ECLI:NL:RBDHA:2026:28804

ECLI:NL:RBDHA:2026:28804

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer NL26.26828
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel, Syrië. Eiser heeft alcohol verkocht en heeft om die reden problemen ondervonden. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.26828

(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),

en

(gemachtigde: D.A.M. Frieser).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 mei 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser is afkomstig uit Aleppo in Syrië en is Assyrisch orthodox christen. Hij legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij twee keer een incident heeft meegemaakt in zijn café vanwege het verkopen van alcohol. Eiser is na het eerste incident gebeld door leden van een islamitische groep met de waarschuwing dat hij moest stoppen met het verkopen van alcohol. Omdat eiser nu een telefoonnummer had, heeft hij aangifte gedaan bij de politie. Bij het tweede incident ontstond een gevecht en zijn twee personen van een islamitische groep aangehouden en gevangengezet door de autoriteiten van het Assad regime. Het broertje van eiser is later mishandeld toen hij het café opende terwijl eiser er niet was. Na het vertrek van eiser uit Syrië zijn de veiligheidsdiensten van het huidige regime een keer bij zijn ouders geweest. Ze waren op zoek naar hem. Bij terugkeer vreest eiser vermoord te worden. Ook is eiser in het verleden gediscrimineerd vanwege zijn christelijke achtergrond. Bij terugkeer vreest hij hier niet voor.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven: 1) de identiteit, nationaliteit en herkomst, 2) discriminatie vanwege het christelijke geloof, 3) de problemen op het werk vanwege alcoholverkoop en 4) de algemene situatie in Syrië. De eerste twee motieven vindt de minister geloofwaardig, maar het derde motief niet. Het vierde motief heeft de minister niet beoordeeld op geloofwaardigheid.

Geloofwaardigheid

5. De minister stelt zich op het standpunt dat de problemen op het werk vanwege alcoholverkoop niet geloofwaardig zijn. Zo heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiser wisselend heeft verklaard waarom een gewapende groepering naar hem op zoek was. Eerst heeft eiser verklaard dat een groepering op zoek naar hem was vanwege het feit dat hij alcohol verkocht. Later heeft eiser verklaard dat ze op zoek naar hem waren, omdat ze hem verdenken van banden met het oude regime.

Ten aanzien van eisers verklaringen over de reden dat een gewapende groepering naar hem op zoek zou zijn meent de minister dat eiser zich enkel baseert op eigen aannames en vermoedens. Eiser gaat uit van een verband tussen de twee mannen die hem in het café hebben aangesproken en de persoon die later heeft gebeld met de waarschuwing dat eiser moest stoppen met de verkoop van alcohol en de twee mannen die in zijn café zijn gearresteerd door agenten van het toenmalige regime van Assad. Dat de twee gearresteerde mannen zouden behoren tot een gewapende islamitische groep is slechts een vermoeden. Eiser heeft het verband tussen deze verschillende personen en eventuele groepen niet aangetoond.

Daarnaast valt volgens de minister niet in de zien hoe leden van de gewapende groep op de hoogte moeten zijn geraakt van de aangifte bij de politie. Eiser heeft volgens de minister immers verklaard dat hij zelf nooit om bescherming heeft gevraagd, ook niet bij het incident waarbij twee mannen in zijn café werden opgepakt. Waarom de gewapende groepering zou denken dat eiser aanhanger van Assad was wordt door de minister dan ook niet ingezien.

Ook valt volgens de minister niet in te zien waarom ze eiser niet eerder hebben opgezocht en waarom ze hem wel lastigvallen en zijn broer en vader die al eerder betrokken waren bij het café niet.

De minister vindt het verder niet aannemelijk dat eiser of zijn familie 15 maanden niks meer zouden hebben gehoord van de groep. Niet valt in te zien waarom de gestelde Islamitische organisatie zou hebben gewacht tot de val van het regime van Assad alvorens eiser op te zoeken. Dit heeft hen immers eerder ook niet tegengehouden.

Eiser heeft uitgelegd dat het meer voor de hand ligt dat hij overlast ervaart als verkoper van alcohol, omdat christenen uit de wijk zijn vertrokken en meer moslims in het gebied zijn gaan wonen. De minister heeft in het bestreden besluit overwogen dat, hoewel er in juni 2025 inderdaad sprake is geweest van het vertrek van meerdere christelijke families uit Aleppo, dit niet voldoende is om de stelling van eiser te volgen. De veranderende demografische samenstelling van het gebied ziet niet op de persoonlijke situatie en biedt geen inzicht in hoe het kan dat de vader en broer niet werden lastiggevallen maar eiser wel.

Conclusie van de minister

6. Omdat de gestelde problemen niet geloofwaardig zijn heeft eiser volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging. Ook loopt eiser geen reëel risico op een schending van artikel 3 van het EVRM. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld.

Het oordeel van de rechtbank.

7. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig is. De rechtbank gaat hieronder in op de verschillende punten die de minister in dit kader heeft aangevoerd en waartegen eiser heeft geageerd.

Tegenstrijdige verklaringen

8. De rechtbank overweegt dat de minister niet kan worden gevolgd in de stelling dat eiser zonder meer tegenstrijdig heeft verklaard over de reden dat hij wordt gezocht door de gewapende groepering. De minister heeft in het voornemen overwogen dat eiser eerst heeft verklaard dat de groepering hem zocht omdat hij alcohol verkocht en daarna dat ze naar hem op zoek zijn, omdat hij wordt verdacht van banden met het oude regime. De minister heeft daarbij verwezen naar verschillende delen uit het nader gehoor. Uit het eerst aangehaalde deel van het nader gehoor volgt dat eiser in de beschrijving van het eerste incident – het bezoek van twee mannen aan zijn café - heeft aangegeven dat zij hem aanspraken omdat hij alcohol verkocht. In het tweede aangehaalde gedeelte vertelt eiser naar aanleiding van het tweede incident – waarbij agenten van het Assad-regime die in zijn café aanwezig waren in gevecht raakten met de mannen die hem kwamen vertellen dat hij geen alcohol mocht schenken en hen arresteerden - dat hij nog vreest voor de personen die na het tweede incident in de gevangenis werden gezet, omdat ze dachten dat hij bij het regime hoorde. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat in dit geval en nu deze verklaringen zien op twee verschillende momenten in de tijd en worden gegeven naar aanleiding van verschillende incidenten niet zonder meer kan worden gezegd dat deze verklaringen tegenstrijdig zijn.

Verband tussen het eerste en tweede incident en het telefoongesprek

9. Ook het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 5.1 volgt de rechtbank niet. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de link tussen de verschillende incidenten onderling en het telefoongesprek enkel zou zijn gebaseerd op aannames. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit het nader gehoor volgt dat eiser heeft verklaard dat hij vijf dagen na het eerste incident is gebeld met de mededeling ‘blijkbaar versta je ons niet’. Daarnaast heeft eiser over de twee mannen bij het tweede incident – na het telefoongesprek - in het nader gehoor heeft verklaard dat die twee mannen tegen hem hebben gezegd: “blijkbaar begrijp je ons mondeling niet. Want jij gaat door….”. Hiermee heeft eiser het verband gelegd tussen de twee mannen van het eerste incident, het telefoongesprek en de twee mannen die na het tweede incident in zijn café zijn gearresteerd. Dat enkele sprake is van aannames volgt de rechtbank dan ook niet.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat de minister de overwegingen op dit punt op de zitting desgevraagd onvoldoende kon toelichten. Op de vraag waarom het niet logisch zou zijn dat de incidenten met elkaar verbonden zijn, zoals eiser stelt en gelet op de uitspraken van de bij de incidenten betrokken mannen, dat er een verband bestaat tussen de mannen van het eerste incident en het tweede incident heeft de minister enkel heeft geantwoord dat “het ook onlogisch kan zijn” en dat “er meer mensen zijn die op de hoogte zijn van het feit dat eiser alcohol verkoopt”. Daarmee heeft de minister evenmin voldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiser enkel gebaseerd zijn op eigen aannames en vermoedens.

Bescherming gevraagd

10. Het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 5.2. volgt de rechtbank evenmin. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser heeft verklaard dat hij om bescherming heeft gevraagd; hij is immers naar aanleiding de telefonische bedreiging naar de politie gegaan. Gelet hierop heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zelf nooit om bescherming heeft gevraagd. Voor zover de minister doelt op de verklaring “deze bescherming heb ik niet zelf gevraagd” miskent de minister dat deze verklaring ziet op het tweede incident. Nu eiser wel om bescherming heeft gevraagd kan het standpunt van de minister, dat niet valt in de zien hoe leden van de gewapende groepering op de hoogte moeten zijn geraakt van de aangifte bij de politie niet zonder meer in stand blijven.

Aanhanger van het regime van Assad

11. Wat betreft het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 5.2 inhoudende dat niet wordt ingezien waarom de gewapende groepering zou denken dat eiser aanhanger van Assad was, stelt de rechtbank vast dat eiser dit punt heeft uitgelegd. Eiser heeft namelijk verklaard dat ze hem als aanhanger van Assad zagen, omdat bij het tweede incident de twee personen zijn gearresteerd in de horecagelegenheid van eiser en daarna gevangen zijn gezet door de autoriteiten van het Assad regime. Daarbij komt bij dat eiser ook heeft verklaard: “Elke persoon die tijdens het vorige regime in de gevangenis was, krijgt nu tijdens het huidige regime een hogere functie. Dat betekent dat die een slachtoffer was van het vorige regime. Deze personen in het algemeen worden nu betrouwbaar, want ze waren echt tijdens het regime”. Met deze verklaring heeft eiser uitgelegd dat hij na de val van het regime van Assad werd gezocht door de islamitische groepering die thans deel uitmaakt van het huidige regime. De enkele stelling van de minister dat niet valt in te zien waarom ze hem zoeken, zonder in te gaan op de verklaringen van eiser op dit punt, is onvoldoende om mede ten grondslag te leggen aan ongeloofwaardigheid van het relaas.

Conclusie en gevolgen

12. Gelet op het voorgaande heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat het derde asielmotief, namelijk de problemen vanwege alcoholverkoop, niet geloofwaardig is. Er is sprake van een motiveringsgebrek. Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister zal in een nieuw besluit nogmaals moeten beoordelen of het derde asielmotief geloofwaardig is. De minister moet dit doen tegen de achtergrond van hetgeen bekend is over de situatie van christenen en alcoholverkopers in Syrië. Aan een bespreking van de overige beroepsgronden komt de rechtbank niet toe, omdat deze zien op de actuele veiligheidssituatie en de risico’s die eiser in dat kader loopt. Nu de minister is gehouden om de asielaanvraag van eiser opnieuw te beoordelen zal de minister in dat kader ook nogmaals moeten kijken naar de veiligheidssituatie in Syrië op het moment dat het besluit wordt genomen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.

13. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,-, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen - Telman

Griffier

  • mr. M.A. Buikema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand