RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36792
(gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),
en
(gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Daarnaast heeft de minister aan eiser geen verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) verleend. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep van eiser is gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. Verweerder heef gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Fictoor als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
5. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn, tot de [bevolkingsgroep] te behoren en te zijn geboren op [geboortedatum] 2008. Eiser stelt afkomstig te zijn uit [plaats 1] , wat gelegen is in [plaats 2] in Ethiopië. Eiser heeft verklaard dat hij in 2020 heeft meegedaan aan een demonstratie naar aanleiding van de dood van [naam 1] . Tijdens deze demonstratie is chaos ontstaan, waarna de politie is gekomen. Zij hebben eiser toen mishandeld, waarbij zijn enkel is gebroken. Later is de politie nog bij zijn huis geweest. De politie was op zoek naar mensen die hadden deelgenomen aan de demonstratie. Zij hebben eiser toen niet meegenomen, omdat eisers enkel gebroken was. Daarnaast is er in 2022 een oorlog ontstaan in zijn land van herkomst. De regering begon toen jongens en mannen te rekruteren. Zo zijn ook zijn vader en broer meegenomen. De broer van eiser is na drie maanden overleden. De regeringssoldaten zijn ook bij eiser thuis geweest om hem te zoeken, maar hij was toen niet thuis. Op advies van zijn moeder is eiser toen gevlucht. Hij is toen naar zijn oom in [plaats 3] gegaan. Die heeft de verdere uitreis weten te regelen, omdat hij ook daar niet veilig zou zijn. Bij terugkeer naar Ethiopië vreest eiser om alsnog naar de oorlog te worden gestuurd. De regering weet namelijk wie hij is, omdat hij in Nederland heeft deelgenomen aan een demonstratie.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
7. De minister heeft alle vier de elementen geloofwaardig gevonden. Volgens de minister is er geen gegronde vrees voor vervolging. Dat eiser uit Ethiopië komt is op zichzelf niet voldoende om hem als vluchteling aan te merken. Dat eiser bij terugkeer problemen zal ondervinden vanwege zijn deelname aan de demonstratie in Ethiopië en Nederland, wordt niet aannemelijk geacht. Ook wordt niet aannemelijk geacht dat eiser gedwongen zal worden om in militaire dienst te gaan, omdat niet wordt aangenomen dat op dit moment gedwongen rekrutering plaatsvindt in Ethiopië. De minister heeft verder op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. Eiser is afkomstig uit [plaats 2] . In [plaats 2] is sprake van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn (Richtlijn 2011/95/EU), maar er is geen sprake van een uitzonderlijk niveau van willekering geweld. In [plaats 2] is een relatief lager niveau van geweld aangenomen. Eiser heeft niet aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.
8. De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) of op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Uit rapporten blijkt dat er voor alleenstaande minderjarigen adequate opvang aanwezig is in Ethiopië, ook al is de daadwerkelijke plaatsing nog niet geregeld. De minister heeft aan eiser een
terugkeerbesluit uitgevaardigd met een vertrektermijn van vier weken.
Buitenschuldbeleid alleenstaande minderjarige vreemdelingen en terugkeerbesluit
9. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er in Ethiopië adequate opvang voor hem beschikbaar is. De handelswijze die volgt uit het nationale beleid van de minister is in strijd met het Unierecht. Allereerst, de inzet van een opvanghuis wordt op een verkeerde wijze ingezet. De daadwerkelijke plaatsing in een weeshuis heeft de minister (nog) niet geregeld. Daarnaast ontbreekt een individueel, algemeen en grondig onderzoek naar de belangen van het kind. De geschiktheid van opvangvoorzieningen in het land van terugkeer moet per geval worden beoordeeld, rekening houdend met de individuele omstandigheden en de leeftijd van de terugkerende minderjarige. De in het bestreden besluit genoemde rapporten roepen daarnaast veel vragen op. Uit de beschrijving van de opvanginstellingen ( [A.] en [B.] ) volgt niet duidelijk dat zij adequate opvang bieden. In de rapporten staat (onder andere) vermeld dat de opvang in [A.] meestal niet langer duurt dan zes maanden. Bovendien blijkt uit het rapport van [A.] , waar de minister naar verwijst, niet dat daar ook opvang beschikbaar is voor minderjarigen die vanuit het buitenland terugkomen. Ook blijkt hieruit niet dat er op elk moment voldoende opvang beschikbaar is.
10. De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat de minister concreet moet onderzoeken of er voor een niet-begeleide minderjarige adequate opvang beschikbaar is in het land van herkomst, voordat zij een terugkeerbesluit neemt. De Afdeling overweegt dat het onderzoek onvoldoende wordt geacht, wanneer slechts contact is geweest met de oprichter van de opvangvoorziening en verwezen wordt naar openbare websites van de opvangvoorziening. Het standpunt van de minister dat bevestiging van de plaatsing pas nodig is bij het uitzetproces, volgt de rechtbank daarom niet. De rechtbank overweegt dat Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) met [A.] heeft afgesproken dat er in principe bereidheid is om AMV uit Nederland op te nemen, maar dat garandeert niet dat een plek beschikbaar is op het moment dat eiser arriveert. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gesproken worden van het concreet beschikbaar zijn van adequate opvang voor de AMV, wanneer de opvanglocatie niet concreet een plek voor eiser heeft toegezegd.
11. De beroepsgrond slaagt. Dat betekent dat het beroep gegrond is en het besluit zal worden vernietigd. In het kader van een zo finaal mogelijke geschilbeslechting zal de rechtbank de overige gronden van beroep bespreken.
Is eiser een vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag?
12. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij geen risico loopt vanwege zijn politieke activiteiten. De minister heeft ten onrechte aangenomen dat de autoriteiten hem in de periode 2020 tot 2022 hadden opgepakt, als ze dat hadden willen doen. Eiser heeft in het nader gehoor namelijk toegelicht dat ze dat niet hebben gedaan, omdat hij verwond was. Het standpunt van de minister dat hij geen risico loopt, omdat ze hem in dat geval nog tot 2022 hadden kunnen arresteren, spreekt eiser daarom tegen. Verder blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht Ethiopië van 2024 (AAB) dat de Ethiopische autoriteiten over een centrale lijst beschikken met personen die zich op sociale media tegen de regering uitspreken en dat het vooral de [plaats 2] en [plaats 4] zijn waar de overheid interesse in heeft. Eiser heeft in Nederland meegedaan aan demonstraties, wat vervolgens op Facebook is gedeeld. Dit is vervolgens gedeeld door een journalist van [media] , waardoor het aannemelijk is dat hij in negatieve aandacht is komen staan van de autoriteiten. Het is daarnaast evident dat eiser bij terugkomst in Ethiopië ook zou blijven demonstreren, aangezien hij dat in Nederland ook regelmatig doet. Hij heeft in het nader gehoor (p. 25) toegelicht dat hij demonstreert omdat het leed en onderdrukking betreft van de [plaatselijke] mensen. Er kan niet getwijfeld worden aan zijn overtuiging. De minister kan niet van hem verwachten dat hij zich terughoudend opstelt. Tot slot heeft de minister de deelname aan de demonstratie in Ethiopië en Nederland, de problemen door de demonstratie in Ethiopië en het risico bij terugkeer afzonderlijk, maar niet in samenhang beoordeeld. Dat had de minister wel moeten doen.
13. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft ingenomen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn of zijn geweest van zijn activiteiten en politieke overtuiging. Uit Werkinstructie 2024/10 volgt dat moet worden beoordeeld of in redelijkheid kan worden aangenomen dat eiser bij terugkeer vanwege zijn politieke profiel in de negatieve aandacht van de autoriteiten zal komen te staan. Daarbij zijn de sterkte van de gestelde politieke overtuiging en de activiteiten die eiser al heeft verricht om die overtuiging te uiten, van belang.
14. Allereerst stelt de rechtbank vast dat eiser in het nader gehoor (p. 14) toelicht dat de autoriteiten naar aanleiding van de demonstratie bij eiser thuis zijn geweest en dat zij hem niet hebben meegenomen, omdat eiser zijn enkel gebroken was. De rechtbank overweegt dat deze toelichting niet in de weg staat aan de redenatie van de minister, dat de autoriteiten eiser in de twee jaar daarna alsnog hadden kunnen arresteren (op het moment dat hij genezen was). De rechtbank volgt de minister op dit punt.
15. De rechtbank volgt ook de stelling van de minister dat eiser geen significantie rol heeft gespeeld bij de demonstraties. Eiser heeft in Ethiopië slechts één demonstratie bijgewoond en in Nederland heeft eiser meerdere demonstraties bijgewoond. Hij speelde in alle demonstraties een kleine rol. Hoewel eiser herkenbaar is op foto‘s van de demonstratie die op Facebook zijn gedeeld, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat zijn aanwezigheid daar zodanig groot of opvallend is dat de autoriteiten daar kennis van hebben genomen. Het door eiser aangehaalde AAB van 2024 ondersteunt zijn standpunt evenmin. Hoewel in het AAB wordt vermeld dat terugkeerders vanwege hun politieke activiteiten in de negatieve aandacht kunnen komen staan, is daarvoor vereist dat de autoriteiten van die activiteiten op de hoogte zijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is.
16. De rechtbank volgt verder de stelling van de minister dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkomst zal blijven demonstreren, waardoor verwacht wordt dat hij zich terughoudend opstelt. Op basis van de verklaringen van eiser blijkt niet dat sprake is van eens sterke politieke overtuiging. In Ethiopië heeft eiser slechts aan één demonstratie meegedaan, waarna hij aangaf niet veel van de aard van de demonstratie te begrijpen. Daarnaast is pas in de zienswijze aangevoerd dat eiser van plan is om te blijven demonstreren in Ethiopië. De minister mocht van eiser verwachten dat hij zelf aanvoert dat hij vreest bij terugkeer, omdat hij zich politiek wil uiten. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij zijn Facebook-account heeft verwijderd, omdat hij geen problemen wil veroorzaken voor zijn familie. Uit deze actie mocht de minister opmaken, dat eiser bij terugkomst ook niet van plan is om te demonstreren. De brief van de [naam 2] , waarin volgens eiser zijn politieke activiteiten in Nederland worden bevestigd, maakt het oordeel niet anders. De minister heeft in het verweerschrift terecht gesteld dat deze brief opgesteld is op verzoek van eiser en dat het geen objectief bewijsstuk is. De brief legt in zoverre weinig gewicht in de schaal.
17. Tot slot stelt de rechtbank vast dat de minister de deelname aan de demonstraties, de problemen in Ethiopië en het risico bij terugkeer heeft betrokken bij de beoordeling van de zwaarwegendheid van de politieke overtuiging, waardoor de rechtbank van oordeel is dat de minister de verschillende elementen in samenhang heeft beoordeeld.
18. De beroepsgrond slaagt niet.
Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade?
Gedwongen rekrutering
19. Eiser stelt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade, omdat hij bij terugkeer naar Ethiopië het risico loopt opnieuw gerekruteerd te worden. De minister heeft belangrijke bronnen waarop eiser zijn vrees voor rekrutering baseert van tafel geveegd, omdat deze van voor het laatste ambtsbericht dateren. Dat is geen reden om deze berichten niet bij de beoordeling te betrekken. Zeker niet aangezien de minister in het voornemen overweegt dat er geen berichten zouden zijn van gedwongen rekrutering. Daarnaast maakt het feit dat eiser in 2022 aan een rekruteringspoging is ontsnapt en dat zijn vader en broer daadwerkelijk zijn gerekruteerd, de geschetste situatie aannemelijk.
20. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser bij of na terugkeer naar Ethiopië een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. Uit de door eiser ingebrachte informatie blijkt niet dat [plaats 2] systematisch worden vervolgd of dat hij persoonlijk een concreet risico loopt op gedwongen rekrutering. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het AAB geen berichten naar voren komen dat systematisch sprake is van gedwongen rekrutering. De informatie waar eiser naar verwijst beslaat grotendeels dezelfde periode als in het AAB en sluit aan bij het beeld dat reeds bekend is bij de minister, namelijk dat sprake is van incidenten en nadrukkelijk niet van stelselmatig gedwongen rekrutering. De bronnen die stammen uit de periode voorafgaand aan de periode waarover het AAB gaat, missen relevantie, aangezien de minister het actuele risico beoordeelt. Hoewel in de woonplaats van eiser enkele rekruteringspogingen zijn gedaan, mocht de minister stellen dat dit onvoldoende is. Dat komt omdat op basis van deze incidenten niet gesproken kan worden van structurele en wijdverspreide gedwongen rekrutering.
21. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de informatie uit het AAB onjuist zou zijn. De door eiser aangehaalde landeninformatie betreft verder de situatie in het algemeen en niet zijn persoonlijke omstandigheden. Daarmee is onvoldoende onderbouwd waarom juist hij een concreet persoonlijk risico op ernstige schade of gedwongen rekrutering zou lopen. Het enkele feit dat uit algemene informatie blijkt dat gedwongen rekrutering incidenteel voorkomt, biedt geen voldoende grond voor een concreet persoonlijk risico.
22. De beroepsgrond slaagt niet.
Willekeurig geweld
23. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uitgegaan wordt van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Gelet op de individuele feiten en omstandigheden, had de minister van een hoger niveau van willekeurig geweld uit moeten gaan. Eiser verwijst hierbij naar het arrest X en Y. In X en Y wordt overwogen dat bij de beoordeling van het verzoek om internationale bescherming alle relevante elementen die betrekking hebben op zowel de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de verzoeker als de algemene situatie in het land van herkomst moeten worden onderzocht, alvorens vast te stellen welk soort ernstige schade deze elementen eventueel kunnen staven. Een dergelijke beoordeling heeft niet althans onvoldoende (in onderlinge samenhang) plaatsgevonden. Eiser heeft wel degelijk risicoverhogende individuele omstandigheden aangevoerd. Eiser heeft geen huisvesting, loopt risico op arrestatie in verband met zijn politieke activiteiten en op rekrutering, daarnaast behoort hij tot de [bevolkingsgroep] . Eiser heeft beelden overgelegd waarop [plaats 2] mishandeld worden en erger. De beelden illustreren de mate van willekeurig geweld, die hoger is dan waar verweerder vanuit gaat. Ook heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de door eiser overgelegde bronnen, waaruit blijkt dat de [plaats 2] -gemeenschap op negatieve aandacht van de overheid kan rekenen en rekrutering. Uit de verklaring van de [naam 2] van 16 juli 2025, waarin staat dat de veiligheidsdiensten in Ethiopië de afgelopen jaren buitengerechtelijke executies hebben uitgevoerd, willekeurige arrestaties hebben gedaan en andere wrede handelingen hebben verricht. Ook heeft eiser verwezen naar informatiebrieven van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) van 25 augustus 2025, 11 november 2025 en 5 maart 2026 over de algemene veiligheidssituatie in Ethiopië en gedwongen rekrutering.
24. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat er in [plaats 2] geen sprake is van een situatie waarin de mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict zo hoog is dat een burger die terugkeert alleen al door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt op ernstige schade. Tussen partijen is wel in geschil of er sprake is van een relatief lager of hoger niveau van willekeurig geweld.
25. De minister neemt in het landgebonden beleid in paragraaf C7/14.4.2 van de Vc voor [plaats 2] aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Dit betekent dat niet alleen gekeken moet worden naar de veiligheidssituatie in het land van herkomst, maar ook naar de individuele situatie en de persoonlijke omstandigheden van eiser. Uit paragraaf C2/ 3.3.3.3 van de Vc volgt dat nadat de vreemdeling zijn persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht, de minister een gemotiveerde beoordeling maakt en daarbij betrekt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de relevante elementen ook daadwerkelijk zorgen voor een verhoogd risico op ernstige schade én dat juist de vreemdeling als gevolg van deze omstandigheden een reëel risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Hoe meer eiser aannemelijk kan maken dat zijn individuele omstandigheden voor een verhoogd risico zorgen, hoe minder willekeurig geweld er is vereist om in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming. De rechtbank overweegt dat uit het beleid volgt dat de minister zowel de individuele als de algemene situatie in de beoordeling betrekt, waardoor de beoordeling van de minister overeenkomstig het arrest X en Y is.
26. Ten aanzien van de vraag of de minister een hoger niveau van willekeurig geweld had moeten aannemen, overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat in [plaats 2] sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld. De minister heeft in het verweerschrift toegelicht dat op basis van het AAB van 2024 is geconcludeerd dat er sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De verslagperiode dateert van december 2022 tot en met december 2023. Uit het AAB volgt dat vredesbesprekingen tussen [naam 3] en de federale regering niet hebben geleid tot een overeenkomst en dat nog steeds sprake was van geweld richting de bevolking. Het geweld was vaak gericht tegen etnische minderheden, soms ook tegen de [bevolkingsgroep] . De gevechten vonden plaats in specifieke delen van [plaats 2] en waren niet wijdverspreid in geheel [plaats 2] . Hierbij wordt opgemerkt dat de [plaats 2] -regio 364.219 kilometer beslaat. Dat is ruim achtenhalf keer zo groot als Nederland. In 2023 vielen (in de verslagperiode) de meeste slachtoffers, circa 1650 slachtoffers op een inwonersaantal van ruim 35 miljoen. Dit is een forse afname ten opzichte van vóór de verslagperiode, toen er in 2022 ongeveer 4500 dodelijke slachtoffers waren, waardoor gesteld wordt dat het aantal geregistreerde doden afgezet tegen het aantal inwoners beperkt genoemd kan worden.
27. De minister heeft verder toegelicht dat actuelere informatie er geen blijk van geeft dat sprake is van een wezenlijke verslechtering, ook zijn er pieken van geweld. De gewapende confrontaties nemen af, sinds op 1 december 2024 de ondertekening van een vredesakkoord met de [naam 3] is aangekondigd. Hoewel de gewapende conflicten en aanvallen op burgers doorgaan, blijkt uit actuele informatie van ACLED, geraadpleegd door Team Onderzoek en Expertise land en Taal (TOELT) op 17 december 2025, dat er in de periode februari 2025 en 17 december 2025 minder doden zijn gevallen in [plaats 2] . United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) heeft gemeld dat meer dan een miljoen mensen ontheemd zijn in [plaats 2] . Ondanks deze omstandigheden, is [plaats 2] volgens het OCHA voor het overgrote deel toegankelijk voor hulp bij noodopvang, non-food items, gezondheid en bescherming. Hieruit wordt opgemaakt dat de bevolking niet is verstoken van hulp. De minister ziet geen aanleiding om een hoger niveau van willekeurig geweld aan te nemen, aangezien er minder slachtoffers zijn gevallen en het gebied toegankelijk is voor humanitaire hulp.
28. De rechtbank ziet in de aangedragen landeninformatie van eiser geen wezenlijk ander beeld dan reeds naar voren is gekomen in het AAB van 2024 en de aanvullende informatie waarop de minister zich baseert. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in [plaats 2] sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld.
29. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit – waarvan het voornemen onderdeel uitmaakt – alle door eiser genoemde omstandigheden in het kader van artikel 15c heeft betrokken. De minister heeft daarbij overwogen dat eiser afkomstig is uit de regio [plaats 2] , waar sprake is van de laagste gradatie van willekeurig geweld. Binnen de laagste gradatie van artikel 15c dienen ook eventuele risicoverhogende individuele omstandigheden van eiser te worden betrokken. Het is aan hem om zijn persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren te brengen.
30. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het zijn van [plaats 2] , de kans op arrestatie naar aanleiding van zijn politieke activiteiten in Nederland en Ethiopië en de rekrutering, niet gelden als risicoverhogende omstandigheden in het kader van willekeurig geweld. Dit zijn immers omstandigheden die het risico op gericht geweld verhogen. Ten aanzien van de omstandigheid dat eiser geen huisvesting heeft, kan de minister zich in het kader van de 15-c beoordeling op het standpunt stellen dat er opvanglocaties zijn voor eiser in Ethiopië. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er persoonlijke omstandigheden zijn die leiden tot een verhoogd risico op willekeurig geweld door het gewapend conflict.
Conclusie en gevolgen
31. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. De beroepsgronden die zien op de geweigerde verblijfsvergunning asiel slagen niet, maar de beroepsgronden over de weigering van de reguliere vergunning op grond van het buitenschuldbeleid slagen wel. Het beroep is daarom gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel ten aanzien van het buitenschuldbeleid voor AMV. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarbij is geoordeeld dat eiser geen verblijfsvergunning regulier krijgt op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten of er zelf een beslissing over de te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 31 juli 2025 voor zover daarin is beslist dat eiser geen verblijfsvergunning regulier krijgt op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 25 juni 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.