RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9268
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister de leeftijd van eiser terecht niet geloofwaardig heeft gevonden en de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers verklaringen voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 5 maart 2025 opnieuw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 12 februari 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft verder het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld, samen met het verzoek om voorlopige voorziening. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Voorgeschiedenis
4. Eiser heeft op 2 oktober 2018 voor de eerste keer in Nederland asiel aangevraagd. Eiser heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij in Guinee problemen had met zijn vader, die wilde dat eiser hem zou opvolgen als imam. Eiser wilde dat niet omdat hij zich wilde focussen op voetballen, waardoor een conflict is ontstaan tussen eiser en zijn vader. De minister heeft de aanvraag van eiser op 7 juni 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond, alsmede een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd. Deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch heeft het beroep van eiser op 18 maart 2022 ongegrond verklaard.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
5. Eiser heeft aan de onderhavige asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. Eiser heeft verklaard dat hij rond zijn negende jaar erachter kwam dat hij op mannen valt. Eisers vader heeft hem betrapt tijdens het uitvoeren van homoseksuele handelingen. Daarom heeft zijn vader hem mishandeld en bedreigd.
Het bestreden besluit
6. Het relaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende relevante asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen.
7. De minister vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers leeftijd niet. In de eerste asielprocedure is eisers leeftijd geschat, omdat deze niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Eiser heeft in die procedure namelijk wisselend verklaard over zijn geboortedatum. Bovendien staat eiser in Italië met een andere geboortedatum geregistreerd. De geboorteakte en geboorteregistratie die eiser in de onderhavige procedure heeft overgelegd, leiden volgens de minister niet tot een ander oordeel. De documenten hebben een neutraal advies gekregen van Bureau Documenten en bevatten bovendien geen pasfoto, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de documenten daadwerkelijk betrekking hebben op eiser.
De minister vindt de gestelde homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig. Eisers verklaringen vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eisers verklaringen over de ontdekking van zijn homoseksualiteit, zijn relaties en zijn gevoelens rondom zijn homoseksualiteit zijn summier en oppervlakkig. De minister vindt dat hij bij de beoordeling van eisers verklaringen voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Dat het lang geleden is dat eiser tot de ontdekking en acceptatie van zijn gerichtheid is gekomen, betekent niet dat niet van hem mag worden verwacht dat hij daarover concrete en gedetailleerde verklaringen kan geven. Uit de medische stukken die eiser heeft overgelegd blijkt volgens de minister niet dat eiser niet in staat is om te verklaren over zijn seksuele gerichtheid. De overgelegde verklaringen en foto’s leiden volgens de minister niet tot een ander oordeel over de geloofwaardigheid van eisers seksuele gerichtheid.
Heeft de minister de leeftijd van eiser terecht ongeloofwaardig gevonden?
8. Eiser voert aan dat de minister eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte slechts deels geloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft documenten overgelegd die niet vals zijn en hij heeft consequent verklaard over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
9. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt allereerst vast dat de minister de geboortedatum die eiser in de eerste asielprocedure heeft opgegeven niet geloofwaardig heeft gevonden, omdat eiser niet eenduidig heeft verklaard over zijn leeftijd. Eiser heeft dat in het beroep in de eerste procedure niet betwist, waarmee dit in rechte vast staat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in de onderhavige procedure terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn geboortedatum met de overgelegde documenten niet alsnog aannemelijk heeft gemaakt. Allereerst zijn de documenten geen identificerende documenten. Bovendien staat op de documenten een andere geboortedatum dan de datum die eiser bij zijn eerste asielaanvraag zelf heeft opgegeven en dan waarmee hij in Italië geregistreerd is. De verklaring die hiervoor op de zitting is gegeven, namelijk dat de geboortedatum in eisers cultuur niet belangrijk is, is naar het oordeel van de rechtbank niet toereikend. Het is aan eiser om zijn identiteit, waaronder zijn leeftijd, aannemelijk te maken en van eiser mag verwacht worden dat hij, ondanks zijn culturele achtergrond, daarover eenduidig kan verklaren.
Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser?
10. Eiser voert aan dat de minister geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. De minister heeft allereerst geen duidelijk referentiekader van eiser geschetst. De enkele opmerking dat eiser beperkt onderwijs heeft gehad, is volgens eiser niet voldoende. Eiser heeft psychische klachten en daarmee heeft de minister onvoldoende rekening gehouden. Bovendien is eiser niet door MedTAdvies gezien voorafgaand aan het gehoor. Dat eiser meerdere uitnodigingen heeft genegeerd, heeft juist te maken met zijn medische situatie.
11. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het verslag van het nader gehoor, het voornemen en het bestreden besluit voldoende dat en hoe de minister rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Zo heeft de hoormedewerker gevraagd of er met betrekking tot de PTSS van eiser bepaalde dingen zijn die tijdens het nader gehoor kunnen worden gedaan om de klachten van eiser te beperken. Verder heeft de minister er in het voornemen op gewezen dat rekening is gehouden met het lage opleidingsniveau van eiser. De hoormedewerker heeft tijdens het nader gehoor vragen herhaald als eiser ze niet begreep, geverifieerd of eiser de vragen begreep en er zijn conform het verzoek van eiser pauzes ingelast. Eiser heeft geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat zou zijn om (uitgebreide) verklaringen af te leggen of dat hij hierin beperkingen heeft. Ook uit de informatie van de GGZ van 3 april 2024 blijkt dit niet. Eiser is bovendien niet verschenen op twee afspraken met MedTAdvies. Niet is gebleken of onderbouwd dat dit te maken heeft met zijn medische situatie. De enkele stelling van eiser dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader, zonder daarbij te motiveren wat de minister hierin anders had moeten doen, kan naar het oordeel van de rechtbank daarom niet leiden tot vernietiging van het besluit.
Kon de minister voorbijgaan aan de correcties en aanvullingen?
12. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte voorbij is gegaan aan de correcties en aanvullingen door te stellen dat die niet bedoeld zijn om nieuwe verhalen aan verklaringen aan te vullen. Het probleem is namelijk dat eiser blokkeert als hij moet verklaren over intieme gevoelens tegenover een onbekende. De minister heeft ten onrechte geen referentiekader geschetst en geen rekening gehouden met eisers medische klachten bij het horen van eiser.
13. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de correcties en aanvullingen niet bedoeld zijn om hele nieuwe verhalen aan verklaringen toe te voegen en dat eiser tijdens het nader gehoor voldoende gelegenheid heeft gehad om uitgebreid te verklaren. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij blokkeert bij onbekenden en ook verder is niet gebleken dat eiser niet in staat zou zijn om, tijdens het nader gehoor, te verklaren. De rechtbank volgt ook niet eisers verklaring op de zitting dat hij tijdens het nader gehoor moeite zou hebben gehad om te verklaren in het bijzijn van een vrouwelijke tolk. Eiser heeft namelijk tijdens het nader gehoor verklaard dat de vrouwelijke tolk geen probleem is. Bovendien heeft de tolk met eiser overgelegd of hij een mannelijke tolk wil omdat hij anders niet alles durft te verklaren, waarop eiser heeft aangegeven dat het niet om die reden is.
Heeft de minister de gestelde homoseksuele gerichtheid terecht niet geloofwaardig gevonden?
14. Eiser heeft op de zitting aangevoerd dat de minister ten onrechte het niet geloofwaardig achten van de leeftijd van eiser heeft laten doorwerken in de beoordeling van de geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid van eiser.
15. De minister heeft op de zitting toegelicht dat de geloofwaardigheid van de gestelde homoseksuele gerichtheid is beoordeeld aan de hand van de verklaringen die eiser daarover heeft afgelegd. De rechtbank stelt vast dat ook uit het voornemen of het bestreden besluit niet blijkt dat het feit dat eisers leeftijd niet geloofwaardig is bevonden daarbij is betrokken. De rechtbank stelt verder vast dat eiser de inhoudelijke overwegingen en tegenwerpingen van de minister met betrekking tot het asielmotief seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen verder niet heeft betwist. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
16. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.