ECLI:NL:RBDHA:2026:28714

ECLI:NL:RBDHA:2026:28714

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer NL26.20790 en NL26.20791
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Brazilië. Niet is gebleken dat eiseres bij de Koninklijke Marechaussee niet in staat was om (voldoende) te verklaren. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij om medische redenen niet consistent heeft kunnen verklaren in haar asielgehoor. De minister mocht de problemen van eiseres met haar ex-partner ongeloofwaardig achten. Beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiseres], eiseres en verzoekster, hierna te noemen: eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.20790 (beroep) en NL26.20791 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

geboren op [geboortedag] 1977, van Braziliaanse nationaliteit,

(gemachtigde: mr. E. Stap),

en

(gemachtigde: mr. E.C. Jacobs).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen als kennelijk ongegrond in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiseres heeft op 27 februari 2026 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft ook om een voorlopige voorziening verzocht, ertoe strekkende dat zij niet wordt uitgezet totdat op haar beroep is beslist. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas

3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. In 2020 heeft een collega tegen haar gezegd dat haar toenmalige partner lid is van een criminele organisatie. Eiseres geloofde deze collega. Zij heeft ontslag genomen en wilde vluchten van haar partner. De partner van eiseres merkte een verandering in haar gedrag en hij wilde de relatie niet verbreken. Nadat eiseres vluchtte werd zij mishandeld door haar ex-partner en hij heeft haar twee keer met de dood bedreigd. Bij terugkeer vreest eiseres dat haar ex-partner haar zal vinden en haar zal vermoorden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens de minister uit de volgende relevante elementen:

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en de herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met de ex-partner vindt de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Daarnaast vormen de verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister voert hiervoor drie redenen aan: (i) eiseres heeft inconsistent verklaard over de problemen die zij met haar ex-partner had en wanneer belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden; (ii) de manier waarop eiseres te weten zou zijn gekomen van de achtergrond van de ex-partner is gebaseerd op vermoedens en (iii) de verklaringen van eiseres over de invloed en de positie van haar ex-partner binnen

Comando Vermelho zijn gebaseerd op vermoedens en zijn tegenstrijdig.

De minister heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de verklaringen die zij heeft afgelegd kennelijk inconsequent en tegenstrijdig zijn. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister toegelicht dat met name de verschillende verklaringen over de jaren waarin bepaalde dingen zijn gebeurd zo evident tegenstrijdig zijn dat het asielrelaas daarom al ongeloofwaardig wordt. Ook is toegelicht dat in het bestreden besluit weliswaar een andere grond staat voor het kennelijk ongegrond verklaren (namelijk artikel 30b, eerste lid, onder d Vw), maar dat dit een kennelijke verschrijving is.

De minister heeft verder aan eiseres een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Bespreking van de beroepsgronden

Zienswijze herhaald en ingelast

5. Eiseres heeft gesteld dat hetgeen namens en door hem tijdens zijn aanmeld- en nader gehoor, de reacties op de gehoren en zienswijze is aangevoerd, als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres eerder en in de zienswijze naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.

Het verhoor op 27 februari 2026

6. Eiseres voert aan dat zij tijdens het verhoor door te Koninklijke Marechaussee op 27 februari 2026 niet in staat was om te verklaren, althans voldoende te verklaren, omdat zij daarvoor te gestrest was. Zij werd namelijk verhoord nadat zij op de luchthaven Schiphol onverwacht staande was gehouden, waardoor haar reis naar Spanje niet door kon gaan. Ook uit de vluchtverhaalanalyse zou blijken dat eiseres voorafgaand aan de uitreis veel stressmomenten heeft gehad. Met deze omstandigheden is geen rekening gehouden.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres zo gestrest was dat zij niet in staat was om (voldoende) te verklaren. Het proces-verbaal van het gehoor geeft geen aanleiding om daar anders over te denken. Datzelfde geldt voor de vluchtverhaalanalyse. Ook daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiseres dusdanig gestrest of getraumatiseerd was dat zij niet in staat was om (voldoende) te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet.

Het nader gehoor

7. Eiseres heeft verder aangevoerd dat het haar niet kan worden tegengeworpen dat zij niet consistent zou hebben verklaard, vanwege de traumatische ervaringen die zij heeft meegemaakt in Brazilië, maar ook in Nederland. Daarbij wijst zij op de vluchtverhaalanalyse. Tijdens het gehoor is onvoldoende rekening gehouden met de traumatische gebeurtenissen die zij heeft beleefd.

De rechtbank is van oordeel dat uit de vluchtverhaalanalyse niet blijkt dat eiseres zo gestrest of getraumatiseerd was dat zij niet consistent kon verklaren. Daarnaast is zij voor het nader gehoor gezien door medTadvies. Uit het advies van medTadvies volgt dat eiseres kan worden gehoord. Eiseres moet volgens het advies wel op een ondersteunende manier bejegend worden en er moet ruimte worden gegeven om te kalmeren. Extra controle op mentaal en lichamelijk welzijn wordt met klem geadviseerd. Uit het verslag van het nader gehoor volgt dat voorafgaand aan de inhoudelijke vragen de hoormedewerker heeft gevraagd om het aan te geven als eiseres moeite heeft met de vragen (reactie eiseres: “Ja”), of eiseres in lichamelijk en geestelijk in staat was om het gehoor te laten plaatsvinden (reactie eiseres: “Ja”), of er iets is wat betreft de medische situatie waar rekening mee gehouden kan worden (reactie eiseres: “Alles is goed”), of er verder iets is om rekening mee te houden tijdens het verhoor, bijvoorbeeld slecht geslapen, hoofdpijn, of dat eiseres gespannen is (reactie eiseres: “Nee ik heb hoofdpijn gehad in de avond maar alles is goed”) en of eiseres wilt aangeven als zij om welke reden dan ook tijdens het gesprek behoefte heeft aan een pauze (reactie eiseres: “Ja”). Verder is na iedere pauze gevraagd hoe het met eiseres gaat. Wat de rechtbank betreft is daarmee tijdens het gehoor voldoende rekening gehouden met het advies van medTadvies.

Eiseres heeft verder niet onderbouwd dat zij door trauma’s niet consistent heeft kunnen verklaren. Medische documenten die zij stelt te verzamelen, heeft zij niet overgelegd. Daarmee is haar standpunt niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

De verklaringen

8. Tot slot voert eiseres aan dat de minister verschillende zaken in het bestreden besluit ten onrechte heeft tegengeworpen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over wanneer gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Over haar vertrek naar het noorden van Brazilië volgt de rechtbank de minister in zijn standpunt dat het onduidelijk is wanneer zij naar het noorden is vertrokken, wanneer zij zou zijn gemarteld en wanneer de tweede vrouw van haar ex-partner daarbij aanwezig was. Zo verklaart eiseres tijdens het nader gehoor dat haar ex-partner in 2022 een relatie begon met zijn tweede vrouw. Op de vraag van de hoormedewerker hoe het kan dat de nieuwe vrouw bij de marteling in 2020 aanwezig was, als hij pas in 2022 een relatie met haar kreeg, antwoordt eiseres dat zij in 2021 voor het eerst naar het noorden is gevlucht. Dit komt niet overeen met de eerdere verklaringen van eiseres dat dit in 2020 zou hebben plaatsgevonden. In de zienswijze schrijft eiseres te herhalen dat zij begin 2022 naar het noorden van Brazilië is gegaan, terwijl eiseres dit echter nooit eerder heeft verklaard en daarmee in haar zienswijze dus wisselend met eerdere verklaringen uit het nader gehoord verklaard. Ook staat in de zienswijze dat eiseres eind 2022 is mishandeld, waarbij zij tegen een tafel viel. De minister merkt terecht op dat dit weer wisselend is ten aanzien van de correcties en aanvullingen die zij op 2 april 2026 heeft ingediend. Daarin wordt het jaartal waarin het incident met de tafel plaatsvond namelijk gecorrigeerd naar 2023. De enkele opmerking in het beroepschrift dat eiseres zich herstelt door te verklaren dat zij eind 2022 naar het noorden van Brazilië is gegaan en dat het incident met de tafel in oktober/november 2023 heeft plaatsgevonden, neemt de tegenstrijdigheid in haar eerdere verklaringen niet weg.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister heeft kunnen stellen dat de manier waarop eiseres te weten zou zijn gekomen van de achtergrond van haar ex-partner, namelijk via haar collega, gebaseerd is op vermoedens. In de zienswijze heeft eiseres geschreven dat haar collega tevens haar vriendin en peettante van haar dochter is en dat zij daarom geen reden enkele reden had om te twijfelen aan hetgeen deze collega zei over haar ex-partner. De minister heeft deze verklaring echter niet overtuigend kunnen vinden, omdat het niet aannemelijk wordt geacht dat eiseres dit tijdens het nader gehoord niet eerder heeft kunnen verklaren. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft kunnen tegenwerpen dat eiseres pas in de zienswijze heeft benoemd dat de collega van eiseres ook haar vriendin en peettante van haar kind is. De rechtbank ziet geen grond voor stelling van eiseres dat zij tijdens het nader gehoor wel heeft benoemd dat haar collega tevens haar vriendin en peettante van haar dochter was, maar de hoormedewerker dit niet relevant vond en dus niet heeft opgenomen. Daarbij merkt verweerder terecht op dat eiseres dit evenmin heeft benoemd in de correcties en aanvullingen, wat wel van eiseres had mogen worden verwacht.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft kunnen tegenwerpen dat haar verklaringen over de invloed en de positie van haar ex-partner binnen de criminele organisatie gebaseerd zijn op vermoedens en tegenstrijdig zijn. Over de positie van haar ex-partner heeft eiseres volgens de minister een beeld geschetst dat hij een machtige invloed had, omdat haar ex-partner haar met behulp van de organisatie in het noorden van Brazilië en Chili heeft kunnen vinden. De minister wijst daartegenover op de verklaring van eiseres dat hij bang was dat eiseres iets van hem wist, dat hij geen krachtige man is en dat het zou kunnen zijn dat hij wordt vermoord. Bovendien was hij slechts als medewerker in een ziekenhuis verantwoordelijk voor het verzorgen en ontslaan van gewonde bendeleden zonder dat die werd opgemerkt door de autoriteiten. Volgens de minister draagt deze positie verantwoordelijkheid, maar raakt dit niet aan het niveau van invloed dat iemand toegang geeft tot een netwerk dat voorbij grenzen strekt. De stelling van eiseres dat de criminele organisatie zo’n hechte structuur heeft dat ieder lid van die organisatie dezelfde rechten heeft en geholpen wordt om de verblijfplaats te vinden van iedere persoon die dat lid wenst te vinden, heeft eiseres niet onderbouwd.

De beroepsgrond slaag niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag in stand blijft.

10. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.20790:

- verklaart het beroep ongegrond;

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.20791:

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.C. Van der Roest, rechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand