ECLI:NL:RBDHA:2026:28723

ECLI:NL:RBDHA:2026:28723

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 83/232484-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Belastingfraude. Feitelijk leidinggegeven aan het door een rechtspersoon meermalen opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting. Verwerping alternatief scenario en beroep op vrijwillige verbetering. Geldboete van € 65.000,- en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 83/232484-24

Datum uitspraak: 29 september 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 17 september 2025, 14 januari 2026, 19 maart 2026 (alle pro forma) en 15 september 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. V.E. Broeders en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

[bedrijf 1] B.V. in of omstreeks 21 april 2021 tot en met 16 juli 2022 te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het/de tijdvak(ken) 1e kwartaal 2021 tot en met 2e kwartaal 2022 (DOC-009, dossierpagina's 0150 tot en met 0161) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft die [bedrijf 1] B.V. (telkens) opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde/gezonden kwartaalaangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) tijdvak(ken) (telkens) een onjuist bedrag aan voorbelasting en/of een onjuist bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, althans (telkens) een onjuist bedrag aan belasting opgegeven,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft de tenlastelegging betwist.

Gebruikte bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het procesdossier met het nummer 73118, van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Den Haag (doorgenummerd pagina 1 t/m 337).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De ambtsedige verklaring omzetbelasting, opgemaakt op 24 september 2024, voor zover inhoudende (p. 131-165):

De ondergetekende, als ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/Centrale

administratieve processen, verklaart dat zij in de door haar geraadpleegde systemen het volgende heeft waargenomen, ten behoeve van [bedrijf 1] (hierna: de belastingplichtige):

- dat het persoonlijk domein met gebruikersnaam [gebruikersnaam] van de aangever is geactiveerd met het daarbij opgegeven e-mailadres [e-mailadres] .

- dat de aangiften omzetbelasting over de tijdvakken 1e kwartaal 2019 t/m 4e kwartaal 2022 van belastingplichtige in het beveiligde gedeelte van de Belastingdienst internetsite/Mijn Belastingdienst Zakelijk zijn geplaatst.

- dat over de tijdvakken 1e kwartaal 2019 t/m 1e kwartaal 2020 de aangiften omzetbelasting betreffende voorgenoemde belastingplichtige elektronisch zijn binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst internetsite met gebruikmaking van de uitgereikte gebruikersnaam en het daaraan gekoppelde wachtwoord.

- dat de inzending van de aangiften omzetbelasting over de tijdvakken 2e kwartaal 2020 t/m 4e kwartaal 2022 heeft plaatsgevonden via de internetsite Mijn Belastingdienst Zakelijk met gebruik van eHerkenning.

2. Een brief met onderwerp ‘aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2019 t/m 2e kwartaal 2022’ van de Belastingdienst aan [bedrijf 1] B.V., opgesteld op 3 augustus 2022, voor zover inhoudende (p. 166-167):

Voor [bedrijf 1] hebt u diverse aangiften omzetbelasting ingediend over de periode 1 januari 2019 t/m 30 juni 2022.

Op basis van de ingediende aangiften ga ik uw aangiften op een aantal onderdelen beoordelen. Daarom heb ik de volgende aanvullende informatie nodig:

- Een duidelijke en uitvoerige omschrijving van de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden in de BV.. (Een kopie van het uittreksel van de Kamer van Koophandel is niet voldoende).

- De reden waarom er geen omzet is aangegeven in alle bovenstaande tijdvakken (Q1 2019 t/m Q2 2022).

- Specificaties/grootboekrekeningen van de voorbelasting over alle bovenstaande tijdvakken waarop de btw van elke factuur afzonderlijk staat.

- Kopieën van alle inkoopfacturen die betrekking hebben op de ingediende voorbelasting.

- Betaalbewijzen die zien op de inkoopfacturen van alle bovenstaande tijdvakken met daarbij een toelichting hoe dit is gefinancierd.

3. Een document, te weten de suppletie omzetbelasting, ingediend op 18 augustus 2022, voor zover inhoudende (p. 208-209):

Naam: [bedrijf 1] B.V.Tijdvak: 01-01-2021 t/m 31-12-2021Achternaam: [verdachte]

4. Een document, te weten de suppletie omzetbelasting, ingediend op 18 augustus 2022, voor zover inhoudende (p. 210-211):

Naam: [bedrijf 1] B.V.

