. Hoewel er sprake is van incidentele geweldsuitbarstingen en gevechten, is er geen reden om beleidsmatig voor iedere Syriër aan te nemen dat er sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Eiser moet daarom aan de hand van individuele omstandigheden aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Dat heeft eiser volgens de minister niet gedaan.

Wat betreft de slechte leefomstandigheden heeft de minister aangegeven dat een humanitaire situatie in een bepaald gebied in beginsel niet tot asielverlening kan leiden. De minister erkent dat de humanitaire situatie in Syrië op dit moment zeer slecht is, maar dit is niet of slechts in zeer beperkte mate te wijten aan een nu lopend gewapend conflict. De humanitaire situatie is namelijk hoofdzakelijk het gevolg van de jarenlange oorlog, de economische sancties en nalatigheid van de regering Assad, die inmiddels geen actor meer is binnen het gewapende conflict. Daarom spelen deze omstandigheden geen doorslaggevende rol in de beoordeling van de gradatie van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.

Beoordeling door de rechtbank

Herhalen en inlassen zienswijze

5. De rechtbank overweegt dat de stelling van eiser in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of ontoereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiser in beroep heeft aangevoerd.

Ontduiken van de militaire dienstplicht en gedwongen rekrutering

6. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte zijn vrees vanwege het ontduiken van de militaire dienstplicht niet aannemelijk heeft geacht. Eiser wijst in dit verband op het ambtsbericht van januari 2026 en het EUAA-rapport uit december 2025. Uit die stukken blijkt weliswaar dat de dienstplicht na de val van Assad is verdwenen, maar dit betekent volgens eiser niet dat hij geen risico loopt op gedwongen rekrutering. Eiser wijst op de DAANES-regio in het noorden van Syrië, waar de dienstplicht nog steeds bestaat en dienstplichtontduikers worden gearresteerd. Ook wijst eiser op het door HTS en de overgangsregering gecontroleerde deel van Syrië, waar gewapende groepen actief zijn die gedwongen rekruteren. Ook in Damascus zijn er signalen dat jonge mannen onder druk worden gezet zich aan te sluiten bij veiligheidsdiensten of lokale milities.

De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden de vrees voor het moeten vervullen van dienstplicht dan wel gedwongen rekrutering niet aannemelijk heeft geacht. In dit kader heeft de minister terecht gesteld dat na de val het regime van Assad in december 2024 er in Syrië geen sprake meer is van verplichte militaire dienst of rekrutering. Hij heeft er daarbij terecht op gewezen dat informatie van de EUAA bevestigt dat de dienstplicht is beëindigd door de overgangsregering. De minister heeft hierbij terecht betrokken dat voor de dienstweigeraars en deserteurs het regime van Assad de enige dader van vervolging was. Nu het regime is gevallen, is het risico dat verband hield met het regime weggenomen. Bovendien heeft de regering een algemene amnestie aangekondigd voor dienstplichtigen in het Syrische leger en kan eiser dus niet langer meer vervolgd worden voor zijn dienstweigering. Voor zover eiser stelt dat hij vreest voor rekrutering door de Koerdische strijdende partijen heeft de minister er terecht op gewezen dat eiser afkomstig is uit Daara, en dat dit niet valt onder de DAANES-regio. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiser ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor gedwongen rekrutering door strijdende partijen.

Artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn en de humanitaire omstandigheden

7. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de prejudiciële vraag van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, over de rol van de humanitaire omstandigheden en het vereiste van de actieve actor. Ook wijst eiser op een eerdere uitspraak van deze zittingsplaats. Volgens eiser is er nog steeds sprake van een gewapend conflict en van willekeurig geweld. De minister miskent volgens eiser de glijdende schaal van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. De minister zet ten onrechte vóór de individuele beoordeling al vast dat er sprake is van een relatief lage gradatie van willekeurig geweld. Bovendien betekent een lagere gradatie van willekeurig geweld niet dat het risico verwaarloosbaar is. In de voornoemde uitspraken wordt gesproken van catastrofale humanitaire omstandigheden. Volgens eiser is de humanitaire crisis direct verbonden met het huidige conflict. Dat betekent dat de minister moet daarom opnieuw bepalen welk niveau van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c aan de orde is. Ook wijst eiser op het arrest Sufi en Elmi.

De rechtbank overweegt dat de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats al heeft geoordeeld geen aanleiding te zien voor het oordeel dat de minister de situatie in Syrië ten onrechte kwalificeert als een 15c-situatie in de laagste gradatie. Uit het ambtsbericht van januari 2026 volgt niet dat de algemene veiligheidssituatie wezenlijk is verslechterd. Met dat wat eiser heeft aangevoerd is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de minister niet uit mag gaan van een 15c-situatie in de laagste gradatie. Ook de door eiser aangehaalde passages uit het, vlak voor de zitting overgelegde, EUAA-rapport van juli 2026 maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de minister daar niet meer van uit mag gaan. Ten aanzien van het betoog van eiser dat de minister ten onrechte eerst de gradatie van willekeurig geweld heeft bepaald en pas daarna heeft gekeken naar eisers situatie overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat de volgorde van toetsing op welke wijze dan ook invloed heeft op de uitkomst. Zowel de algehele situatie als eisers individuele omstandigheden zijn beoordeeld. Eisers grond slaagt niet.

Ten aanzien van het meewegen van humanitaire omstandigheden verwijst de rechtbank naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. Hierin heeft de rechtbank overwogen dat humanitaire omstandigheden die in een te ver verwijderd verband staan met het willekeurig geweld of die in hoofdzaak zijn veroorzaakt door een niet-strijdende actor, niet behoeven te worden betrokken bij de globale beoordeling van de gradatie van geweld. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de slechte humanitaire omstandigheden, zoals beschreven in de ambtsberichten over Syrië en de door eiser genoemde rapporten, in overwegende mate het gevolg zijn van handelen van het Assad-regime, dat geen actor meer is in het huidige gewapende conflict. Weliswaar kan ook het handelen van de nu nog actieve partijen invloed hebben op de humanitaire situatie, maar uit de landeninformatie volgt niet dat de huidige slechte humanitaire omstandigheden in hoofdzaak worden veroorzaakt of in stand gehouden door die partijen. Integendeel, uit de informatie blijkt dat de slechte humanitaire situatie in belangrijke mate wordt bepaald door een samenloop van factoren, waaronder langdurige economische ontwrichting, bestuurlijke en institutionele verzwakking, economische sancties, gebrekkige wederopbouw en de algemene staat van de infrastructuur na jaren van conflict. De slechte humanitaire omstandigheden zijn dus niet in overwegende mate te herleiden tot het actuele willekeurige geweld.

Arrest Sufi en Elmi

8. Uit het arrest Sufi en Elmi volgt dat als een slechte humanitaire situatie zich niet afspeelt in de context van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict, artikel 3 van het EVRM slechts wordt geschonden in ‘very exceptional cases where the humanitarian grounds against removal are compelling’.

De minister stelt terecht dat eiser in de gronden van beroep geen onderbouwing heeft gegeven van de gestelde zeer uitzonderlijke humanitaire omstandigheden, en dat eiser hetgeen hij heeft aangevoerd ook niet heeft toegespitst op de situatie in Damascus of Daara. Hoewel sprake is van een zeer slechte en complexe humanitaire situatie, is de rechtbank op basis van de nu in het dossier aanwezige stukken niet gebleken dat in Syrië, en Damascus of Daara in het bijzonder, zeer uitzonderlijke omstandigheden, als bedoeld in rechtsoverweging 8, bestaan. Uit het ambtsbericht van januari 2026 blijkt dat volgens UNOCHA naar schatting 16,5 miljoen Syriërs, onder wie 7,2 miljoen binnenlands ontheemden en bijna 2 miljoen teruggekeerde binnenlands ontheemden, behoefte hadden aan humanitaire hulp. Naar schatting 90% van de bevolking leefde onder de armoedegrens. Meer dan de helft van de bevolking had te kampen met voedselonzekerheid en bijna drie miljoen mensen had te maken met ernstige voedselonzekerheid. Tegelijk blijkt uit het ambtsbericht van mei 2025 dat verschillen bestonden tussen stedelijke en rurale gebieden; diensten waren over het algemeen in grotere steden geconcentreerd. Bovendien zijn internationale hulporganisaties actief in Syrië en niet is gebleken dat deze organisaties, anders dan aan de orde was in de zaak Sufi en Elmi, geen toegang hebben tot de getroffen gebieden. De humanitaire situatie in Damascus of Daara is op zichzelf dan ook onvoldoende om een schending van artikel 3 van het EVRM aan te nemen.

De rechtbank concludeert dat niet is gebleken dat in Syrië sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de humanitaire gronden tegen uitzetting dwingend zijn. Daarom is er geen sprake van een situatie als bedoeld in het arrest Sufi en Elmi.

Prematuur terugkeerbesluit

9. Tot slot voert eiser aan dat de minister ten onrechte het besluit ook als een terugkeer besluit blijft kwalificeren. Het terugkeerbesluit is volgens eiser prematuur zolang de beschermingstoets evident onvolledig is. Ook in dit verband wijst eiser op eerdergenoemde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. Ook wijst eiser op de feitelijke onmogelijkheid en het onverantwoord karakter van terugkeer naar Syrië.

Ook deze betogen treffen geen doel. Daartoe overweegt dat in artikel 45, eerste lid van de Vw is bepaald dat de beschikking waarbij een asielaanvraag wordt afgewezen als terugkeerbesluit geldt. De enkele omstandigheid dat eiser beroep heeft ingediend wil niet zeggen dat het terugkeerbesluit prematuur is.

Voor zover eiser aanvoert dat het feitelijk onmogelijkheid is om terug te keren naar Syrië, wijst de rechtbank op paragraaf 4.2.5 van het ambtsbericht Syrië van januari 2026 waaruit volgt dat terugkeer vanuit Europa plaatsvindt en dat in Nederland een terugkeerondersteuning bestaat. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het feitelijk onmogelijkheid is om terug te keren. Het betoog treft geen doel.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand