ECLI:NL:RBDHA:2026:28673

ECLI:NL:RBDHA:2026:28673

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer NL25.43007
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Derdelander Oekraïne. Terugkeerbesluit kon worden opgelegd.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: S. Sinniah).

Inleiding

1. Eiser is geboren op [1997] en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. In Oekraïne had hij een tijdelijke verblijfsvergunning op het moment dat de Russische strijdkrachten op 24 februari 2022 begonnen met de grootschalige invasie van Oekraïne. Eiser is naar Nederland gekomen en heeft hier in eerste instantie rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit.

2. De tijdelijke bescherming van eiser op grond van de RTB is geëindigd op 4 maart 2024. Eiser heeft echter ook een asielaanvraag gedaan die hij in Nederland mocht afwachten. De asielaanvraag is afgewezen en het beroep en hoger beroep hiertegen zijn ongegrond verklaard.

3. Daarna heeft de minister op 4 juni 2025 een voornemen uitgebracht tot het opleggen van een terugkeerbesluit. Eiser heeft hierop gereageerd met een zienswijze. Met het besluit van 11 augustus 2025 (het bestreden besluit) is een terugkeerbesluit opgelegd.

4. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld en gelijktijdig een voorlopige voorziening ingediend om het beroep in Nederland te mogen afwachten (met kenmerk: NL25.43008). Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven om zonder zitting een uitspraak te doen op het beroep en de voorlopige voorziening.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank zal in het navolgende het bestreden besluit beoordelen aan de hand van de hiertegen aangevoerde beroepsgronden.

Moment waarop het terugkeerbesluit is opgelegd

6. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit van 11 augustus 2025 prematuur is opgelegd, omdat hij nog rechtmatig verblijf had tot en met 4 september 2025 door de bevriezingsmaatregel. Ook stelt eiser dat hij nog rechtmatig verblijf in Nederland heeft vanwege een voorlopige voorziening.

7. De rechtbank overweegt dat de Afdeling in de uitspraken van 23 april 2025 - in lijn met het arrest Kaduna en Abkez - heeft geoordeeld dat de minister bevoegd was om de facultatieve tijdelijke bescherming te beëindigen op 4 maart 2024. De tijdelijke bescherming onder de RTB is dus geëindigd op 4 maart 2024 en eiser heeft inmiddels ook geen lopende vreemdelingenrechtelijke procedures meer die leiden tot rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Zijn verblijf in Nederland is daardoor illegaal in de zin van de Terugkeerrichtlijn.

8. Ook de voorlopige voorziening die eiser hangende deze beroepsprocedure heeft ingediend staat niet in de weg aan het opleggen van een terugkeerbesluit, omdat eiser door het instellen van beroep en een samenhangende voorlopige voorziening alleen procedureel rechtmatig verblijf heeft verkregen om zo de uitkomst van de procedure af te kunnen wachten. Dit doet niet af aan de vaststelling van illegaal verblijf en de verplichting van de minister om een terugkeerbesluit vast te stellen. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest Gnandi van 19 juni 2018. Daaruit volgt dat het recht om een rechtsmiddel in een verblijfsrechtelijke procedure op het grondgebied af te wachten niet betekent dat de betrokkene niet ‘illegaal’ is in de zin van de Terugkeerrichtlijn.

9. Dat het eiser door middel van de bevriezingsmaatregel evenwel was toegestaan om tot 4 september 2025 in Nederland te blijven, betekent niet dat sprake was van rechtmatig verblijf in de zin van de Terugkeerrichtlijn. De minister stelt namelijk terecht dat de bevriezingsmaatregel niet betekende dat de tijdelijke bescherming onder de RTB werd verlengd, maar dat eiser feitelijk nog gebruik kon maken van de rechten die hij onder de RTB had. Dit is dus niet meer dan een tijdelijke opschorting.

10. Naar het oordeel van de rechtbank is het terugkeerbesluit van 11 augustus 2025 niet prematuur opgelegd. De beroepsgronden slagen niet.

Artikel 3 van het EVRM en non-refoulement

11. Eiser stelt dat de asielprocedure op 30 september 2024 bij de Afdeling is geëindigd en dat inmiddels ruim een jaar is verstreken (op het moment van indienen van de beroepsgronden). Om deze reden is eiser het niet eens met het argument dat in de asielprocedure al een actuele en individuele beoordeling van een schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer heeft plaatsgevonden. Ook vindt eiser het terugkeerbesluit in strijd met het refoulementverbod. Het refoulementverbod is absoluut en de minister moet dit in elke fase van de terugkeerprocedure eerbiedigen.

12. De rechtbank overweegt ten aanzien van het beginsel van non-refoulement dat het Hof in het arrest Ararat van 17 oktober 2024 heeft geoordeeld dat artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn de bevoegde nationale autoriteit verplicht om in alle fasen van de terugkeerprocedure het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen. De rechtbank vindt voor dit toetsingskader ook aansluiting bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 2 september 2025. Hieruit volgt dat de minister op basis van wat een vreemdeling aanvoert en op basis van het dossier en informatie over het land van herkomst een geactualiseerde refoulementbeoordeling moet maken. Dat betekent dat hij zich ervan moet vergewissen dat de betrokken vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest).

13. De rechtbank overweegt dat de minister voldoende onderzoek heeft verricht naar de risico’s die eiser bij terugkeer naar Nigeria zou kunnen lopen. In de asielprocedure is uitgebreid ingegaan op eisers relaas. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 september 2024 gemotiveerd waarom de minister de gestelde problemen vanwege eisers etniciteit, deelname aan demonstraties met End SARS en de cult Blue Bird niet geloofwaardig kon achten. De Afdeling heeft deze uitspraak op 30 september 2024 bevestigd. Er is dus al een beoordeling gemaakt van eventuele risico’s voor eiser bij terugkeer naar Nigeria en er is destijds geen risico op schending van artikel 3 van het EVRM of het refoulementverbod aangenomen. In deze procedure beperkt eiser zich tot de stelling dat dit risico actueel beoordeeld moet worden. Hij noemt hierbij enkele juridische kwalificaties, maar gaat niet feitelijk in op waar het door hem gestelde risico concreet uit bestaat. Het is niet duidelijk waarom een dergelijk risico zich nu actueel voordoet en waar dit op gebaseerd is. In het licht van de gevoerde asielprocedure waarin is vastgesteld dat genoemde risico’s zich niet doordoen, heeft eiser te weinig gesteld en onderbouwd om bij de actualisatie tot een ander oordeel te komen.

14. Naar het oordeel van de rechtbank is het terugkeerbesluit niet in strijd met artikel 3 van het EVRM en het refoulementverbod. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het terugkeerbesluit in stand blijft. Eiser moet daarom binnen de gestelde termijn terugkeren naar Nigeria.

16. Er is bij deze uitkomst geen aanleiding de minister te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

19 augustus 2026

Rechtsmiddel

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand