ECLI:NL:RBDHA:2026:28662

ECLI:NL:RBDHA:2026:28662

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer NL26.54471 en NL26.54406
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, vervolgberoep en eerste beroep, maatregel te laat omgezet, daarom recht op schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding om een hogere schadevergoeding toe te kennen. Beroep tegen eerste maatregel o.g.v. art. 59-1a Vw gegrond omdat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.54471 en NL26.54406

(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),

en

(gemachtigde: mr. J. van Dam).

Procesverloop

Verweerder heeft op 25 augustus 2026 aan eiser de bewaringsmaatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft op 15 september 2026 tegen het voortduren van de bewaringsmaatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer NL26.54471.

Verweerder heeft op 14 september 2026 de hiervoor genoemde maatregel van bewaring opgeheven en aansluitend aan eiser een nieuwe maatregel op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank van het opleggen van de maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer NL26.54406.

De rechtbank heeft de beroepen op 22 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S.H. Alhamwi als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

NL26.54471

Inleiding

1. Omdat de bewaringsmaatregel van 25 augustus 2026 is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 september 2026 (in de zaak NL26.49355) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 1 september 2026) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek. De in deze uitspraak te toetsen periode loopt gezien het voorgaande dus van 1 september 2026 tot en met 14 september 2026.

Omzetting van de maatregel

2. Eiser voert aan dat de maatregel van 25 augustus 2026 te laat is omgezet. Eisers asielaanvraag is namelijk op vrijdag 11 september 2026 afgewezen en de bewaringsmaatregel is pas op maandag 14 september opgeheven. Eiser meent dat hij recht heeft op een hogere schadevergoeding van € 240,- per dag. Verweerder heeft volgens eiser namelijk te kwader trouw gehandeld door bewust ervoor te kiezen de maatregel pas op maandag om te zetten. De Dienst Terugkeer en Vertrek werkt namelijk niet in het weekend. Daarnaast wijst eiser erop dat de eerder aan hem opgelegde bewaringsmaatregel op grond van artikel 59a van de Vw ook te laat was omgezet.

De rechtbank stelt vast, wat tussen partijen ook niet in geschil is, dat verweerder de bewaringsmaatregel van 25 augustus 2026 een dag te laat heeft omgezet en dat eiser daarom recht heeft op vier dagen schadevergoeding.

De rechtbank ziet anders dan eiser geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder te kwader trouw heeft gehandeld doordat de maatregel pas op maandag is opgeheven. Verweerder heeft hierover op de zitting uitgelegd dat er sprake is van capaciteitsproblemen bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, dat de asielbeschikking van eiser pas eind van de (vrijdag)middag is uitgebracht en dat de eerstvolgende mogelijkheid om de maatregel om te zetten daarom pas op maandag was. Gelet op deze toelichting ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van kwade trouw bij verweerder. Dat een eerdere bewaringsmaatregel van eiser eveneens te laat is opgeheven biedt, ook in samenhang met de hiervoor genoemde omstandigheden, evenmin grond voor toekenning van een hogere dan de gebruikelijke schadevergoeding van € 120,- per dag.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep gericht tegen het voortduren van de bewaringsmaatregel van 25 augustus 2026 is gegrond. De maatregel heeft vanaf 11 september 2026 tot de opheffing ervan op 14 september 2026 onrechtmatig voortgeduurd. De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor vier dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van (4 x € 120,- =) € 480,-.

NL26.54406

Voortvarend handelen

4. Eiser betoogt dat er onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan zijn uitzetting. Verweerder heeft sinds het opleggen van de maatregel op 14 september 2026 namelijk geen uitzettingshandelingen verricht.

De asielaanvraag van eiser is op 11 september 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser had na deze beschikking geen rechtmatig verblijf meer. Het door hem tegen dat besluit ingediende beroep en zijn verzoek om een voorlopige voorziening leveren evenmin rechtmatig verblijf op. Het tijdig vragen van een voorlopige voorziening leidt er slechts toe dat eiser gedurende de behandeling van het verzoek niet uit Nederland kan worden verwijderd. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht de maatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw omgezet naar een bewaringsmaatregel op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.

De maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw wordt opgelegd met het doel de vreemdeling uit te zetten naar zijn land van herkomst. De bewaring dient zo kort mogelijk te zijn. Het is om die reden aan verweerder om na de inbewaringstelling van een vreemdeling op deze wettelijke grondslag voortvarend aan de voorbereiding van de uitzetting te werken. In dat kader komt vooral gewicht toe aan de zogenoemde daadwerkelijke uitzettingshandelingen. Hieronder vallen onder meer het voeren van een vertrekgesprek met de vreemdeling en het indienen van een aanvraag om een laissez-passer (lp) bij de autoriteiten van het vermoedelijke land van herkomst. Of sprake is van voldoende voortvarend handelen moet worden beoordeeld aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden van het geval.

Eiser is op 14 september 2026 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. De rechtbank stelt vast dat verweerder tot het sluiten van het onderzoek op 22 september 2026 geen daadwerkelijke uitzettingshandelingen heeft verricht. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat hij voornemens is om voor eiser een lp-aanvraag in te dienen bij de Libische autoriteiten, dat daar intern over is gecommuniceerd maar dat vooralsnog niet bekend is wanneer de lp-aanvraag wordt ingediend. Bij deze stand van zaken en in aanmerking nemend dat de bewaring thans negen dagen duurt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder de uitzetting van eiser onvoldoende voortvarend ter hand neemt. In de omstandigheid dat het tot 18 september 2026 onduidelijk was of eiser beroep zou instellen tegen het asielbesluit en om een voorlopige voorziening zou vragen, zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, ziet de rechtbank geen rechtvaardiging voor het stilzitten. Bij een inbewaringstelling die is opgelegd met het oog op uitzetting dient immers vanaf het moment van opleggen van de maatregel voortvarend aan uitzetting te worden gewerkt, ongeacht of de vreemdeling rechtsmiddelen aanwendt tegen een besluit op zijn asielaanvraag. Hoewel een ingediend beroep tegen een asielbesluit en een daarmee verband houdend verzoek om een voorlopige voorziening verweerder tot op zekere hoogte beperkt in de uitzettingshandelingen die hij kan verrichten – zo is het verweerder in die situatie niet toegestaan om een vreemdeling bij de autoriteiten van het land van herkomst in persoon te presenteren – heeft verweerder altijd de mogelijkheid om een vertrekgesprek te houden of – in overleg met de vreemdeling en diens gemachtigde – een lp-aanvraag in te dienen. Ter zitting kwam nog ter sprake dat verweerder de rechtbank op 21 september 2026 heeft verzocht om het door eiser ingediende verzoek om een voorlopige voorziening zo snel mogelijk te behandelen. Hierover wordt overwogen dat een dergelijk verzoek weliswaar het verloop van de procedure bij de rechtbank over het asielbesluit zou kunnen bespoedigen, maar dat het geen (daadwerkelijke) handeling is gericht op uitzetting van eiser en dat dit handelen van verweerder daarom op zichzelf niet kan leiden tot de conclusie dat wel voortvarend aan uitzetting wordt gewerkt.

Gelet op het voorgaande slaagt de beroepsgrond van eiser. De bewaring is van meet af aan onrechtmatig. Een verdere beoordeling van de maatregel van bewaring is niet nodig. De rechtbank laat de overige door eiser aangevoerde gronden daarom onbesproken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring van 14 september 2026 is gegrond. De maatregel is vanaf het moment van het opleggen ervan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van deze maatregel met ingang van vandaag.

Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor 10 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring van (10 x € 120,- =) € 1.200,-.

Tot slot

6. Omdat de beroepen gegrond zijn, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (2 punten voor het indienen van de beroepschriften dan wel omdat de gemachtigde van eiser geacht wordt beroep te hebben ingesteld en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring van 14 september 2026 met ingang van 23 september 2026;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van totaal € 1.680,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak, voor zover deze ziet op zaaknummer NL26.54471, staat geen rechtsmiddel open.

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, voor zover deze ziet op zaaknummer NL26.54406, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand