RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43008
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
(gemachtigde: S. Sinniah).
Procesverloop
1. De minister heeft op 4 juni 2025 een voornemen uitgebracht tot het opleggen van een terugkeerbesluit. Verzoeker heeft hierop gereageerd met een zienswijze. Met het besluit van 11 augustus 2025 (het bestreden besluit) is een terugkeerbesluit opgelegd.
2. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (kenmerk: NL25.43007) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter doet met toestemming van partijen uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.43007, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 augustus 2026