ECLI:NL:RBDHA:2026:28770

ECLI:NL:RBDHA:2026:28770

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-07-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer AWB 24/3049
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

VK; inreisverbod; ogg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/3049

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Agayev),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om opheffing van het aan haar opgelegde inreisverbod voor de duur van twee jaar, afgewezen.

Eiseres heeft op 8 februari 2024 bezwaar ingediend tegen het bestreden besluit. Eiseres had echter beroep moeten instellen bij de rechtbank. Verweerder heeft het bezwaarschrift daarom op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden aan de rechtbank met het verzoek het als beroepschrift in behandeling te nemen.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb een behandeling van het beroep ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Indiase nationaliteit.

Verweerder heeft op 2 maart 2021 aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Vanwege het inreisverbod is eiseres gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Eiseres heeft op 22 september 2023 verweerder verzocht om het inreisverbod op te heffen en de SIS-signalering te verwijderen.

Het bestreden besluit

2. Het bestreden besluit houdt – samengevat – het volgende in. Het inreisverbod is niet van rechtswege vervallen en wordt ook niet opgeheven. Eiseres heeft namelijk niet de gegevens als bedoeld in artikel 6.5b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) ingeleverd en heeft daardoor niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor opheffing van het aan haar opgelegde inreisverbod. Eiseres heeft ook geen bijzondere feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om het inreisverbod, ondanks dat niet aan de opheffingsvoorwaarden is voldaan, op te heffen.

Beoordeling rechtbank

3. Eiseres is het niet eens met de weigering van verweerder om het inreisverbod op te heffen. Verweerder heeft volgens eiseres onvoldoende rekening gehouden met het feit dat derdelanders met een geldige verblijfsvergunning in Portugal een jaar mogen werken. Daarnaast zal de dochter van eiseres, nu zij binnenkort twaalf jaar wordt, op grond van de Portugese wetgeving zelfstandig een verblijfsvergunning kunnen krijgen. Als eiseres geen verblijfsvergunning verkrijgt, belemmert verweerder haar feitelijk om in Portugal te verblijven. Verder voert eiseres aan dat bij het ophalen van haar verblijfssticker in Portugal deze, vanwege de SIS-signalering door verweerder, niet door de autoriteiten werd afgegeven. Indien echter een verblijfsvergunning in Portugal is verleend, had verweerder hierover contact moeten opnemen met de Portugese autoriteiten. Eiseres verwijst naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 maart 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:4129), en stelt (naar de rechtbank begrijpt) dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd.

4. De rechtbank stelt voorop dat eiseres in beroep niet heeft betwist dat zij niet voldoet aan de ‘opheffingsvoorwaarden’ zoals die volgen uit artikel 6.5b, tweede lid, van het Vb. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres niet heeft gesteld dat er zich in haar geval bijzondere feiten en omstandigheden voordoen als bedoeld in paragraaf A4/2.5.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) in verbinding met paragrafen A4/3.5.1 en A4/3.6 van de Vc (zoals die ten tijde van het bestreden besluit luidden), op grond waarvan een inreisverbod kan worden opgeheven zonder dat aan de opheffingsvoorwaarden van artikel 6.5b, tweede lid, van het Vb is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij over een geldige verblijfsvergunning in Portugal beschikt en er voor hem daarom geen aanleiding bestaat om het inreisverbod op te heffen. Ook de stelling van eiseres in beroep dat haar dochter een verblijfsvergunning in Portugal kan krijgen, heeft zij niet met stukken onderbouwd. Daar komt bij dat dit beroep is gericht tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod en de verwijdering van de SIS-signalering. De vraag of verweerder aan eiseres een verblijfsvergunning moet verlenen, ligt in deze procedure niet ter beoordeling voor. Verder heeft verweerder het standpunt kunnen innemen dat verweerders werkwijze voorschrijft dat als Portugal besluit om aan eiseres een verblijfsvergunning af te geven, het aan de Portugese autoriteiten is om een raadpleegprocedure te starten en Nederland te verzoeken de signalering te verwijderen (zie paragraaf A2/12.10.3.1. van de Vc). De Portugese autoriteiten kunnen, los van de SIS-signalering van verweerder, zelfstandig besluiten een verblijfsvergunning aan eiseres te verlenen. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen van het beroep tegen het bestreden besluit

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van het verzoek om opheffing van het inreisverbod van eiseres in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 juli 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.C. Harting

Griffier

  • mr. D.M. Abrahams

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand