ECLI:NL:RBDHA:2026:28666

ECLI:NL:RBDHA:2026:28666

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer NL26.44494 en NL26.44496
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Asielgrensprocedure. Tegenstrijdige verklaringen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.44494 en NL26.44496

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[verdachte 1] , V-nummer: [nummer 1] , eiser I en

[verdachte 2] , V-nummer: [nummer 2] , eiser II,

hierna samen te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 31 juli 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. De besluiten zijn genomen in de asielgrensprocedure.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft de beroepen, tezamen met de zaken NL26.44495 en NL26.44497 (de verzoeken om voorlopige voorziening), op 3 september 2026 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eisers stellen van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2000 (eiser I) respectievelijk [geboortedatum 2] 1997 (eiser II). Eisers zijn broers. Zij hebben hun asielaanvragen in Nederland op 19 juli 2026 ingediend.

2. Eisers hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij getuige zijn geweest van een moord. De daders van de moord hebben eisers gezien en zijn meerdere keren bij het huis van eisers langs geweest. Eisers zijn een maand later ernstig door hen mishandeld. De daders hebben uiteindelijk de woning van eisers, waar ook hun ouders woonden, in brand gestoken. Eisers vrezen bij terugkeer naar Marokko dat zij door deze personen worden vermoord.

3. De asielrelazen van eisers bevatten volgens verweerder de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- problemen met de bende.

4. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van beide eisers geloofwaardig geacht. Verweerder vindt de gestelde problemen met de bende echter niet geloofwaardig omdat de verklaringen van eisers hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertoe is verwezen naar de situaties genoemd in artikel 42, eerste lid, onder b, e en j van Verordening (EU) 2024/1348 (de Procedureverordening). Verder is bepaald dat eisers geen verblijfsvergunning regulier krijgen en dat aan hen geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 wordt verleend. Daarnaast ligt er voor beide eisers een removal order voor India. Volgens verweerder kunnen eisers hiernaartoe terugkeren zonder dat zij een reëel risico op ernstige schade lopen.

Beoordeling door de rechtbank

Woningbrand

5. Eisers voeren aan dat verweerder de problemen met de bende ten onrechte ongeloofwaardig acht. Eisers betwisten de tegenwerpingen die verweerder in de bestreden besluiten heeft gedaan. Zij stellen dat zij door hun medische situatie zijn belemmerd bij het verklaren en menen dat dit eraan in de weg staat dat tegenstrijdigheden, onwaarschijnlijkheden en ongerijmdheden, voor zover daar al sprake van is, aan hen kunnen worden tegengeworpen.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde problemen met de bende niet geloofwaardig zijn. Verweerder stelt terecht dat de verklaringen van eisers hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hieronder licht de rechtbank dit toe aan de hand van verschillende tegenwerpingen in de bestreden besluiten die de rechtbank voor haar oordeel met name redengevend vindt. De tegenwerpingen die in 6.1 en 6.2 worden behandeld zijn op beide eisers van toepassing. In 6.3 en 6.4 worden tegenwerpingen besproken die alleen in het besluit van eiser II zijn opgenomen. In overweging 6.5 wordt ingegaan op de stelling van eisers dat zij tijdens hun verblijf in Nederland een bedreiging hebben ontvangen. Tot slot wordt in overweging 6.6 gereageerd op de stellingen over de medische situatie van beide eisers.

Verweerder stelt terecht dat eisers tegenstrijdig hebben verklaard over de woningbrand. Zo is wisselend verklaard over het moment waarop eisers hoorden over de brand en waar zij toen zelf waren. Eiser I heeft hierover in eerste instantie verklaard – op de vraag van de hoormedewerker wanneer het huis is verbrand – dat hij bij aankomst in Amsterdam belde met zijn ouders om door te geven dat zij waren aangekomen in Nederland en dat zijn ouders toen vertelden dat het huis was verbrand (pagina 10 van het verslag van het gehoor). Later tijdens het gehoor werd eiser I de vraag gesteld: ‘Begrijp ik goed dat de brand in de woning is geweest op het moment dat u Marokko al had verlaten?’. Eiser I heeft

deze vraag bevestigend beantwoord (pagina 24). Uit deze verklaringen van eiser I leidt de rechtbank af dat eiser I Marokko al had verlaten op het moment van de woningbrand. Deze verklaringen stroken niet met de verklaring van eiser II. Hij heeft immers verklaard dat hij en eiser I nog in Marokko waren toen het huis in brand werd gestoken (pagina 27 van zijn gehoor). Eiser I heeft vervolgens, geconfronteerd met de afwijkende verklaring van eiser II, verklaard dat hij was vergeten dat zijn ouders hem in een telefoongesprek vertelden over de brand toen hij aan het werk was in Marokko (pagina 26). Eiser I heeft dus niet enkel anders verklaard dan zijn broer, maar ook zelf tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Dat eiser I in de correcties en aanvullingen op het gehoor zijn eerstgenoemde verklaring heeft gecorrigeerd, neemt niet weg dat, zoals verweerder terecht opmerkt, de tegenstrijdige verklaringen tijdens het gehoor betrekking hebben op de kern van het asielrelaas. Van eiser I had daarom mogen worden verwacht dat hij daar direct eenduidig over had verklaard.

Verweerder wijst er daarnaast terecht op dat eisers tegenstrijdig hebben verklaard over hoe lang zij na de brand nog in Marokko zijn gebleven. Eiser I heeft verklaard dat zij na het telefoontje van hun ouders hun kleren hadden gepakt en zijn weggegaan (pagina 26), terwijl eiser II heeft verklaard dat zij na de brand nog tot twee weken in hun woning in Marokko zijn blijven wonen (pagina 25). Ook op dit punt heeft eiser I zelf ook tegenstrijdig verklaard. Geconfronteerd met de afwijkende verklaring van eiser II, heeft hij namelijk verklaard dat zij inderdaad na het telefoontje naar huis zijn gegaan en nog hebben geholpen met blussen (pagina 26).

Geen bescherming gevraagd

Verweerder heeft verder terecht aan eisers tegengeworpen dat zij onlogisch hebben verklaard over de reden dat zij geen bescherming hebben gevraagd aan de Marokkaanse autoriteiten. Eisers hebben allebei hierover verklaard dat zij van de mishandeling door de bendeleden geen aangifte hebben gedaan uit angst dat de bendeleden daarin aanleiding zou zien hen te vermoorden. Verweerder heeft dat terecht niet logisch geacht, omdat eisers ook hebben verklaard dat hun probleem met de bendeleden al was dat zij eisers zouden willen vermoorden.

Blussen en de nasleep van de brand

Verweerder heeft in het besluit van eiser II terecht tegengeworpen dat zijn verklaringen over het blussen en de nasleep van de woningbrand onwaarschijnlijk zijn. Eiser II heeft verklaard dat de woning volledig afgebrand was (pagina 25). In dat licht heeft verweerder niet hoeven inzien dat de brand door buren en omwonenden zonder tussenkomst van de brandweer geblust kon worden. De enkele stelling in beroep dat naast het huis een waterbron is die voldoende water bevatte om de brand te blussen, heeft verweerder niet als een afdoende verklaring hoeven beschouwen. Dat geldt ook voor de niet onderbouwde stelling dat de brandweer in Marokko niet afkomt op een brand in een woning als die van eisers en hun ouders. Verweerder heeft vreemd kunnen vinden dat een zodanig heftige brand niet opgemerkt zou worden door hulpdiensten, bijvoorbeeld door een melding van omstanders. Verweerder heeft daarnaast ongerijmd kunnen achten dat eisers en hun ouders na de brand in de woning zouden zijn blijven wonen. In beroep is gesteld dat dit mogelijk was doordat de woning niet volledig was afgebrand en dat met name de keuken en aanbouw daaraan gespaard waren gebleven. Deze stelling stemt echter niet overeen met de hiervoor aangehaalde verklaring van eiser II in het gehoor dat de hele woning was afgebrand en zijn verklaring dat de meeste schade was ontstaan in onder meer de keuken (pagina 27).

Brandwonden bij de ouders van eisers

Verweerder heeft verder terecht aan eiser II tegengeworpen dat het ongerijmd is dat hij niet weet wat voor verwondingen zijn ouders hebben opgelopen bij de brand. Eiser I heeft verklaard dat de ouders brandwonden hadden op hun benen. Eiser II heeft gesteld dat hij aan zijn ouders had gevraagd hoe het met hen ging en dat zij hadden geantwoord dat het goed ging met hen. Gelet op de verklaring van eiser II dat hij na de woningbrand nog tot twee weken met zijn ouders in het huis heeft gewoond, stelt verweerder zich echter terecht op het standpunt dat niet valt in te zien dat het eiser II in deze periode op geen enkele manier duidelijk is geworden dat zijn ouders brandwonden hebben opgelopen.

Bedreiging

Eisers stellen dat zij tijdens hun verblijf in Nederland zijn bedreigd. Eiser II heeft een dreigbericht ontvangen op zijn telefoon. Een screenshot van dat bericht is samen met een Nederlandse vertaling overgelegd. Volgens eisers kan het niet anders dan dat de bedreiging afkomstig is van de bendeleden. Zij hebben namelijk met niemand anders problemen. De rechtbank volgt verweerder in diens standpunt dat los van de omstandigheid dat uit het bericht niet volgt van wie het afkomstig is, het bericht niet kan opwegen tegen wat hiervoor is geoordeeld ten aanzien van verschillende tegenwerpingen in het besluit.

Medische situatie van eisers

Eisers stellen dat hun medische problemen hen hebben belemmerd bij het verklaren. Dit volgt de rechtbank niet. Eisers hebben geen stukken overgelegd waar hun medische problematiek uit blijkt. Wel hebben zij allebei bij aanvang van hun gehoren melding gemaakt van gezondheidsklachten. Eiser I gaf aan niet goed te slapen en last te hebben van hoofdpijn en van spanning. Eiser II gaf aan last te hebben van zijn oog en verder van hoofdpijn, door te weinig slapen en door nachtmerries. Beide eisers hebben evenwel aangegeven ondanks de klachten gehoord te kunnen worden. Uit de verslagen van de gehoren maakt de rechtbank op dat de hoormedewerker voldoende rekening heeft gehouden met de klachten door regelmatig pauzes aan te bieden en door te controleren of met het gehoor kon worden doorgegaan. Eisers hebben op geen enkel moment aangegeven dat zij niet (langer) gehoord konden worden. De rechtbank ziet in de verslagen van de gehoren ook geen aanwijzingen om aan te nemen dat eisers om medische redenen niet in staat waren om helder en consistent te verklaren. Zij hebben de aan hen gestelde vragen beantwoord en uit de gegeven antwoorden blijkt dat zij de vragen hebben begrepen. Weliswaar heeft eiser I tijdens zijn gehoor aangegeven dat hij na de mishandeling door de bende vergeetachtig is geworden, maar dat op zichzelf is onvoldoende aanwijzing dat hij dusdanige problemen heeft met het herinneren van zaken dat hij niet in staat was om goed te verklaren. De rechtbank herhaalt in dat verband dat het dossier geen medische stukken bevat ter onderbouwing van de gestelde medische situatie.

Conclusie over de geloofwaardigheid van de gestelde problemen

7. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de gestelde problemen met de bende terecht ongeloofwaardig heeft geacht en dat verweerder

zijn standpunt hierover in beide bestreden besluiten deugdelijk heeft gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt niet.

Kennelijk ongegrond

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de asielaanvragen van eisers op goede gronden heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat eisers kennelijk tegenstrijdige en duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen hebben afgelegd waardoor hun verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen met betrekking tot de vraag of zij in aanmerking komen voor internationale bescherming, als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onder b van de Procedureverordening.

Removal order

9. Eerst ter zitting hebben eisers aangevoerd dat zij niet op grond van de removal order kunnen worden verwijderd naar India omdat zij in India waarschijnlijk geweigerd zullen worden vanwege het ontbreken van de Indiase nationaliteit. Subsidiair voeren zij aan dat zij niet op grond van de removal order kunnen worden verwijderd omdat niet uitgesloten is dat India eisers terugstuurt naar Marokko omdat India hen geen asiel zal verlenen. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat deze stellingen buiten beschouwing moeten blijven wegens strijd met de goede procesorde. Hoewel de stellingen pas in een zeer laat stadium zijn gedaan, heeft verweerder ter zitting daarop adequaat kunnen reageren. De rechtbank zal de stellingen daarom beoordelen. Zoals verweerder heeft opgemerkt, hebben eisers hun hiervoor genoemde stellingen geenszins onderbouwd. Om die reden gaat de rechtbank daaraan voorbij.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepen zijn ongegrond. De bestreden besluiten blijven in stand. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.P.S. Wessels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 2 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. E.P.S. Wessels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand