ECLI:NL:RBDHA:2026:28758

ECLI:NL:RBDHA:2026:28758

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 09/153088-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen, bereiden, bewerken, verwerken en aanwezig hebben van hennep. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en een proeftijd van twee jaren, mede gelet op het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/153088-20

Datum uitspraak: 29 september 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,

verblijfadres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 14 augustus 2025 en 20 januari 2026 (alle pro forma) en 15 september 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.R.D. Hoebeke en van hetgeen door de raadsman mr. D.R. Kops naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid hennep, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

3. De bewijsbeslissing

Opgave van bewijsmiddelen

De rechtbank zal met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit aan hem ten laste gelegde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2020027552, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1565).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, zoals opgenomen in zijn e-mailbericht van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, opgesteld op 11 juni 2020 (p. 27-30);

3. Het proces-verbaal van aanhouding, opgesteld op 10 juni 2020 (p. 93-95);

4. Het proces-verbaal van bevindingen data onderzoek, opgesteld op 3 september 2020 (p. 425-429, 435).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het tenlastegelegde.

De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend is bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij in de periode van 7 mei 2019 tot en met 9 juni 2020 te Voorhout, gemeente Teylingen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt en opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden op te leggen, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Subsidiair heeft de verdediging verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte de duur van het reeds ondergane voorarrest niet overstijgt.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken en het aanwezig hebben van hennep. Hennepteelt draagt bij aan de instandhouding van het illegale circuit rond de productie van en handel in softdrugs. Dit circuit gaat veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit en veroorzaakt schade en overlast voor de samenleving. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 28 augustus 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte in 2021 is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit, gepleegd in 2012. Artikel 63 Sr is derhalve van toepassing.

Persoon van de verdachte

De rechtbank houdt tevens rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte De raadsman heeft in dit verband gewezen op de leeftijd van de verdachte en zijn gezondheidsproblemen.

De op te leggen straf

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met het aanzienlijke tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde en met de hiervoor genoemde persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Alles afwegende acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen passend en geboden.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 47, 55, 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3, 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.J. van de Griend, voorzitter,

mr. J. Keltjens, rechter,

mr. C. Hofman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.F. Schippers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.J. van de Griend
  • mr. J. Keltjens
  • mr. C. Hofman

Griffier

  • mr. S.F. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand