ECLI:NL:RBDHA:2026:28919

ECLI:NL:RBDHA:2026:28919

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer NL26.56093
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, art. 59a Vw, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.56093

v-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. A. Agayev),

en

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van bewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiser op 22 september 2026 op grond van artikel 59a van de Vw in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Eiser heeft op 26 september 2026 gronden van beroep ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Eiser en een tolk zijn op de rechtbank in Groningen verschenen. Eisers gemachtigde is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de AMbV van toepassing is in bewaring stellen met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat. Bewaring is alleen aan de orde als er een onderduikrisico bestaat of als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wanneer er sprake is van een onderduikrisico, als ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. Er moet een individuele beoordeling plaatsvinden van de situatie van de betrokken persoon. De bewaring moet evenredig zijn en er moeten geen andere, minder dwingende alternatieve maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, als deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring

4. Volgens de minister is de bewaring nodig, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;

k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerker verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;

o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf;

r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de vreemdelingrechtelijke procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. De rechtbank is van oordeel dat eiser valt onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht zoals bedoeld in de AMbV. Op 10 december 2025 heeft de minister een claimverzoek ingediend bij de Kroatische autoriteiten. Kroatië heeft dit claimverzoek op 22 december 2025 geaccepteerd. Vervolgens heeft eiser op 6 januari 2026 een overdrachtsbesluit ontvangen. Het ingestelde beroep tegen het overdrachtsbesluit is op 5 juni 2026 ongegrond verklaard. De overdrachtstermijn is op 18 juni 2026 verlengd tot 3 jaar omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.

Gronden

7. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft beoordeeld of het gestelde onttrekkingsrisico ten tijde van de bewaring zodanig was dat vrijheidsontneming noodzakelijk was. Daarbij acht eiser van belang dat hij na zijn verblijf in Italië uit eigen beweging naar Nederland is teruggekeerd, nadat hij ervan op de hoogte was geraakt dat Kroatië op grond van Europese regels verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Hij heeft zich vervolgens rechtstreeks in Ter Apel gemeld met het doel om vanuit daar overgedragen te worden naar Kroatië. Daarnaast stelt eiser dat hij ook voor overdracht beschikbaar was in Ter Apel, omdat hij daar ook is aangetroffen toen hij werd staandegehouden. Dit gedrag verhoudt zich volgens eiser niet tot de conclusie dat eiser zich opnieuw aan het toezicht zou onttrekken.

8. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden onvoldoende te achten. Daarbij acht de rechtbank van belang dat op 17 juni 2026 een vlucht voor eiser naar Kroatië was geboekt, maar dat deze vlucht uiteindelijk is geannuleerd omdat eiser op de betreffende datum met onbekende bestemming was vertrokken. Hieruit blijkt volgens de rechtbank dan ook niet de gestelde bereidheid om mee te werken aan het overdrachtsbesluit. Eiser heeft verklaard vervolgens naar Italië te zijn gereisd. Daarmee heeft eiser zich ook zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie begeven. Door met onbekende bestemming te vertrekken, heeft eiser zich bovendien aan het toezicht onttrokken. Dat eiser stelt uit eigen beweging naar Nederland te zijn teruggekeerd nadat hij bekend was geworden met de geldende regels, maakt dit oordeel niet anders. Bovendien volgt uit het vertrekgesprek van 11 juni 2026 dat eiser begreep dat hij naar Kroatië moest vertrekken en een informatie folder in het Arabisch over de (toen nog) Dublin procedure had gelezen en begrepen. Hieruit volgt volgens de rechtbank dat eiser wel degelijk op de hoogte was van de geldende regels en van zijn verplichting om naar Kroatië te vertrekken.

De rechtbank is van oordeel dat de gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onderduiken reeds daarmee is gegeven.

Lichter middel

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. Dat eiser stelt dat hij wil meewerken aan de overdracht, maakt dit oordeel niet anders. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister de medische omstandigheden van eiser voldoende heeft betrokken bij de oplegging van de maatregel. De medische omstandigheden (psychische klachten en gebruik van medicatie) die eiser noemt, zijn door de minister in de maatregel kenbaar betrokken en gewogen. De minister heeft eiser gewezen op de beschikbare medische faciliteiten en voorzieningen binnen het detentie- en uitzetcentrum, alsmede op de mogelijkheid van overplaatsing naar een regulier ziekenhuis, een penitentiair psychiatrisch centrum of een gesloten zorginstelling indien de benodigde zorg niet binnen die voorzieningen kan worden geboden. In dit verband heeft de minister terecht gesteld dat de medische zorgverlening binnen deze centra gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Eiser heeft niet aangetoond dat hij, ondanks de in het detentiecentrum beschikbare medische zorg, detentieongeschikt is. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat eiser op de zitting heeft verklaard dat hij medicatie heeft ontvangen in het detentiecentrum.

Verder is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.

Voortvarendheid en zicht op overdracht

10. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om te oordelen dat er onvoldoende voortvarend wordt gehandeld en zicht op overdracht ontbreekt. Er heeft op

25 september 2026 een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden en eisers overdracht naar Kroatië staat op 2 oktober 2026 gepland. De rechtbank acht deze gang van zaken voldoende voortvarend en oordeelt dat er zicht op overdracht bestaat.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank ziet ook ambtshalve toetsend geen aanleiding om de bewaring op enig moment onrechtmatig te achten.

12. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. Wetterauw, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Ketelaars-Mast

Griffier

  • mr. N. Wetterauw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand