RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15420
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
Procesverloop
Op 26 mei 2021 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel “medische behandeling”. De minister heeft op 5 juli 2021 een besluit genomen op de aanvraag van eiseres en de aanvraag afgewezen. Eiseres heeft op 30 juli 2021 tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Op 6 maart 2025 heeft de minister een beslissing op het bezwaar genomen. Eiseres heeft op 1 april 2025 tegen deze beslissing op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Deze uitspraak gaat over dat beroep.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 3 april 2025 een bericht gestuurd waarin staat dat zij uiterlijk op 1 mei 2025 moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit. Daarbij is medegedeeld dat, als eiseres niet binnen de genoemde termijn reageert, de rechtbank hieruit de gevolgtrekkingen zal maken die haar geraden voorkomen. Eiseres heeft niet op het bericht gereageerd. Er zijn namens eiseres ook geen redenen genoemd waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend.
4. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb) en zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 juni 2026
Documentcode:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.