ECLI:NL:RBDHA:2026:28667

ECLI:NL:RBDHA:2026:28667

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer NL26.55212
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring – zonder zitting – ongegrond – geen pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.55212

(gemachtigde: mr. M.S. Yap),

en

Procesverloop

Bij besluit van 17 september 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft zijn gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft het nagelaten een verweerschrift in te dienen. De rechtbank heeft het onderzoek op 28 september 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

1. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2° van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt de minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

2. In de aan eiser opgelegde maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien eiser niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, omdat sprake is van een onderduikrisico (b-grond). In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond; r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3. Eiser betwist dat de maatregel van vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststellen van de gegevens die aan zijn asielaanvraag ten grondslag liggen en dat er een onderduikrisico aanwezig is. Eiser betwist in dit kader gronden j, r en s. Eiser is gecontroleerd overgedragen vanuit België en heeft daarom reden om een nieuwe asielaanvraag in te dienen vanwege de nieuwe feiten en omstandigheden die hij daarover wenst aan te voeren. Dat eisers asielaanvraag eerder is afgewezen maakt niet dat er reden is om hem in bewaring te stellen. Dat eiser niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan heeft is eveneens onvoldoende om aan deze maatregel ten grondslag te leggen.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser grond b niet heeft betwist. Deze grond is feitelijk juist. Ook de feitelijke juistheid van grond j is door eiser niet betwist. Dat eiser het recht heeft om een nieuwe asielaanvraag in te dienen doet geen afbreuk aan de juistheid van deze grond nu eiser eerder een afwijzend besluit heeft ontvangen waarbij die asielaanvraag kennelijk ongegrond is verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de gronden b en j in ieder geval juist zijn. Deze gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een risico op onderduiken bestaat. De overige gronden behoeven geen verdere bespreking. Voortvarendheid

5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, omdat nog geen informatie bekend is over de behandeling van zijn asielaanvraag.

6. Verweerder is bij een opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw in de regel niet gehouden om voortvarende handelingen te verrichten ter voorbereiding van de uitzetting van eiser. Deze beroepsgrond slaagt derhalve niet.

Refoulement

7. Voor zover eiser aanvoert dat genoegzaam is gebleken dat hij niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst, stelt de rechtbank vast dat eiser deze grond niet nader heeft gemotiveerd en van uitzetting naar zijn land onder deze maatregel geen sprake is.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 28 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand