ECLI:NL:RBDHA:2026:28533

ECLI:NL:RBDHA:2026:28533

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer AWB 26/16283
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Landelijk piket; voorlopige voorziening connex aan bezwaar tegen niet in behandeling nemen van een verzoek om een spoedvisum; spoedeisend belang. Verzoekster heeft de gestelde snelle achteruitgang van de ziekte niet met medische stukken onderbouwd. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de reguliere visumprocedure niet kon en kan worden afgewacht. Afwijzing verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/16283

(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),

en

(gemachtigde: mr. R. Radema).

Procesverloop

[naam 1] (referente) heeft ten behoeve van haar tante, verzoekster, een spoedvisum aangevraagd. Op 14 september 2026 heeft verweerder te kennen gegeven dat het verzoek om een spoedvisum niet in behandeling wordt genomen en gewezen op de reguliere aanvraagprocedure. Verweerder heeft dit desgevraagd vastgelegd in een e-mail aan referente, verzonden op 18 september 2026.

Verzoekster heeft op 26 september 2026 bezwaar gemaakt tegen de e-mail van 18 september 2026. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudend dat de voorzieningenrechter bepaalt dat aan verzoekster binnen 24 uur althans zo spoedig mogelijk een spoedvisum c.q. humanitair visum dient te worden verleend althans te bepalen dat verzoekster wordt behandeld als ware zij in het bezit van een visum voor kort verblijf.

De voorzieningenrechter heeft verweerder op 26 september 2026 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een voorlopige voorziening en verweerder heeft op diezelfde dag een schriftelijke reactie ingediend.

De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 26 september 2026 in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Verzoekster heeft dat op 26 september 2026 gedaan.

De voorzieningenrechter heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofzaak (connexiteitsvereiste), op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Op grond van 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken aangezien het verzoek strekt tot het verkrijgen van een spoedvisum binnen 24 uur althans zo spoedig mogelijk.

3. Verzoekster, geboren op [geboortedatum] 1967 en van Iraakse nationaliteit, legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij de zus is van [naam 2] , de moeder van referente, en dat haar zus terminale galblaaskanker heeft en naar verwachting spoedig zal overlijden. Zij heeft de grote wens om haar zus nog te kunnen zien en wil haar zus en het gezin van haar zus steun kunnen bieden in deze zware tijd. Volgens verzoekster voldoet zij aan de voorwaarden voor het verlenen van een spoedvisum, zoals vermeld op de website van verweerder.

4. Verweerder heeft in de e-mail van 18 september 2026 uiteengezet dat het verlenen van een spoedvisum een aanvullende service betreft en betekent dat iemand in een uitzonderlijk geval voorrang krijgt bij de behandeling van zijn officiële visumaanvraag. Voor deze service komen in beginsel eerste- en/of tweedegraads familieleden in aanmerking. Voor bepaalde nationaliteiten waarvoor een verhoogd risico op asielgevoeligheid geldt, wordt deze mogelijkheid op basis van een interne afspraak beperkt tot eerstegraads familieleden. Gelet daarop valt verzoekster als tweedegraads familielid van haar zus buiten deze service en wordt het verzoek om een spoedvisum niet in behandeling genomen. Verzoekster kan via de reguliere procedure een visumaanvraag indienen.

5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Het verlenen van een spoedvisum is niet in de wet geregeld. Toch kan er – zoals blijkt uit de website van verweerder – in noodgevallen een spoedvisum worden aangevraagd en verkregen. Daarvoor gelden strikte voorwaarden: het moet gaan om het bezoeken van een terminaal ziek (eerste- of tweedegraads) familielid of het bijwonen van de begrafenis van een overleden (eerste- of tweedegraads) familielid.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat – zoals verweerder in het verweerschrift terecht heeft opgemerkt – het verlenen van de gevraagde voorziening feitelijk een voorlopig karakter ontbeert omdat verzoekster bij toewijzing van het verzoek naar Nederland kan reizen terwijl verweerder nog niet op het bezwaar heeft beslist. Gelet op de onomkeerbare gevolgen van de gevraagde voorziening kan een dergelijk verzoek alleen in zeer bijzondere omstandigheden worden toegewezen.

Het verzoek om een voorlopige voorziening roept verschillende juridische vragen op. Zo constateert de voorzieningenrechter dat het verzoek om een spoedvisum is gedaan door referente ten behoeve van verzoekster, maar dat uit de stukken niet blijkt dat referente daartoe door verzoekster gemachtigd was. Ook rijst de vraag of de mededeling dat geen voorrang wordt verleend en dat verzoekster de reguliere procedure dient te volgen, rechtsgevolgen heeft en de e-mail van 18 september 2026 wel een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb of een andere handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. En hieruit vloeit de vraag voort of wel is voldaan aan het connexiteitsvereiste.

Ook als de voorzieningenrechter aan deze kwesties voorbij gaat, komt het verzoek om een voorlopige voorziening niet voor toewijzing in aanmerking omdat verzoekster het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Ter toelichting hierop overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Dat de zus van verzoekster terminaal ziek is, is op zichzelf onvoldoende om een spoedeisend belang voor het verzoek om een voorlopige voorziening aan te nemen. In de medische wereld wordt gesproken van terminaal als iemand een levensverwachting heeft van maximaal drie maanden. Op een reguliere visumaanvraag kan normaliter binnen vijftien dagen worden beslist. Uit het door verzoekster overgelegde medische stuk van 26 augustus 2026 blijkt dat de zus van verzoekster naar de lever uitgezaaide galblaaskanker heeft en uitbehandeld is. Voor of op 14 september 2026 heeft referente verzocht aan verzoekster een spoedvisum te verlenen. Verweerder heeft referente op diezelfde datum telefonisch te kennen gegeven dat het verzoek om een spoedvisum niet in behandeling wordt genomen en gewezen op de reguliere aanvraagprocedure. Referente heeft verweerder op 18 september 2026 gevraagd die beslissing vast te leggen in een e-mail. Verzoekster heeft niet gelijktijdig met het verzoek om een spoedvisum, althans na de telefonische beslissing van 14 september 2026 dan wel de e-mail van 18 september 2026 een reguliere visumaanvraag ingediend. In een verklaring van 18 september 2026 schrijft de huisarts dat [naam 2] lijdt aan terminale galblaaskanker en dat hij verwacht dat zij binnenkort zal overlijden. Een nadere concretisering van de levensverwachting is niet gegeven, zodat voor de voorzieningenrechter onduidelijk is of de huisarts denkt aan een periode van dagen, weken of mogelijk zelfs enkele maanden. Op 26 september 2026 heeft verzoekster met spoed om een voorlopige voorziening verzocht met als reden dat de medische situatie van de zus van verzoekster de dagen daarvoor verder is verslechterd en de huisarts heeft aangegeven dat de verwachting is dat zij spoedig zal overlijden. De gestelde verslechtering van de medische situatie van de zus en de mededeling van de huisarts zijn door verzoekster niet met stukken onderbouwd. De mededeling van de huisarts bevat bovendien in wezen geen andere informatie dan de weinig concrete verwachting vermeld in de verklaring van de huisarts van 18 september 2026. Verzoekster stelt dat het gezien de omslachtige procedure via VFS Global in Turkije voor haar niet mogelijk was en is tijdig een reguliere aanvraag in te dienen en een visum te verkrijgen, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat verzoekster zelf stelt dat de Visadienst zich bereid heeft verklaard een bericht te sturen naar de Nederlandse vertegenwoordiging in Turkije met het verzoek snel op de aanvraag te beslissen. Gelet op dit alles, bezien in het licht van wat hiervoor onder 5.2. is vermeld, heeft verzoekster onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de reguliere visumprocedure niet kon en kan worden afgewacht.

Gelet op wat hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter niet toe aan de vraag of verweerder op basis van voor derden niet kenbare interne afspraken heeft kunnen afwijken van de op zijn website vermelde voorwaarden voor afgifte van een spoedvisum.

6. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier.Het dictum van deze uitspraak is op 26 september 2026 om 21.30 uur door de griffier telefonisch meegedeeld aan partijen.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt door publicatie daarvan op rechtspraak.nl op 28 september 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand