ECLI:NL:RBDHA:2026:29477

ECLI:NL:RBDHA:2026:29477

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer NL26.35150
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

AMbV Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.35150

(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),

en

(gemachtigde: mr. I.L.E. Dissevelt).

Procesverloop

Met het besluit van 18 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL26.35151), op 29 september 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet op zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiser heeft de Soedanese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]. Eiser heeft op 31 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland ingediend.

Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 31 januari 2026 op illegale wijze de grens van Spanje heeft overschreden. Op 13 april 2026 heeft Nederland aan Spanje verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Spanje heeft dit overnameverzoek op 9 juni 2026 op dezelfde grondslag aanvaard.

Totstandkoming van het besluit

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser met toepassing van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet in behandeling genomen, omdat Spanje op grond van de Verordening (EU) nr. 2024/1351 (Asiel- en Migratiebeheerverordening, hierna: AMbV) verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) strijdige behandeling. Ook heeft eiser volgens verweerder geen andere redenen aannemelijk gemaakt die aanleiding geven om zijn asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen.

Beroepsgronden van eiser

3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat Nederland erop mag vertrouwen dat Spanje zich aan de regels houdt en verwijst hiervoor naar pagina’s 103 en 104 van het meest recente AIDA-rapport (update 2025) van april 2026. De overweging in het bestreden besluit en de daarin aangehaalde uitspraken van de Afdeling dat het beeld van de tekorten in de opvang in Spanje al jaren hetzelfde is, zou volgens eiser bij uitstek een reden zijn voor de conclusie dat verweerder er niet op mag vertrouwen dat Spanje zich aan de regels houdt. Daarnaast voert eiser aan dat indien hij geen opvang krijgt, het niet reëel is om er van uit te gaan dat eiser in staat zal zijn hier juridisch tegen op te komen. Overdracht aan Spanje leidt volgens eiser tot een gegronde vrees voor behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest, waardoor verweerder de verantwoordelijkheid voor eisers asielaanvraag op grond van artikel 16, derde lid van de AMbV op zich had moeten nemen. Eiser concludeert dat het bestreden besluit strijdig is met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), artikel 4 van het Handvest en artikel 16 van de AMbV.

Beoordeling van de beroepsgronden door de rechtbank

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat verweerder mag uitgaan van het vermoeden dat lidstaten bij de behandeling van asielzoekers hun internationale verplichtingen zullen nakomen (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft dit ten aanzien van Spanje nog aangenomen op 16 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1431), waarin de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 28 februari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:3598) is bevestigd en in de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5661), waarin de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem van 14 oktober 2025 (ECLI:RBDHA:2025:20950) is bevestigd. Dit betekent dat verweerder in beginsel mag uitgaan van het vermoeden dat Spanje zijn internationale verplichtingen tegenover eiser zal nakomen en dat eiser bij overdracht aan Spanje geen risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) strijdige behandeling. Dit vermoeden is weerlegbaar. Het is aan eiser om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten, een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Daarvoor kan hij objectieve (landen)informatie over de werking van het asiel- en opvangsysteem in Spanje overleggen of verklaringen afleggen over zijn eigen ervaringen ten aanzien van het asiel- en opvangsysteem in Spanje. Niet elke tekortkoming in het asiel- en opvangsysteem van de verantwoordelijke lidstaat levert een schending op van artikel 4 van het Handvest. Daarvan is pas sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken (zie punten 91-93 van het arrest Jawo van het Hof van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218).

Eiser voert aan dat Spanje al jaren tekortschiet in de opvang van asielzoekers en dat er al jaren onaanvaardbare grote aantallen asielzoekers om die reden op straat leven, en verwijst hiervoor naar pagina’s 103 en 104 van het AIDA-rapport van april 2026 (update 2025). De door eiser aangehaalde passage op deze pagina’s ziet met name op cijfers van dakloosheid onder asielzoekers in verschillende regio’s van Spanje. Deze informatie ziet niet specifiek op de situatie waarin personen worden overgedragen aan Spanje op grond van de Dublinverordening of de AMbV en onderbouwt naar het oordeel van de rechtbank niet waarom specifiek eiser een reëel risico loopt op behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest bij overdracht aan Spanje. Verder voert eiser aan dat uit het bestreden besluit en de daarin aangehaalde uitspraken van de Afdeling, waarin het AIDA-rapport (update 2024) is betrokken, kan worden opgemaakt dat de tekorten in de opvang in Spanje al jaren hetzelfde zijn, wat bij uitstek een reden is voor de conclusie dat verweerder er niet op mag vertrouwen dat Spanje zich aan de regels houdt. De rechtbank gaat hier niet in mee en overweegt het volgende. De update van 2025 schetst geen wezenlijk ander of slechter beeld van de situatie in Spanje dan uit de eerdere updates blijkt. Al in de update van 2024 stond vermeld dat er problemen zijn met toegang tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Uit de update van 2025 kan worden afgeleid dat die problemen er nog steeds zijn, maar niet dat die zodanig zijn dat er sprake is van structurele tekortkomingen die de hoge drempel van zwaarwegendheid zoals beschreven in het hiervoor genoemde Jawo arrest halen. De enkele stelling dat de tekortkomingen in de aangehaalde AIDA-rapporten hetzelfde zijn gebleven is onvoldoende om een structureel karakter aan te nemen die de hoge Jawo-drempel haalt. Uit het AIDA-rapport (update 2025) blijkt niet dat de situatie is verslechterd. Ook volgt uit pagina 48 van dit AIDA-rapport dat de Spaanse autoriteiten pogingen doen om de asielprocedure te verbeteren en dus niet onwelwillend zijn om maatregelen te treffen. Het voorgaande betekent dat de verweerder zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet met landeninformatie aannemelijk heeft gemaakt dat hij na overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten op het gebied van opvang en zorg, een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM.

Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank voorts terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser ook met zijn verklaringen over wat hij zelf in Spanje heeft meegemaakt, niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij na overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten, een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM. Uit pagina 5 van het aanmeldgehoor blijkt dat eiser niet terug wil naar Spanje, omdat het in Nederland beter is en hij in Spanje werd bekeken alsof hij minderwaardig was. De rechtbank ziet hierin geen concrete verklaringen die maken dat eiser in een situatie terecht zal komen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid zoals beschreven in het hiervoor genoemde Jawo arrest haalt. Niet is gebleken dat eiser zelf nadeel heeft ondervonden van het gestelde tekort in opvangvoorzieningen in Spanje. Hierbij is ook van belang dat eiser niet eerder is overgedragen aan Spanje op grond van de Dublinverordening of de AMbV. Spanje heeft met het claimakkoord gegarandeerd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen, in overeenstemming met de internationale verplichtingen die voortvloeien uit Europese richtlijnen en die horen bij het behandelen van een asielaanvraag.

Indien eiser zich na overdracht aan Spanje, onverhoopt, geconfronteerd zou zien met problemen (bijvoorbeeld bij het verkrijgen van opvang of zorg), geldt dat hij zich hierover dient te beklagen bij de (hogere) autoriteiten in Spanje (vgl. het arrest van het EHRM van 2 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1202DEC003273308, in de zaak K.R.S. tegen het Verenigd Koninkrijk). Eiser voert aan niet te kunnen klagen in Spanje, in de eerste plaats omdat hij op straat zal verblijven. Daarnaast heeft eiser geen geld, spreekt hij de taal niet en zal het voor eiser ook niet mogelijk zijn om zich te voorzien van een advocaat of rechtsbijstandverlener. Uit zijn verklaringen blijkt niet dat hij heeft gepoogd zich te beklagen bij de Spaanse autoriteiten en dat dit niet is gelukt. Eiser heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de Spaanse autoriteiten niet willen of kunnen helpen of dat klagen in Spanje onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Tito Lliulli, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar

Griffier

  • mr. P. Tito Lliulli

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand