ECLI:NL:RBDHA:2026:29158

ECLI:NL:RBDHA:2026:29158

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 09/039925-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van twee bakfietsen, welke hij naar eigen zeggen heeft opgeknapt Hiertoe is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/039925-25

Datum uitspraak: 2 oktober 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 18 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.P. Simonis, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.J.M. van den Brûle, naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft op de terechtzitting van 18 september 2026 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, in of omstreeks de periode van 25 september 2023 tot en met 17 juli 2024 te Wassenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 1] (zaak 2.1)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 2] (zaak 2.2)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 3] (zaak 2.4)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 4] (zaak 2.6)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 5] (zaak 2.7)

- een fatbike van het merk Knaap, voorzien van het framenummer [nummer 6] (zaak 2.8)

- een fatbike van het merk SUPER73, voorzien van het framenummer [nummer 7] (zaak 2.9)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 8] (zaak 2.10)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 9] (zaak 2.11)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 10] (zaak 2.12)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 11] (zaak 2.13)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 12] (zaak 2.14)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 13] (zaak 2.15)

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens de verdachte integrale vrijspraak bepleit.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde zaken omdat, kort gezegd, de verdachte tezamen en in vereniging met zijn twee medeverdachten al deze fietsen zou hebben witgewassen. De rechtbank ziet in het dossier echter onvoldoende aanknopingspunten om de verdachte als medepleger met betrekking tot al deze zaken aan te merken. Blijkens de verklaringen van de verdachte is hij in een beperkt aantal gevallen (naar eigen zeggen: twee) benaderd door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] om de bakfietsen in kwestie op te knappen voor de verkoop. Voorts blijkt uit het dossier slechts ten aanzien van twee zaken dat de verdachte daarbij enige directe betrokkenheid heeft gehad (hier gaat de rechtbank hieronder nader op in). Daarnaast is van communicatie tussen de verdachte en zijn medeverdachten over het witwassen van (een groot aantal) bakfietsen niet gebleken. Ook is er geen sprake van geldstromen tussen de verdachte en zijn medeverdachten die passen bij het scenario waarin de verdachte betrokken is geweest bij het witwassen van in totaal elf bakfietsen en twee fatbikes.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, zo er al sprake is geweest van enige samenwerking, deze samenwerking van de verdachte met zijn medeverdachten, voor zover daarvan blijkt uit het dossier, te incidenteel is geweest om hem op basis daarvan te veroordelen als medepleger van het witwassen van de bakfietsen en fatbikes ten aanzien waarvan uit het dossier geen directe betrokkenheid van de verdachte blijkt. Hiervan zal de verdachte worden vrijgesproken. Dit betreft de zaken 2.1, 2.2, 2.4, 2.5, 2.6, 2.8, 2.9, 2.10, 2.11, 2.13, 2.14 en 2.15.

Ten aanzien van de overige zaken (zaak 2.7 en zaak 2.12) is de rechtbank, anders dan het standpunt van de raadsvrouw, van oordeel dat de in deze zaken omschreven feiten wel wettig en overtuigend zijn bewezen. In zaak 2.7 is de bakfiets in kwestie (van het merk Urban Arrow) aangetroffen in een afgesloten berging behorend bij de flat waar de verdachte woont en waar slechts een deel van de bewoners toegang toe heeft. Vast staat dat deze bakfiets van door een ander gepleegde diefstal afkomstig is. Voor de aanwezigheid van deze bakfiets in die berging heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring kunnen geven. Deze bakfiets heeft bovendien dezelfde uiterlijke kenmerken als de bakfiets waarop de verdachte slechts drie dagen daarvoor is waargenomen. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte deze bakfiets in zijn bezit had. Bij het aantreffen van de bakfiets bleek voorts dat het slot geopend was zonder dat zich daar een sleutel in bevond, dat er verse verfsporen, onder meer rondom het framenummer, aanwezig waren en dat het framenummer incompleet was. Daarnaast bevond zich op korte afstand van de bakfiets de persoonlijke kelderbox van de verdachte. Daarin lagen meerdere doorgeknipte fietssloten, evenzoveel nieuwe fietssloten en een fietsaccu, allemaal van het type dat gebruikt wordt voor Urban Arrow bakfietsen. Tegen die achtergrond bezien, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat de bakfiets van misdrijf afkomstig was.

In zaak 2.12 heeft getuige [getuige] te goeder trouw een gestolen bakfiets gekocht van medeverdachte [medeverdachte 2] . Het geldbedrag is door deze getuige overgemaakt naar het rekeningnummer van de verdachte. Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij dit geld vervolgens contant aan medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gegeven en dat dit één van de twee fietsen betreft die hij voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft opgeknapt. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat ook deze bakfiets van misdrijf afkomstig was.

De handelingen die de verdachte heeft verricht, te weten het opknappen van bakfietsen en het ontvangen en doorsluizen van geld voor medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als het medeplegen van het witwassen van deze twee bakfietsen en niet, zoals door de raadsvrouw betoogd, als medeplichtigheid. De verdachte heeft met voornoemde handelingen een essentiële bijdrage geleverd aan het witwassen van de bakfietsen in kwestie. Door het opknappen van de bakfietsen kon immers worden verhuld dat deze van misdrijf afkomstig waren. Bovendien wist de verdachte dat deze fietsen bestemd waren voor de verkoop en heeft hij ook geweten dat deze fietsen van misdrijf afkomstig waren. Aldus heeft de verdachte nauw en bewust samengewerkt met zijn medeverdachten bij het witwassen van deze twee bakfietsen.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij in de periode van 23 juni 2024 tot en met 17 juli 2024 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen voorwerpen, te weten:

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 5] (zaak 2.7)

- een bakfiets van het merk Urban Arrow, voorzien van het framenummer [nummer 10] (zaak 2.12)

heeft voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de strafoplegging heeft de raadsvrouw geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van twee bakfietsen. Naar eigen zeggen heeft hij de fietsen opgeknapt. Zodoende heeft de verdachte aan deze fietsen een schijnbaar legale herkomst willen verschaffen, waardoor de integriteit van het financieel en economisch verkeer wordt aangetast. Bovendien bevordert het handelen van de verdachte het plegen van fietsendiefstallen, omdat de verkoop van gestolen fietsen na een opknapbeurt een stuk lucratiever is.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 31 juli 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 27 augustus 2026, waaruit volgt dat sprake is van een laag recidiverisico. Ten tijde van het bewezen verklaarde feit leed de verdachte aan een cocaïne- en een gokverslaving en kampte hij met grote geldproblemen. De reclassering heeft geconcludeerd dat de verdachte inmiddels stappen heeft gezet richting een stabieler bestaan. Hij volgt een opleiding, heeft een fulltime baan en is schuldenvrij. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en ook geen bijzondere voorwaarden op te leggen.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Ook heeft zij gezien dat de redelijke termijn niet is overschreden, maar dat het wel een oud feit betreft waar de verdachte wordt veroordeeld.

Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden. Deze straf is lager dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank tot een aanzienlijk beperktere bewezenverklaring komt dan gevorderd door de officier van justitie.

7. De vordering van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen

[benadeelde 1] heeft zich in zaak 2.10 als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 6.845,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 4.345,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade.

[benadeelde 2] heeft zich in zaak 2.11 als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

[benadeelde 3] heeft zich in zaak 2.14 als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.340,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

[benadeelde 4] heeft zich in zaak 2.15 als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.590,78, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van € 4.345,- aan materiële schade. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 4] geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 3.100,- en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Ten aanzien van alle toe te wijzen vorderingen heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft niet-ontvankelijkverklaring van alle benadeelde partijen gevraagd, gelet op de door haar bepleite vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van strafbare betrokkenheid bij zaken 2.10, 2.11, 2.14 en 2.15. Daarom zal de rechtbank alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Dit betekent dat de benadeelde partijen moeten worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

8. De in beslag genomen voorwerpen

In het dossier bevindt zich een beslaglijst van 16 september 2026 met daarop een tweetal voorwerpen. De verdachte heeft ter terechtzitting hiervan afstand gedaan. De rechtbank hoeft daarom geen beslissing te nemen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 40 (VEERTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 20 (TWINTIG) DAGEN;

bepaalt dat de benadeelde partijen ( [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] ) niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verstaat dat de verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de in beslag genomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, voorzitter,

mr. J.M.J. Keltjens, rechter,

mr. R.J. Wortelboer, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N.T.G. Levelt, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.R.K.A.M. Waasdorp
  • mr. J.M.J. Keltjens
  • mr. R.J. Wortelboer

Griffier

  • mr. N.T.G. Levelt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand