ECLI:NL:RBDHA:2026:28805

ECLI:NL:RBDHA:2026:28805

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer NL26.53457
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, art. 59a Vw, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.53457

V-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

(gemachtigde: mr. L. Ploeger).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van bewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiser op 10 september 2026 op grond van artikel 59a van de Vw in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De maatregel is op 23 september 2026 opgeheven omdat eiser is overgedragen aan Zwitserland.

De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2026 op zitting behandeld. De waarnemer van de gemachtigde van eiser, mr. M. Pater, en de gemachtigde van de minister zijn op de rechtbank in Groningen verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de AMbV van toepassing is in bewaring stellen met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat. Bewaring is alleen aan de orde als er een onderduikrisico bestaat of als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, als ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. Er moet een individuele beoordeling plaatsvinden van de situatie van de betrokken persoon. De bewaring moet evenredig zijn en er moeten geen andere, minder dwingende alternatieve maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, als deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring

4. Volgens de minister is de bewaring nodig, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;

d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar

Nederland of een andere lidstaat of een aan hem verstrekt visum voor een ander doel heeft

gebruikt dan waarvoor dit is verleend;

k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;

p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;

r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de vreemdelingrechtelijke procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. De rechtbank is van oordeel dat eiser valt onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht zoals bedoeld in de AMbV. Eiser heeft op 3 juli 2026 in Nederland een asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat de vingerafdrukken van eiser al op 16 februari 2026 in Zwitserland zijn geregistreerd. De minister heeft daarom op 10 juli 2026 de autoriteiten van Zwitserland verzocht om eiser over te nemen. Op 14 juli 2026 heeft Zwitserland dit claimverzoek geaccepteerd.

Gronden

7. Eiser heeft op de zitting alle gronden betwist.

8. De minister heeft op de zitting grond d laten vallen. Deze grond hoeft daarom niet meer te worden besproken.

In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden onvoldoende te achten. De rechtbank is van oordeel dat grond a, anders dan eiser stelt, terecht aan hem is tegengeworpen. Eiser stelt dat van een asielzoeker niet kan worden verwacht dat hij een visum of een machtiging tot voorlopig verblijf aanvraagt. De rechtbank is van oordeel dat deze grond terecht aan de maatregel ten grondslag is gelegd omdat eiser heeft verklaard zonder documenten via verschillende lidstaten naar Nederland te zijn gereisd. Hij heeft zich dus ook zonder toestemming tussen de lidstaten begeven en heeft zich niet gemeld. Ook grond k is feitelijk juist. Eisers asielaanvraag is op 24 juli 2026 niet in behandeling genomen. In deze beschikking is ook een overdrachtsbesluit genomen naar Zwitserland. Eiser heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen deze beslissing. Tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling geeft eiser aan dat hij niet terug naar Zwitserland wil. Ook in de vertrekgesprekken van 12 augustus 2026 en 17 augustus 2026 geeft eiser aan dat hij niet wil terugkeren naar Zwitserland. Dat eiser stelt dat hij wel wil meewerken, blijkt niet uit het voorgaande. De stelling van eiser dat uit het verslag van het vertrekgesprek van 12 augustus 2026 niet blijkt dat er een tolk aanwezig was en dat daarom niet kan worden geconcludeerd dat het verslag juist is, volgt de rechtbank niet. Volgens het verslag is er gebruik gemaakt van een telefonische tolk in de Arabische (Algerijnse) taal. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij deze tolk goed kon verstaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het verslag van dit vertrekgesprek. Ook grond p is feitelijk juist. Eiser is niet in het bezit van identiteitsdocumenten en heeft geen gevolg gegeven aan het overdrachtsbesluit. Dat eiser stelt dat het hebben van documenten ook niet van een asielzoeker kan worden verwacht, doet niet af aan de feitelijke juistheid van deze grond. Ook de stelling van eiser dat hij wel wil meewerken aan overdracht, blijkt niet uit het dossier. Daarnaast zijn grond r en s terecht aan eiser tegengeworpen. Eiser staat niet ingeschreven in de BRP en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Ook beschikt eiser niet over voldoende middelen van bestaan. Dat eiser stelt dat deze gronden inherent zijn aan de positie van asielzoekers, doet aan de feitelijke juistheid van deze gronden niet af. Ook is het onderduikrisico bij de gronden p, r en s voldoende gemotiveerd.

Lichter middel

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven. Dat eiser stelt dat hij ook in vrijheid had kunnen meewerken aan zijn overdracht, maakt dit oordeel niet anders.

Ook is de rechtbank niet gebleken van medische omstandigheden dan wel persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. Ten aanzien van de medische omstandigheden van eiser heeft de minister in de maatregel erop gewezen dat binnen de detentie- en uitzetcentra gespecialiseerde zorg beschikbaar is. In dit verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij.

Voortvarendheid en zicht op overdracht

10. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om te oordelen dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat zicht op overdracht op enig moment ontbrak. Er heeft op 14 september 2026 een vertrekgesprek plaatsgevonden en eiser is op 23 september 2026 overgedragen aan Zwitserland.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank ziet ook ambtshalve toetsend geen aanleiding om de bewaring op enig moment onrechtmatig te achten.

12. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. Wetterauw, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. N. Wetterauw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand