Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak-/rolnummer: C/09/711632 / KG ZA 26/934
Vonnis in kort geding van 2 oktober 2026
in de zaak van
SPOOR 6 B.V. te Bussum,
eiseres, hierna te noemen: Spoor 6,
advocaat: mr. B.A. van Schelven,
tegen:
1. ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.te Leiden,
2. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,
3. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
4. De FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR N.V. te Leeuwarden,
gedaagden,
advocaten: mrs. B. Megens en H. Zourakhti.
Gedaagden worden hierna gezamenlijk te noemen ‘Zilveren Kruis c.s.’ genoemd. Gedaagde sub 1 wordt hierna ‘Zilveren Kruis’ genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding zoals deze op 27 augustus 2026 aan het digitale dossier is toegevoegd (met producties 1 tot en met 9), op basis waarvan Zilveren Kruis c.s. vrijwillig in de procedure is verschenen;
- de conclusie van antwoord van 2 september 2026 met daarbij de producties 1 tot en met 10;
- de van de zijde van Spoor 6 overgelegde aanvullende productie 10;
- de door Spoor 6 overgelegde pleitnotities.
Op 4 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Zilveren Kruis c.s. zijn zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
Spoor 6 is een zorginstelling die zowel ambulante als klinische verslavingszorg verleent. Zij heeft vestigingen in Bussum en in Utrecht. Voor cliënten waarvoor ambulante zorg ontoereikend is en een klinische behandeling noodzakelijk is, werkt Spoor 6 samen met een partnerkliniek in Zuid-Afrika. Deze cliënten worden in de kliniek in Zuid-Afrika behandeld.
Van iedere klinische verslavingsbehandeling vormt zogeheten ‘therapeutisch proefverlof’ een onderdeel. Tijdens dit proefverlof worden cliënten geleidelijk blootgesteld aan prikkels in de buitenwereld, zoals het wijnschap in de supermarkt. De cliënten van Spoor 6 die worden behandeld in de partnerkliniek in Zuid-Afrika gaan in Zuid-Afrika op therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling aldaar.
Spoor 6 is voor Zilveren Kruis c.s. een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. De klinische verslavingsbehandeling van cliënten van Spoor 6 in de Zuid-Afrikaanse partnerkliniek vergoedt Zilveren Kruis c.s. al lange tijd; in ieder geval sinds 2011.
Bij e-mailbericht van 16 juli 2026 heeft Zilveren Kruis aan onder meer Spoor 6 enkele vragen gesteld over het klinische behandelprogramma voor verslavingszorg. Spoor 6 is gevraagd een gedetailleerde beschrijving te geven van onder meer het therapeutisch proefverlof als onderdeel van het klinische behandelprogramma voor verslavingszorg.
Op 31 juli 2026 heeft Zilveren Kruis Spoor 6 naar aanleiding van een ingediende machtigingsaanvraag voor klinische verslavingsbehandeling in Zuid-Afrika, voor zover relevant, als volgt bericht:
“Goede verslavingszorg helpt mensen duurzaam herstellen en weer mee te doen in het dagelijks leven. Wij beoordelen machtigingsaanvragen daarom volgens de recente criteria van Stand van Wetenschap & Praktijk (SW&P) en de standpunten van Zorginstituut Nederland. In deze mail leest u wat dit voor u betekent.
Wij kunnen nieuwe machtigingsaanvragen voor klinische behandeling van verslaving vanuit uw kliniek tijdelijk niet in behandeling nemen.
U heeft ons nog geen inhoudelijke reactie gestuurd op onze mail van 16-7-2026. Uw antwoord op deze mail hebben wij nodig om te beoordelen of u voldoet aan de aangescherpte voorwaarden voor klinische behandeling. En daarmee of wij uw individuele machtigingsaanvragen verder in behandeling kunnen nemen.
Wij hanteren vanaf nu geactualiseerde voorwaarden bij het beoordelen van klinische behandeling.
Wij verwachten dat:
Therapeutisch proefverlof plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de client
Proefverlof helpt cliënten om buiten de kliniek te oefenen met de vaardigheden die zij tijdens de behandeling hebben geleerd.
De klinische behandeling onderdeel is van een ambulant behandeltraject
Een klinische opname staat niet op zichzelf. Voor een succesvolle behandeling zijn goede voorbereiding, overdracht en nazorg belangrijk.
Het behandelplan aansluit bij de persoonlijke situatie en doelen van de cliënt
Iedere cliënt heeft immers een andere zorgaanvraag.
Reageert u uiterlijk 1 september 2026 op onze mail? Dan heeft u zo snel mogelijk duidelijkheid.”
Bij brief, gedateerd op 30 juli 2026, heeft Spoor 6 de door Zilveren Kruis gestelde vraag over het therapeutisch proefverlof als volgt beantwoord:
“1. Het therapeutisch proefverlof tijdens de klinische behandeling
Tijdens de klinische behandeling in Rustenburg Clinic (Kaapstad, Zuid-Afrika) vinden, indien passend binnen de behandelfase en de individuele behandeldoelen van de cliënt, gestructureerde therapeutische oefenmomenten buiten de kliniek plaats (zogenoemde outings). Deze activiteiten maken integraal onderdeel uit van het individuele behandelplan en worden begeleid door behandelaren van de kliniek.
Tijdens deze oefenmomenten oefenen cliënten met het toepassen van de tijdens de behandeling aangeleerde vaardigheden in een gecontroleerde praktijksituatie. Hierbij ligt de nadruk op het herkennen van risicosituaties, het omgaan met triggers, het versterken van terugvalpreventieve vaardigheden en het vergroten van de zelfredzaamheid ter voorbereiding op terugkeer naar de thuissituatie.
Daarnaast maken cliënten, indien dit past binnen hun individuele behandelplan, tijdens deze therapeutische oefenmomenten kennis met herstelondersteunende zelfhulpgroepen, zoals Alcoholics Anonymous (AA), Narcotics Anonymous (NA) en andere vergelijkbare herstelinitiatieven. Het doel hiervan is cliënten reeds tijdens de klinische behandeling vertrouwd te maken met laagdrempelige herstelondersteuning en hen te stimuleren een duurzaam herstelnetwerk op te bouwen dat zij na terugkeer in Nederland kunnen blijven benutten als aanvulling op het ambulante nazorgtraject van Spoor6.
De ervaringen tijdens deze therapeutische oefenmomenten, waaronder de kennismaking met herstelondersteunende zelfhulpgroepen, worden met de cliënt geëvalueerd en betrokken bij de verdere uitvoering en evaluatie van het behandelplan.”
Op 7 augustus 2026 heeft Zilveren Kruis Spoor 6, voor zover relevant, als volgt bericht:
“Wij hebben vastgesteld dat uw behandeling niet voldoet aan de geactualiseerde voorwaarden voor klinische verslavingszorg.
Zoals eerder aangekondigd, verwachten wij dat therapeutisch proefverlof plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de cliënt. Op basis van de informatie die u heeft aangeleverd, is hiervan geen sprake. Het oefenen van vaardigheden in de omgeving van een kliniek in het buitenland is naar ons oordeel niet gelijk aan oefenen in de eigen leefomgeving van die cliënt. Factoren zoals taal, cultuur, sociale contacten en dagelijkse activiteiten verschillen hiervoor te veel. Daarom kunnen wij machtigingsaanvragen vanaf 1 augustus 2026 voor klinische behandeling vanuit uw kliniek niet verder in behandeling nemen. Wij realiseren ons dat dit voor uw organisatie een ingrijpende uitkomst is.”
Spoor 6 heeft Zilveren Kruis c.s. bij brief van haar advocaat van 14 augustus 2026 gesommeerd haar machtigingsaanvragen voor klinische behandeling weer in behandeling te nemen en daarbij de juiste stand van de wetenschap en praktijk toe te passen als beoordelingskader, meer in het bijzonder zoals Zilveren Kruis c.s. die ten aanzien van het therapeutisch proefverlof vóór 1 augustus 2026 hanteerden. Zilveren Kruis c.s. hebben daar geen gehoor aan gegeven.
3. Het geschil
Spoor 6 vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling door Spoor 6 die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren conform het advies van het Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
II. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te gebieden om nieuwe machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling door Spoor 6 in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden, althans die beoordeling uit te voeren volgens het advies van Zorginstituut Nederland van 31 augustus 2023, nr. 2023026440;
III. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om machtigingsaanvragen die bij (een van) Zilveren Kruis c.s. zijn ingediend en nog worden ingediend voor een klinische behandeling door Spoor 6 af te wijzen omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden;
IV. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te verbieden om een klinische behandeling door Spoor 6 (deels) niet te vergoeden omdat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
V. Bij toewijzing van vordering I, II, III en/of IV, daarbij per toegewezen eis te bepalen dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 50.000 zal verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden, met een maximale hoogte per dwangsom van € 1.000.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat vonnis is betekend aan Zilveren Kruis c.s., althans een in goede justitie te bepalen dwangsom voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan deze geboden;
Subsidiair:
VI. Een andere passende voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend en geraden acht, rekening houdend met de belangen van zowel Spoor 6 als de verzekerden van Zilveren Kruis c.s.;
Primair en subsidiair:
VII. Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich te veroordelen in de kosten van dit geding en nakosten, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan de uitspraak begrote bedrag salaris van de advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans de veertiende dag na de datum van het vonnis, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Daartoe voert Spoor 6 – samengevat – het volgende aan.
Zilveren Kruis c.s. handelen onrechtmatig tegenover Spoor 6 met de introductie en handhaving van de nieuwe eis dat het therapeutisch proefverlof plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de cliënt. Deze nieuwe eis is niet in overeenstemming met de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ uit artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering. Het standpunt van Zilveren Kruis vindt geen steun in de relevante professionele standaard, de GGZ Standaard Alcohol, en is in strijd met het standpunt van het Zorginstituut Nederland over therapeutisch proefverlof in het buitenland. Door deze abrupte beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. handelt zij onrechtmatig tegenover Spoor 6 en Spoor 6 lijdt daardoor aanzienlijk omzetverlies, waardoor haar liquiditeit en een duurzaam rendabele exploitatie in gevaar komt.
Zilveren Kruis c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
Inleiding
In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of Zilveren Kruis c.s. onrechtmatig handelen tegenover Spoor 6 omdat zij hebben besloten vanaf 1 augustus 2026 geen machtigingsaanvragen van hun verzekerden in behandeling te nemen voor klinische verslavingszorg in het buitenland, en dus ook niet meer voor klinische verslavingsbehandeling in de partnerkliniek van Spoor 6 in Zuid-Afrika. Reden daarvoor is dat volgens Zilveren Kruis c.s. bij klinische verslavingszorg in het buitenland het therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische behandeling niet in de eigen leefomgeving van verzekerden in Nederland plaatsvindt, maar in het buitenland, in dit geval in Zuid-Afrika. Volgens Zilveren Kruis c.s. voldoet klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Voor een goed begrip van de zaak zal de voorzieningenrechter eerst nader uiteenzetten wanneer zorg op grond van de Zorgverzekeringswet is verzekerd.
Aanspraak op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw)
Op grond van artikel 11, eerste lid, Zvw heeft de verzekerde recht op prestaties bestaande uit (vergoeding van) de zorg of de overige diensten waaraan hij behoefte heeft. De inhoud en omvang van deze prestaties zijn op grond van artikel 11, derde en vierde lid, Zvw nader geregeld in het Besluit zorgverzekering (Bzv) en de Regeling zorgverzekering. De daarin omschreven prestaties vormen samen ‘de verzekerde zorg’ waarop op grond van de Zvw recht bestaat.
Artikel 2.1, tweede lid, Bzv bepaalt dat de inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid onder a, Zvw mede worden bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en – bij ontbreken van een zodanige maatstaf – door wat in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
Artikel 2.4 Bzv bepaalt dat geneeskundige zorg, voor zover hier van belang, zorg omvat zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden. Met de woorden ‘plegen te bieden’ met daaraan gekoppeld de aanduiding van een beroepsbeoefenaar, worden de inhoud en omvang van de zorg bepaald. De term ‘plegen te bieden’ wordt ingevuld met toepassing van artikel 2.1, tweede lid, Bzv. De artikelen 2.1, tweede lid, en 2.4 Bzv vullen dus samen in wat de verzekerde geneeskundige zorg inhoudt.
Met het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ in artikel 2.1, tweede lid, Bzv en de woorden ‘die plegen te bieden’ in de artikelen 2.4 tot en met 2.15 Bzv, is beoogd om die zorg tot onderdeel van het verzekerde pakket te maken, die de betrokken beroepsgroep rekent tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden. Daarbij zijn de stand van de medische wetenschap en de mate van acceptatie in de medische praktijk belangrijke graadmeters. Bepalend is in welke mate beroepsbeoefenaren dergelijke hulp als een professioneel juiste handelwijze beschouwen. Overigens kunnen de begrippen plegen te bieden en stand van de wetenschap en praktijk elkaar in de praktijk inhoudelijk overlappen, omdat de richtlijnen van de beroepsgroep aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of sprake is van zorg die de beroepsgroep pleegt te bieden ook een rol spelen bij de invulling van het criterium stand van de wetenschap en praktijk.
Van belang is dat wat behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk kan veranderen: (nieuwe) vormen van zorg kunnen tot de stand van de wetenschap gaan behoren en vormen van zorg die eerst wél tot de stand van de wetenschap en praktijk werden gerekend, kunnen in sommige gevallen daar niet langer toe behoren.
Het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) is onder meer belast met het bevorderen van de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in art. 11 Zvw. In dat kader dient het onder meer te beoordelen of een bepaalde vorm van zorg voldoet aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Het Zorginstituut kan in dat verband standpunten formuleren. Standpunten zijn officiële uitspraken van het Zorginstituut over de vraag of bepaalde zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Die standpunten zijn niet bindend. Of op grond van de Zvw aanspraak bestaat op (vergoeding van) een bepaalde prestatie, wordt bepaald door de hiervoor onder 4.3 en 4.4 vermelde criteria, maar het ligt gelet op de wettelijke taak van het Zorginstituut wel voor de hand om daarbij in beginsel uit te gaan van de door het Zorginstituut gegeven standpunten. De zorgverzekeraar die daarvan afwijkt, moet die afwijking deugdelijk te motiveren. Evenzeer dient de rechter die tot een ander oordeel komt dan is vervat in een dergelijk standpunt, dit deugdelijk te motiveren.
Het Zorginstituut heeft over veel medische behandelingen (nog) geen standpunt ingenomen, terwijl die behandelingen wel onder de verzekerde zorg vallen. Ook met betrekking tot specifiek klinische verslavingszorg in het buitenland heeft het Zorginstituut geen standpunt ingenomen. Het is primair aan de zorgverzekeraar om te beslissen of een bepaalde behandeling onder de dekking van de verzekering valt. En in veel gevallen beslist de zorgverzekeraar daarover zonder dat over de desbetreffende behandeling een standpunt van het Zorginstituut voorhanden is. Met betrekking tot de vergoeding van klinische verslavingszorg in het buitenland zijn er verzekeraars, waaronder Zilveren Kruis c.s., die dat wel vergoeden, maar ook verzekeraars die dergelijke zorg niet vergoeden.
Bij de beoordeling of zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk dienen alle relevante gegevens in aanmerking te worden genomen, waaronder literatuur, wetenschappelijke onderzoeken en gezaghebbende meningen van specialisten. Bij gebreke daarvan mag gebruik worden gemaakt van documenten van lagere orde, zoals publicaties van gezaghebbende meningen van medisch specialisten of richtlijnen die door wetenschappelijke verenigingen namens de beroepsgroep zijn opgesteld. Dan bepaalt de mate van consistentie van de onderzoeken dan wel publicaties of ze worden beschouwd als een voldoende onderbouwing.
De positie van niet-gecontracteerde zorgaanbieders
Spoor 6 is een niet-gecontracteerde zorgaanbieder van Zilveren Kruis c.s. Weliswaar zijn de normen die het stelsel van de Zvw bevat over de in artikel 11, eerste lid, Zvw genoemde zorgplicht van de zorgverzekeraars in de eerste plaats geschreven ten behoeve van de verzekerden, maar de Zvw beoogt, als onderdeel van de daarin nagestreefde doelmatigheid, mede de voorwaarden te scheppen voor een behoorlijk functionerende markt in de gezondheidszorg. Om die reden heeft de Hoge Raad in een uitspraak van 6 november 2015 geoordeeld dat ook de aanbieders van zorg, zoals Spoor 6, als marktpartijen wier positie mede geregeld wordt door de Zvw, op grond van de Zvw aanspraak erop kunnen maken dat verzekeraars bij de uitvoering van zorgovereenkomsten met hun verzekerden geen beleid voeren dat tot gevolg heeft dat de zorg waarop de Zvw aanspraak geeft, wordt beperkt. Dat betekent dat wanneer een zorgverzekeraar een beleid voert dat ertoe leidt dat de aanspraken op de zorgverzekeringen van haar verzekerden structureel wordt beperkt, of bemoeilijkt, de zorgverzekeraar daarmee ook onrechtmatig handelt jegens de aanbieder van de zorg waarop het beleid betrekking heeft.
De feitelijke gang van zaken tot 1 augustus 2026
Spoor 6 dient namens haar cliënten machtigingsaanvragen voor de klinische verslavingszorg in haar partnerkliniek in Zuid-Afrika bij (onder meer) Zilveren Kruis c.s. in. Tot 1 augustus 2026 werden die aanvragen door Zilveren Kruis c.s. in behandeling genomen.
Spoor 6 heeft onweersproken gesteld dat zij al vanaf 2011 aan verzekerden van Zilveren Kruis c.s. klinische verslavingszorg in Zuid-Afrika verleent via haar partnerkliniek en dat dit door Zilveren Kruis c.s. ook altijd is vergoed. Zilveren Kruis c.s. heeft zich in het verleden nooit op het standpunt gesteld dat de klinische behandeling in het buitenland geen verzekerde zorg was.
Inhoudelijke beoordeling
De voorzieningenrechter zal moeten beoordelen of de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland kan worden aangemerkt als verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw. Partijen verschillen namelijk van mening over de vraag of de klinische verslavingsbehandeling in Zuid-Afrika voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Is dat niet het geval, dan valt die zorg buiten het bereik van de Zvw en mogen Zilveren Kruis c.s. zelf bepalen of zij die zorg wel of niet verzekeren. Maar voldoet die klinische verslavingsbehandeling wél aan de stand van de wetenschap en praktijk, dan is sprake van verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw en mag Zilveren Kruis c.s. niet zodanige beperkingen opwerpen dat de toegang tot die zorg wordt beperkt of verhinderd.
Voldoet klinische verslavingszorg in het buitenland aan de stand van de wetenschap en praktijk?
Binnen het bestek van dit kort geding, waarin naar zijn aard slechts een voorlopig oordeel wordt gegeven over de rechtsvraag die tussen partijen in geschil is, ligt het onder de gegeven omstandigheden op de weg van Zilveren Kruis c.s. om adequaat te onderbouwen en genoegzaam aannemelijk te maken dat een klinische verslavingsbehandeling in het buitenland, waarbij het therapeutisch proefverlof ook in het buitenland plaatsvindt, niet behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk, zodat het, zoals zij stellen, niet tot verzekerde zorg als bedoeld in de Zvw behoort en dus niet hoeft te worden vergoed. Zilveren Kruis c.s. hebben deze zorg immers jarenlang wel vergoed, naar de voorzieningsrechter begrijpt als onderdeel van hun basisverzekeringen.
Ter onderbouwing van het standpunt dat klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet (langer) behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk en daarmee geen verzekerde zorg is als bedoeld in de Zvw hebben Zilveren Kruis c.s. zich beroepen op de navolgende passages uit verschillende publicaties:
1. Passages uit het rapport ‘Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs’ van het Zorginstituut van 13 oktober 2014 (pagina’s 8 en 9, 10, 22 respectievelijk 51):
“• Diagnostiek en behandelintensiteit
Diagnostiek en het bepalen van de behandelintensiteit zonder voorafgaande triage met een screeninginstrument zoals de MATE of EuropASI is niet overeenkomstig de geldende richtlijnen en voldoet daarmee niet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Als deze triage niet heeft plaatsgevonden, kunnen diagnostiek en de behandeling niet ten laste van de basisverzekering worden gebracht.
• Ambulante versus klinische detoxificatie
Er is geen evidentie voor verschil in effectiviteit tussen ambulante en klinische detoxificatie (ontgifting). Dat betekent dat per geval beoordeeld moet worden of verzekerde redelijkerwijs op de klinische setting is aangewezen. Wij raden partijen aan om bij de richtlijnontwikkeling heldere criteria te formuleren voor het indiceren van ambulante en klinische detoxificatie, opdat zorgverzekeraars kunnen vaststellen of verblijf noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg.
• Ambulante versus klinische behandeling
Klinische behandeling dient uitsluitend en in lijn met de multidisciplinaire richtlijnen voor ziekenhuisopname te worden aangeboden aan personen met ernstige medisch/psychische comorbiditeit, sociale desintegratie en/of een ernstige vorm van afhankelijkheid. Alleen in die gevallen is het verblijf noodzakelijk in verband met geneeskundige zorg. Als verzekerde niet aan deze indicatiecriteria voldoet is hij niet redelijkerwijs aangewezen op verblijf. De opname kan dan niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Dagbehandeling
Dagbehandeling kan aangewezen zijn als ambulante behandeling onvoldoende effect lijkt te sorteren of om opname te voorkomen. Bij dagbehandeling dient, conform de geldende richtlijn, de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd te zijn. Dagbehandelingen waarbij de interactie met de sociale omgeving van de cliënt niet geëffectueerd kan worden – zoals bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront – kunnen niet ten laste van de verzekering gebracht worden.
• Nazorg
Behandelprogramma's dienen altijd te voorzien in nazorg. Het ontbreken daarvan heeft negatieve gevolgen voor het effect van de behandeling. Behandelprogramma’s zonder nazorg zijn minder effectief. We raden zorgverzekeraars aan extra te controleren of nazorg onderdeel van het behandelprogramma is.
(…)
Er zijn aanwijzingen dat de reguliere aanbieders de richtlijnen volgen. Bij nieuwe aanbieders is dat minder duidelijk. Sommigen werken richtlijnconform, anderen lijken dat niet te doen. Ze passen nieuwe, niet onderzochte therapieën toe, nemen standaard mensen op of bieden dagbehandeling aan in het buitenland, terwijl de richtlijn stelt dat bij dagbehandeling de sociale structuur in tact moet blijven.
Bij zorg in het buitenland is er ook weinig zicht op de kwaliteit. Zorgverzekeraars weten soms niet eens dat zorg in het buitenland wordt geleverd, omdat dat gebeurt via onderaannemerschap.
Zorgverzekeraars stellen vast dat er sprake is van grote praktijkvariatie. Ook blijkt het niet eenvoudig om te beoordelen of declaraties rechtmatig zijn. Het onderscheid tussen behandeling, dagbesteding en dagstructurering is onvoldoende duidelijk, terwijl er verschillende tarieven hangen aan deze prestaties.
(…)
Het aanbod van de nieuwe aanbieders onderscheidt zich van de reguliere instellingen. Een opvallende ontwikkeling is dat Nederlandse klinieken samenwerken met klinieken in het buitenland, dan wel buitenlandse klinieken die een contract hebben met een Nederlandse zorgaanbieder (via onderaannemerschap).
(…)
Hoewel de innovatiekracht die de nieuwe aanbieders tentoonspreiden prijzenswaardig is, moet worden geconstateerd dat er veel verschillen zijn en dat er beperkte informatie beschikbaar is over de effectiviteit van de aangeboden behandelingen/behandelprogramma’s.
(…)
Voorwaarde voor dagbehandeling is dus dat de interactie met de sociale omgeving van de cliënt gegarandeerd is. Dagbehandelingen waarbij de reisafstand tussen de behandelsetting en de sociale omgeving van de cliënt zodanig groot is, dat regelmatige terugkeer naar huis tijdens de behandelperiode niet mogelijk is, voldoen niet aan deze voorwaarde. Dit is het geval bij dagbehandelingen in buitenlandse klinieken op afstand van het thuisfront. De interactie met de sociale omgeving is dan niet gegarandeerd. Ook zal de persoon na terugkomst de overgang moeten maken naar de dagelijkse werkelijkheid, waarvoor in het buitenland geen basis gelegd kan worden. De conclusie is dan ook, dat dagbehandelingen waarbij de sociale structuur van de cliënt niet gehandhaafd kan blijven, niet passen in de behandelopzet van dagbehandeling zoals geformuleerd in de richtlijn. Dergelijke dagbehandelingen zijn niet voldoende effectief. Zorginstituut Nederland acht het daarom noodzakelijk dat zorgverzekeraars inzicht hebben in wat de dagbehandeling behelst en waar deze wordt verleend om te kunnen beoordelen of dagbehandeling gepast wordt ingezet.”
2. De volgende passages uit de GGZ Zorgstandaard Alcohol (autorisatiedatum 2 november 2017, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 8, 42, 43, 68, 84 respectievelijk 148):
“Doel van de zorg
Het doel is dat mensen hun leven - met of zonder alcoholproblemen – naar behoefte als volwaardig burger kunnen inrichten met alle (maatschappelijke) verplichtingen en mogelijkheden die daarbij horen.
(…)
naasten: De zorgverlener bespreekt met de patiënt die bij hem in behandeling is wegens alcoholproblematiek of, in welke mate en wanneer de partner of eventueel andere gezinsleden betrokken worden bij de behandeling. De sociale omgeving kan het qedragspatroon van de patiënt mede in stand houden zonder dat men zich daarvan bewust is (NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik (derde herziening), 2014).
(…)
Goede behandeling, begeleiding en ondersteuning (inclusief informele zorg en zelfhulpgroepen) richten zich behalve op individuele patiënten ook op hun omgeving.
(…)
‘Herstel’ is een uniek en persoonlijk proces waarbij men toewerkt naar een volwaardig en zinvol leven - ondanks de beperkingen die alcoholproblemen kunnen geven. Het gaat daarom ook om het – naar het oordeel van de patiënt - psychisch en sociaal weer goed kunnen functioneren en het kunnen deelnemen aan de maatschappij.
(…)
Naast echelonnering is gepast gebruik van zorg een uitgangspunt binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject (‘matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.
(…)
Uitgangspunt voor de ggz is passende, herstelondersteunende zorg. Andere uitgangspunten voor de organisatie van herstelondersteunende zorg zijn:
Behandeling, begeleiding en ondersteuning worden zoveel mogelijk in de gewone samenleving en in de eigen omgeving van de patiënt aangeboden.”
3. De volgende passages uit de GGZ Richtlijn Drugs (niet-opioïden) (autorisatiedatum 26 februari 2018, beoordelingsdatum 17 juni 2022; pagina’s 25, 67 respectievelijk 74):
“We beperken ons wat betreft functioneel herstel tot activiteiten en participatie. Levensdomeinen waar dit betrekking op heeft zijn onder meer: werk of scholing, inkomen, communicatie, zelfverzorging, huishoudelijke taken, interpersoonlijke interacties en relaties, etc.
(…)
De professionals zijn van mening dat een klinische opname voor detoxificatie of vervolgbehandeling, wanneer noodzakelijk, zo kort mogelijk dient te zijn. De patiënt dient zoveel mogelijk in zijn/haar eigen leefomgeving behandeld te worden, om te kunnen leren omgaan met zucht en andere risicosituaties die kunnen leiden tot terugval.
(…)
Ten aanzien van de klinische twaalfstappenbehandeling volgens het Minnesota Model merken de ervaringsdeskundigen op dat deze behandeling slechts geschikt is voor een selecte doelgroep van mensen die qua huisvesting, relaties en werk nog goed ingebed zijn. De Minnesota behandelingen die in het buitenland worden aangeboden, worden volgens de ervaringsdeskundigen nogal eens geromantiseerd; voor veel verslaafde mensen is juist behandeling in de eigen omgeving van groot belang.”
4. De Richtlijnen van Federatie Medisch Specialisten, zoals de richtlijn ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol’ (beoordelingsdatum 18 september 2023, publicatiedatum: 30 september 2025; pagina’s 9 en 10 respectievelijk 98):
“Visie Stichting het Zwarte Gat op goede herstelondersteunende zorg:
* ShZG is van mening dat goede herstelondersteunende zorg wordt gekenmerkt door:
(…)
∙ Bevorderen dat de cliënt gebruik maakt van de positieve krachten in zichzelf en in diens omgeving.
(…)
In de praktijk wordt geen meerwaarde gezien van behandeling in het buitenland, vooral als deze niet ingebed is in een ambulant nazorgprogramma in de eigen regio.”
5. Het advies van het Zorginstituut van 19 maart 2025 in een procedure bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) (zaaknummer: 2025003933; pagina 3):
“Ook is in de Zorgstandaard Alcohol (Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving) beschreven dat therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uitmaakt van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.”
6. Het rapport ‘Middelgrote en kleine verslavingszorginstellingen: zorgaanbod onder de maat’ van de Inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) (publicatiedatum 9 juli 2026):
Opvallend is dat veel van deze nieuwe aanbieders zelf ervaringskennis hebben opgedaan binnen de verslavingszorg. Zij willen zorg bieden vanuit de overtuiging dat zij dit beter kunnen organiseren dan de zorg die zij zelf eerder hebben ontvangen.