Tijdvak: 01-01-2022 t/m 30-06-2022Achternaam: [verdachte]

5. Het rapport inzake een ingesteld boekenonderzoek bij [bedrijf 1] B.V., opgesteld op 25 juni 2024, voor zover inhoudende (p. 171-172, 174-175, 177):

In het inleidend gesprek op 30 januari 2023 vertelde de heer [verdachte] (een van de

aandeelhouders van de B.V.) dat de B.V. sinds 1 januari 2019 was gestart met een

startup voor de ontwikkeling van een online medische applicatie (diagnostiek). Dit

deed hij tezamen met de heer [naam 1] en de heer [naam 2]

. Beide heren zijn volgens de heer [verdachte] dokter. De twee doctoren deden, volgens de heer [verdachte] , op kosten van de B.V. hun onderzoek op het bedrijfsadres van de B.V.

Op 23 juli 2022 heeft de heer [verdachte] een bezoek gebracht aan het bedrijfsadres aan de

[adres 2] en toen bleek het complete meubilair (inclusief

computers en toebehoren) en ook de gehele administratie van de B.V. ontvreemd te

zijn. Hij kreeg ook geen contact meer met de twee heren en kreeg toen het

vermoeden dat hij opgelicht is. Van deze ontvreemding heeft de heer [verdachte] volgens

zijn zeggen op 25 juli 2022 melding gemaakt bij de Politie te Amsterdam bureau IJ-

tunnel op het adres IJ-Tunnel 2 te Amsterdam.

Administratie

De administratie wordt verzorgd door de heer [verdachte] . Hij verzamelt de bankbescheiden, inkoop- en verkoopfacturen. De heer [verdachte] verzorgt zelf de aangiften omzetbelasting en jaarrekening(en).

Gebreken in de administratie

De hieronder genoemde administratieve gebreken zijn door ons geconstateerd:

• De inkoopfacturen van [bedrijf 2] zijn niet bewaard gebleven.

• De inkoopfacturen van de overige kosten zijn niet bewaard gebleven.

• De betalingsbewijzen van inkoopfacturen zijn niet bewaard gebleven.

• Geen enkele aantekening en of e-mails konden worden overgelegd over het betaalbaar stellen van de inkoopfacturen.

• Geen enkele aantekening of e-mails konden worden overgelegd van de contacten met de investeerder uit Indonesië.

• Bankafschriften ontbreken waaruit betalingen van de inkoopkosten blijken.

• Er is geen back-up van de administratie aanwezig.

De heer [naam 1] en de heer [naam 2] factureerden via het bedrijf [bedrijf 2]

uit Delden aan de B.V. Voor dit bedrijf zouden beide heren werkzaam zijn. Ter financiering van deze inkoopfacturen had de B.V. een investeerder, uit Indonesië, de heer [naam 3] , bereid gevonden om tot een bedrag van € 500.000 garant te staan. Hij vertelde dat de grootste investeringen uit de aanschaf van CT-scans bestonden.

Ondernemerschap

De heer [verdachte] heeft onderstaande informatie/stukken niet kunnen overleggen. Dit betreft:

• De inkoopfacturen van [bedrijf 2] .

• De inkoopfacturen van de overige kosten.

• De betalingsbewijzen van de inkoopfacturen.

• Aantekeningen, kopie whatsapp en/of e-mails over het betaalbaar stellen van de inkoopfacturen.

• Aantekeningen, kopie whatsapp of e-mails van zijn contacten met de investeerder uit Indonesië.

• Bankafschriften waaruit betalingen van de inkoopkosten blijken.

• Stukken, kopie whatsapp en/of e-mails waaruit blijkt wat de voortgang van

de ontwikkeling van de online medische applicatie (diagnostiek) was.

• Aantekeningen, telefoonnummers, kopie whatsapp en/of e-mails van zijn contacten met de twee doktoren.

• Een schadeformulier van de verzekering naar aanleiding van de inbraak/ontvreemding.

Conclusie

Uit het voorgaande trekken wij de conclusie dat er geen economische activiteiten door [bedrijf 1] B.V. zijn verricht en ook niet beoogd waren en derhalve sprake van een fake-onderneming is. Met andere woorden dat er geen sprake van ondernemerschap is. Op basis hiervan heeft de B.V. geen recht op voorbelasting.

6. Een geschrift, getiteld ‘proces-verbaal’, opgesteld door de verdachte op 25 juli 2022, voor zover inhoudende (p. 249):

In de loop van 2022 kregen wij steeds meer argwaan en rezen er vraagtekens.

In juli heb ik hen ermee geconfronteerd, onder andere of facturen wel authentiek waren.

Gevolg vluchtgedrag, ontwijkingen...

Medio juli werd blijkbaar hen de grond onder de voeten en is de bom gebarsten.

Bewijsoverwegingen

Verdachte heeft verklaard dat hij de administratie van [bedrijf 1] B.V. voor zijn rekening neemt en dat hij de belastingaangiften invult en indient. De rechtbank stelt dan ook vast dat de aan de orde zijnde aangiften omzetbelasting zijn ingediend door verdachte.

De Belastingdienst heeft in 2023 een boekenonderzoek uitgevoerd bij [bedrijf 1] B.V.. In het controlerapport zijn diverse onjuistheden gerapporteerd ten aanzien van de door deze vennootschap ingediende aangiften omzetbelasting. Hierdoor ontstond het vermoeden dat verdachte zich als feitelijk leidinggever schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting, waarna een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld.

Uit dat strafrechtelijk onderzoek is een fiscaal nadeel van € 202.666,-- naar voren gekomen. Dit nadeel is ontstaan doordat de volgens de verdachte door [bedrijf 2] in rekening gebrachte omzetbelasting ten onrechte als voorbelasting in aftrek is gebracht door [bedrijf 1] B.V. De verdachte erkent die onjuiste aftrek.

Suppletie

De verdachte heeft aangevoerd dat hij er pas achter kwam dat hij valse facturen had ontvangen, nadat hij vermoedde, en later ook daadwerkelijk ontdekte, dat hij door de twee artsen was misleid en opgelicht. Vanaf dat moment wist hij ook dat de ingediende aangiften omzetbelasting onjuist waren, waarna hij deze aangiften op 18 augustus 2022 door middel van suppleties heeft gecorrigeerd.

De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst de verdachte op 3 augustus 2022 naar aanleiding van de ingediende aangiften omzetbelasting schriftelijk om een nadere onderbouwing van de opgevoerde voorbelasting heeft verzocht. De suppleties zijn eerst daarna, op 18 augustus 2022, ingediend. Op dat moment wist de verdachte, althans moest hij dat redelijkerwijs vermoeden, dat de onjuistheid van de aangiften bij de Belastingdienst op een andere manier bekend was of bekend zou worden.

Van een vrijwillige verbetering als bedoeld in artikel 69, derde lid, van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (hierna: AWR) is daarom geen sprake.

Alternatief scenario en opzet

De verdachte heeft aangevoerd hij is opgelicht en dat hij geen opzet had op het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting.

De rechtbank acht dit alternatieve scenario niet aannemelijk. Zoals hiervoor ten aanzien van de suppletie is overwogen, volgt de rechtbank de verdachte niet in zijn stelling over de aanleiding tot de correctie van de eerder gedane aangiften. De rechtbank betrekt dit bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het door de verdachte geschetste alternatieve scenario.

De verdachte heeft de door hem gestelde oplichting bovendien op geen enkele wijze met objectieve en controleerbare gegevens kunnen onderbouwen. Hij heeft verklaard dat hij aangekochte CT-scans in Delden zou hebben gezien, maar weet het adres in Delden niet meer te noemen en kan het ook niet opzoeken. De door hem gestelde gang van zaken wordt niet ondersteund door enige administratie; die is volgens de verdachte door de oplichters gestolen. De verdachte heeft deze personen naar eigen zeggen in het geheel niet meer kunnen bereiken en heeft ook geen enkel digitaal stuk kunnen aanleveren dat gerelateerd kan worden aan de verdwenen administratie. Evenmin is gebleken van daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] B.V. die aansluiten bij het door hem geschetste scenario en de door hem gestelde transacties.

Daar komt bij dat de verdachte ook nadat naar zijn zeggen bij hem het vermoeden van oplichting was gerezen, nog de tenlastegelegde aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2022 heeft ingediend, waarbij opnieuw voorbelasting in aftrek is gebracht. Ook deze gang van zaken past niet bij zijn verklaring dat hij ten tijde van het doen van de aangiften altijd uitging van reële zakelijke transacties.

De hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, brengen de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte ten tijde van het doen van de aangiften omzetbelasting wist dat de daarin opgevoerde voorbelasting geen reële grondslag had en dat de aangiften dus onjuist waren. Daarbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking dat voorbelasting betrekking had op facturen van een onderneming die uit het boekenonderzoek als fakeonderneming naar voren is gekomen. De rechtbank acht daarom vol opzet op het onjuist doen van de aangiften bewezen.

Strekkingsvereiste

De rechtbank overweegt dat aan het strekkingsvereiste is voldaan indien de bewuste gedraging naar haar aard in het algemeen geschikt is om teweeg te brengen dat (in rekenkundige zin) onvoldoende belasting wordt geheven. Het strekkingsvereiste vereist niet dat daadwerkelijk te weinig belasting is of wordt geheven (ECLI:NL:PHR:2015:2320).

In dit geval zijn de gedragingen (het opvoeren van valse facturen) gezien de effecten die daarvan in het algemeen uitgaan, geschikt om te bereiken dat onvoldoende belasting wordt geheven. Aan het strekkingsvereiste is derhalve voldaan.

De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

[bedrijf 1] B.V. van 21 april 2021 tot en met 16 juli 2022 in Nederland, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over de tijdvakken 1e kwartaal 2021 tot en met 2e kwartaal 2022 (DOC-009, dossierpagina's 0150 tot en met 0161) onjuist heeft gedaan,

immers heeft die [bedrijf 1] B.V. telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden kwartaalaangiften omzetbelasting over genoemde tijdvakken telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting en een onjuist bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven,

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens leiding heeft gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 65.000,-, subsidiair 270 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft geen standpunt ingenomen over de op te leggen straf.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft feitelijk leidinggegeven aan het door een rechtspersoon meermalen opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting. Door in de aangiften ten onrechte voorbelasting in aftrek te brengen, is de juiste belastingheffing ondermijnd. Het stelsel van belastingheffing is in belangrijke mate gebaseerd op het vertrouwen dat belastingplichtigen juiste en volledige aangifte doen. Door zijn handelen heeft de verdachte dit vertrouwen beschaamd.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de bewezenverklaarde gedragingen gedurende een langere periode hebben plaatsgevonden.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 augustus 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hij deze ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. De verdachte heeft geen inzicht getoond in zijn gedragingen, die listig en gewetenloos zijn. De opportunistische houding van verdachte, die kennelijk alleen financieel gewin voor ogen heeft gehad, weegt extra zwaar omdat bij hem als accountant bij uitstek het belang dat gemoeid is met de juistheid en betrouwbaarheid van fiscale en administratieve bescheiden bekend moet zijn geweest.

De op te leggen straf

De rechtbank acht, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en het financiële karakter daarvan, een geldboete passend. Daarnaast acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. Daarmee wordt de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt tevens beoogd de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank een geldboete van € 65.000,- en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden passend en geboden.

Strafbeschikking

De rechtbank zal de strafbeschikking d.d. 24 juni 2024 vernietigen.

7. De toepasselijke wetsartikelen

8. De beslissing

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24c, 51, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

De rechtbank:

vernietigt de eerder opgelegde strafbeschikking;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

bepaalt dat die straf, groot 3 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een geldboete van € 65.000,-;

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen

door hechtenis voor de tijd van 270 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Hofman, voorzitter,

mr. B.J. van de Griend, rechter,

mr. J. Keltjens, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Schippers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C. Hofman
  • mr. B.J. van de Griend
  • mr. J. Keltjens

Griffier

  • mr. S.F. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand