ECLI:NL:RBDHA:2026:28659

ECLI:NL:RBDHA:2026:28659

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer NL26.54935
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaringsmaatregel o.g.v. art. 59-1a, kennisgeving niet onverwijld, belangenafweging in voordeel verweerder, uitspraak binnen vijftien dagen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.54935

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

(gemachtigde: mr. J. van Dam).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 11 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank van het opleggen van de maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 22 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Z. Hamidi als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Onverwijlde kennisgeving

1. Eiser voert aan dat verweerder de kennisgeving niet onverwijld aan de rechtbank heeft verstuurd. De maatregel is namelijk op 11 september 2026 opgelegd terwijl de rechtbank hier pas op 16 september 2026 van in kennis is gesteld. Gelet op de duur van de overschrijding dient de belangenafweging volgens eiser in zijn voordeel uit te vallen. Eiser verwijst hierbij ook naar een drietal zaken waarbij de bewaringsmaatregel ook op 11 september 2026 was opgelegd en die eerder op zitting zijn behandeld. Hij stelt dat doordat hij nu mogelijk langer op een uitspraak moet wachten, hij concreet in zijn belangen is geschaad.

De rechtbank stelt vast, wat tussen partijen ook niet in geschil is, dat de maatregel niet onverwijld aan de rechtbank is verstuurd. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5462) waaruit volgt dat er sprake is van een onverwijlde kennisgeving als deze binnen zes uur na de oplegging van de bewaringsmaatregel naar de rechtbank is verstuurd. Deze uitleg van het begrip ‘onverwijld’ geldt ongeacht de omstandigheden van het geval en de aanleiding voor een eventueel uitstel. De maatregel van eiser is op 11 september 2026 om 16:20 uur opgelegd en de kennisgeving is op 16 september 2026 om 17:08 uur naar het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken van de rechtspraak gemaild. De kennisgeving is na ruim vijf dagen, dus niet onverwijld gedaan.

Uit de Afdelingsuitspraak van 17 september 2026 volgt verder dat als een kennisgeving niet onverwijld is verstuurd, dit een maatregel op zichzelf nog niet onrechtmatig maakt. Dit is alleen het geval als de maatregel, gelet op de ernst van het gebrek en bij afweging van alle daarbij betrokken belangen, niet meer gerechtvaardigd is. Bij die belangenafweging is in het bijzonder van belang in hoeverre de vreemdeling door de gang van zaken is geschaad in zijn verdediging.

Naar het oordeel van de rechtbank wegen de belangen van verweerder bij voortzetting van de maatregel zwaarder dan eisers belangen bij opheffing van de maatregel. De rechtbank acht hierbij met name van belang dat zij nog binnen de wettelijke termijn van vijftien dagen na oplegging van de maatregel uitspraak kan doen op eisers beroep. Eiser krijgt dus tijdig een oordeel over de rechtmatigheid van de aan hem opgelegde bewaringsmaatregel en daarom valt niet in te zien dat hij door het niet onverwijld versturen van de kennisgeving in zijn verdediging is geschaad. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 17 september 2026 ook heeft overwogen, volgt uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2025/26, 36 781, nr. 3) dat de verplichting om onverwijld na een besluit tot oplegging van een bewaringsmaatregel een kennisgeving uit te doen, ervoor moet zorgen dat de rechtbank binnen de daarvoor gestelde termijnen uitspraak kan doen. Het vereiste van onverwijld een kennisgeving doen, houdt dus uitdrukkelijk verband met de mogelijkheid van de rechtbank om de termijn voor uitspraak ten volle te benutten. Dat, zoals eiser stelt, een vreemdeling zelf niet langer beroep kan instellen tegen diens inbewaringstelling en eiser door de niet onverwijlde kennisgeving mogelijk op een later moment een uitspraak krijgt op zijn beroep tegen de inbewaringstelling dan anderen die op dezelfde dag in bewaring zijn gesteld, laat onverlet dat de wet de rechtbank vijftien dagen de tijd gunt om uitspraak te doen, en de rechtbank in dit geval binnen die termijn de rechtmatigheid van eisers vreemdelingenbewaring heeft kunnen beoordelen. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser anderszins nadeel heeft ondervonden door de niet onverwijlde kennisgeving. De rechtbank ziet in het gebrek daarom geen reden om de maatregel op te heffen.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

2. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond voor het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand