RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.55926
v-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B. Temeltasch),
en
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 21 september 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vw opgelegd.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De minister heeft op 23 september 2026 de bewaring opgeheven.
Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. De rechtbank heeft het onderzoek op 5 oktober 2026 gesloten.
Overwegingen
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De minister heeft in zijn brief van 23 september 2026 meegedeeld dat de maatregel van 21 september 2026 is opgeheven op 23 september 2026 vanwege een vormfout. De minister heeft zich bereid verklaard aan eiser een schadevergoeding van
€ 400,- (1x € 160,- vanwege één dag verblijf in een politiecel en 2 x € 120,- vanwege twee dagen verblijf in een huis van bewaring) en een proceskostenvergoeding ter hoogte van
€ 934,- (1 punt) toe te kennen.
4. Gelet op bovenstaande is niet in geschil dat de maatregel vanwege een vormfout vanaf het moment van oplegging onrechtmatig was. Het beroep is daarom gegrond. Omdat de bewaring al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig.
5. Eiser maakt aanspraak op een schadevergoeding. De rechtbank zal het door de minister reeds aangeboden bedrag aan schadevergoeding toekennen.
6. Eiser maakt ook aanspraak op een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank zal ook het door de minister reeds aangeboden bedrag aan proceskosten toekennen. De rechtbank rekent hierbij één punt voor de kennisgeving.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. Wetterauw, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.