RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34240
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop
Bij besluit van 1 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft op zitting het beroep tegen het terugkeerbesluit ingetrokken. Wat betreft het inreisverbod stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. Verweerder heeft tijdens het gehoor onvoldoende doorgevraagd. Eiser kan door het inreisverbod twee jaar niet werken in de Europese Unie en kan daardoor zijn familie niet onderhouden. Volgens eiser is er daarom sprake van een schending van artikel 8 van het Verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
2. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder tijdens het gehoor voldoende doorgevraagd. Verweerder heeft op voldoende wijze aan zijn onderzoeksplicht voldaan. Eiser heeft met zijn verklaringen tijdens het gehoor niet aannemelijk gemaakt dat er door het opleggen van het inreisverbod sprake is van een schending van artikel 3 of 8 van het EVRM.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026 door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.