[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Soedanese nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 22 juli 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, als tegen het besluit beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed dat vereist gelet op de betrokken belangen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken en legt dat hierna uit.
Uit het bestreden besluit volgt dat verzoeker de behandeling van het beroep niet in Nederland mag afwachten. Verzoeker heeft daarom een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet aan Italië zal worden overgedragen totdat op het beroep is beslist. In die beroepsprocedure is (onder meer) aan de orde of de minister voor Italië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Deze vraag zal door de meervoudige kamer van deze zittingsplaats worden behandeld. De uitspraak van de meervoudige kamer zal van belang zijn voor de uitkomst van de procedure van verzoeker. In afwachting van de uitkomst van die procedure wijst de voorzieningenrechter daarom het verzoek van verzoeker toe.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter zal het verzoek om voorlopige voorziening toewijzen, het bestreden besluit schorsen en bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op €934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.