Veel van deze aanbieders besteden (een deel van) de zorg uit aan instellingen in het buitenland, zowel binnen Europa als daarbuiten.
(…)
De inspectie heeft geen bevoegdheid om te oordelen over zorg die in het buitenland wordt geleverd. Daarom blijft dit deel van het aanbod buiten beschouwing.
(…)
Het is nodig dat stelselpartijen duidelijk positie innemen over de kansen en risico’s van zorg in het buitenland. Het is nodig de kwaliteit en de meerwaarde van die zorg in het buitenland beter te onderzoeken. Ook moet duidelijk zijn wie het aanspreekpunt is voor een cliënt bij de overdacht naar een instelling in het buitenland en bij terugkeer in Nederland en wat de rol van de regiebehandelaar hierin is.
Zilveren Kruis c.s. bepleiten aan de hand van voornoemde passages dat het therapeutisch proefverlof in de eigen omgeving moet plaatsvinden om het doel te bereiken dat de patiënt weer kan functioneren in en kan deelnemen aan de maatschappij. Zij menen dat de omstandigheden in het buitenland per definitie onvoldoende vergelijkbaar zijn met de thuissituatie (klimaat, cultuur, taal, mensen, activiteiten en (sociale) omgeving), waardoor oefenen op een manier die relevant is voor de eigen omgeving daar niet mogelijk is. Risicosituaties en triggers zijn in het buitenland niet (goed) na te bootsen, aldus Zilveren Kruis c.s. Als voorbeeld hebben Zilveren Kruis c.s. onder meer genoemd een feestje met de vriendengroep, een borrel op het werk, een etentje met familie en stress op het werk.
Van de zijde van Spoor 6 is aangevoerd dat de publicaties die Zilveren Kruis in deze procedure naar voren heeft gebracht om haar beleidswijziging te onderbouwen, alle dateren van jaren geleden en dat deze sindsdien niet zijn gewijzigd. Spoor 6 wijst erop dat Zilveren Kruis c.s. ook al die tijd – toen voornoemde rapporten, richtlijnen en standaarden al beschikbaar waren – ervan uit is gegaan dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van een klinische behandeling in het buitenland kan plaatsvinden. Spoor 6 heeft daarbij ook aangevoerd dat, anders dan Zilveren Kruis c.s. doen voorkomen, de (thuis)omgeving/naasten van cliënten intensief worden betrokken bij de behandeling, onder meer via Teams-meetings. Ook heeft Spoor 6 een beroep gedaan op een advies van het Zorginstituut van 31 augustus 2023 in een procedure bij de SKGZ (zaaknummer: 2023026440). In dit advies schrijft het Zorginstituut over het therapeutisch proefverlof onder meer (pagina 3):
“In de zorgstandaard staat over therapeutisch proefverlof het volgende:‘Gepast gebruik van zorg is een van de uitgangspunten binnen de zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving. Gepast gebruik gaat over de Juiste inzet van hulp bij aanvang van een behandeling maar ook over het juiste moment van op- of afschalen van een behandeltraject ('matched care’). Zo maakt therapeutisch proefverlof vanuit klinische opname een essentieel onderdeel uit van de behandeling. Het vanuit de kliniek oefenen van vaardigheden past in graduele afbouw van de intensiteit van de zorg.’
Anders dan verweerder stelt blijkt uit de zorgstandaard niet dat het proefverlof per se inhoudt dat betrokkene terugkeert naar de thuissituatie. Er wordt kortweg gesproken over proefverlof. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om vrijheden op te bouwen in de buurt van de kliniek. De oefensituaties die worden aangeboden, bootsen dan een thuissituatie na, zoals een bezoek aan supermarkt met alle triggers van dien.”
Spoor 6 voert aan dat dit advies, dat weliswaar is gegeven in een individuele zaak, algemeen van aard is en daarmee relevant is voor de uitleg van de vraag of therapeutisch proefverlof in het buitenland kan plaatsvinden.
Ter zitting hebben Zilveren Kruis c.s. toegelicht dat onderzoek naar de vraag of de klinische behandeling in het buitenland wel voor vergoeding in aanmerking komt, mede is ingegeven door signalen die zij heeft ontvangen van verzekerden. Zo heeft zij berichten ontvangen van verzekerden die naar eigen zeggen ondervonden dat de buitenlandse setting te veel verschilde van de realiteit bij terugkeer. Ook hebben zij gewezen op het recent verschenen en eerdergenoemde rapport van de IGJ waarin zorgen zijn geuit over de kwaliteit van zorg van (onder meer) zorgaanbieders die een deel van de zorg uitbesteden aan zorgaanbieders in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. hebben aangevoerd dat zij toen kritisch hebben gekeken of de vergoedingen wel goed zijn afgebakend, en of verslavingszorg in het buitenland wel behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk. Zij concluderen na bestudering van voornoemde publicaties dat dit niet het geval is, zodat zij hebben besloten machtigingsaanvragen voor dergelijke behandelingen vanaf 1 augustus 2026 niet meer in behandeling te nemen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Spoor 6 met juistheid aanvoert dat de beleidswijziging van Zilveren Kruis c.s. in ieder geval niet is geënt op nieuwe richtlijnen of standpunten van het Zorginstituut of op grond van recente of nieuwe wetenschappelijke publicaties, met uitzondering van het niet in het geding gebrachte rapport van de IGJ. Maar dat rapport ziet op de kwaliteit van de zorgaanbieders en gaat niet over de vraag of klinische verslavingszorg in het buitenland in zijn algemeenheid voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.
Ook op basis van de overige door Zilveren Kruis c.s. aangehaalde publicaties is de voorzieningenrechter van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. (in ieder geval op dit moment) onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat therapeutisch proefverlof als onderdeel van de klinische verslavingszorgbehandeling niet in het buitenland zou kunnen plaatsvinden en dat die zorg niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Dat de bezwaren van Zilveren Kruis c.s. bij een proefverlof in het buitenland minst genomen wel te volgen zijn, is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat de beleidswijziging is toegestaan omdat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland niet voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Daar komt bij dat de ter zitting naar voren gebrachte signalen die Zilveren Kruis c.s. van verzekerden hebben ontvangen niet nader zijn geconcretiseerd en ook niet inzichtelijk zijn gemaakt. Verder is van belang dat het advies van het Zorginstituut in de procedure bij de SKGZ – dat weliswaar niet heeft te gelden als een standpunt van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 64 Zvw – proefverlof in het buitenland niet categorisch afwijst; integendeel.
Zilveren Kruis c.s. hebben nog omstandigheden aangedragen waaruit zou blijken dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland. Zilveren Kruis c.s. betogen dat vanwege die omstandigheden therapeutisch proefverlof volgens de beroepsgroep geen verslavingszorg is zoals medisch specialisten en klinisch-psychologen die plegen te bieden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis c.s. die conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Het enkele feit dat therapeutisch proefverlof in Nederland passender en effectiever zou zijn dan therapeutisch proefverlof in het buitenland betekent op zichzelf nog niet dat de klinische verslavingsbehandeling in het buitenland daarmee geen verzekerde zorg is.
Dit alles leidt ertoe dat Zilveren Kruis c.s. de door Spoor 6 ingediende machtigingsaanvragen voor klinische verslavingszorg in haar partnerkliniek in Zuid-Afrika (vooralsnog) in behandeling dient te nemen en die aanvragen niet mag afwijzen op de (enkele) grond dat het therapeutisch proefverlof, als onderdeel van de klinische verslavingsbehandeling, in die partnerkliniek van Spoor 6 in Zuid-Afrika plaatsvindt.
Voor het definitieve oordeel over de vraag of klinische verslavingsbehandelingen in het buitenland, waarbij ook het proefverlof in het buitenland plaatsvindt, behoren tot de stand van de wetenschap en praktijk is een bodemprocedure aangewezen. Een duidelijk standpunt van het Zorginstituut zou daarbij zeer behulpzaam zijn. Voor nu zal Zilveren Kruis c.s. worden geboden om de machtigingsaanvragen (zo nodig: alsnog) in behandeling te nemen, en deze machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden. Daarmee samenhangend zal het Zilveren Kruis c.s. worden verboden om een klinische behandeling door Spoor 6 (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden. Het gevorderde onder III zal worden afgewezen, nu dat al onderdeel uitmaakt van het onder I en II gevorderde.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
Zilveren Kruis c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Spoor 6 worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door (tussenkomst van) Spoor 6 die sinds 1 augustus 2026 niet in behandeling zijn genomen door Zilveren Kruis c.s., alsnog in behandeling te nemen indien en voor zover de verzekerden van Zilveren Kruis c.s. die aanvragen gestand doen, en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
gebiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om nieuwe machtigingsaanvragen voor een klinische behandeling (in het buitenland) door (tussenkomst van) Spoor 6 in behandeling te nemen en ieder van die machtigingsaanvragen te beoordelen zonder daarbij de eis te hanteren dat het therapeutisch proefverlof in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde moet (kunnen) plaatsvinden;
verbiedt Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich om een klinische behandeling door (tussenkomst van) Spoor 6 (deels) niet te vergoeden op de enkele grond dat het therapeutisch proefverlof niet in de eigen (woon- en/of leef)omgeving van de desbetreffende verzekerde kan plaatsvinden, althans heeft plaatsgevonden;
bepaalt dat Zilveren Kruis c.s. ieder voor zich een dwangsom van € 20.000 verbeuren voor iedere dag waarop door de desbetreffende partij niet wordt voldaan aan voornoemde geboden en voornoemd verbod, met een maximale hoogte per dwangsom van € 500.000, welke dwangsommen in zullen gaan op de dag nadat het vonnis aan Zilveren Kruis c.s. is betekend;
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Zilveren Kruis c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
veroordeelt Zilveren Kruis c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.
ddg