RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8670
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop
Eiseres heeft op 17 mei 2019 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij besluit van 20 april 2021 heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem heeft in de uitspraak van 21 januari 2022 het beroep van eiseres gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Bij besluit van 22 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft op 20 april 2023 en 25 april 2024 beroepsgronden ingediend.
Verweerder heeft in reactie op de beroepsgronden van 25 april 2024, op 30 mei 2024 verzocht om aanhouding van het beroep om eiseres aanvullend te horen en een aanvullend besluit te nemen. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep, mede gelet op de instemming van eiseres, op 4 juni 2024 aangehouden.
Op 6 december 2024 heeft verweerder een aanvullend besluit genomen.
Eiseres heeft hierop op 5 februari 2025 gereageerd.
Verweerder heeft op 3 februari 2026 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn verschenen en vergezeld door de (gestelde) partner van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na de behandeling van het beroep en voorafgaand aan het sluiten van het onderzoek heeft de rechtbank een voorlopig oordeel gegeven omdat de rechtbank eiseres niet kon verzekeren dat op korte termijn uitspraak kon worden gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
1. Eiseres heeft de Ugandese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1998. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is en hierdoor problemen heeft ondervonden. Eiseres heeft Uganda verlaten omdat een vriendin waarmee zij opnames heeft gemaakt van een LHBTI-festival is opgepakt en vastgezet door de politie. Eiseres stelt dat de politie ook naar haar op zoek is. In Uganda is verder bekend dat eiseres lesbisch is omdat zij vanuit Nederland een foto met regenboogvlag op Facebook heeft geplaatst. Door deze foto is de zus van eiseres, die in Nederland verblijft, boos geworden en heeft zij de familie op de hoogte gesteld. Ook hiervoor vreest eiseres. In 2022 heeft eiseres in Nederland [partner] leren kennen waarmee zij later een liefdesrelatie heeft gekregen.
Het bestreden besluit en het aanvullende besluit
2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond omdat verweerder de homoseksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig acht (element 2). Ook de problemen als gevolg van de homoseksuele gerichtheid heeft verweerder ongeloofwaardig geacht (element 3). Verweerder gelooft niet dat eiseres een liefdesrelatie heeft met [partner]. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres onvoldoende overtuigend zijn om haar geaardheid aannemelijk te maken. De verklaringen van derden dragen verder onvoldoende bij aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres. Daarnaast bevatten de verklaringen van eiseres volgens verweerder aanzienlijke inconsistenties die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van haar asielmotief. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het feit dat eiseres zich pas na drie maanden voor asiel heeft gemeld, ernstige twijfels oproept over de urgentie van haar situatie. Ook heeft eiseres Uganda legaal verlaten, wat volgens verweerder in contrast staat met haar bewering dat zij actief door de Ugandese autoriteiten werd gezocht. Verweerder begrijpt ook niet waarom eiseres niet meteen melding heeft gemaakt van haar relatie met [partner].
Het standpunt van eiseres
3. Eiseres voert – kort samengevat – aan dat zij haar gevoelens goed heeft uitgelegd en niet inconsistent heeft verklaard. Volgens eiseres is er niet goed naar de toelichting in de correcties en aanvullingen en de zienswijze gekeken. Met name het referentiekader en het introverte karakter van eiseres zijn onvoldoende bij de beoordeling betrokken. Verder heeft verweerder nagelaten om de verklaringen van derden op inhoud te beoordelen en op juiste waarde te schatten. Ten slotte heeft eiseres verweerder verzocht om [partner] te horen in het kader van de samenwerkingsverplichting.
Het oordeel van de rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de homoseksuele gerichtheid van eiseres niet geloofwaardig is en overweegt daartoe als volgt.
Homoseksuele gerichtheid
5. Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft in de uitspraak van 21 januari 2022 overwogen dat eiseres niet wisselend of tegenstrijdig heeft verklaard over het moment dat zij begon te realiseren dat zij een homoseksuele geaardheid heeft. Ook heeft de rechtbank in deze uitspraak geoordeeld dat uit verweerders motivering onvoldoende duidelijk blijkt waarom hij de verklaringen van eiseres over de gedachten en gevoelens die zij had bij de ontdekking van haar homoseksuele geaardheid te algemeen, oppervlakkig en summier acht en waarom eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt wat zij dacht en voelde toen ze ontdekte dat ze lesbisch was. De rechtbank heeft verweerder vervolgens opgedragen om een nieuw besluit te nemen waarbij de verklaringen opnieuw integraal op geloofwaardigheid beoordeeld worden en waarbij de overwegingen van de uitspraak in acht worden genomen. Verweerder heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen deze uitspraak, zodat de overwegingen in deze uitspraak het uitgangspunt vormen voor de verdere beoordeling van de geloofwaardigheidsbeoordeling die door verweerder is verricht.
6. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder er wederom niet in is geslaagd om een deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling te verrichten en motiveert dit als volgt.
7. De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat en waarom de verklaringen van eiseres over haar homoseksuele gerichtheid inconsistent en onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank begrijpt dat verweerder vindt dat eiseres op bepaalde punten algemeen heeft verklaard, maar afgezet tegen haar volledige relaas is niet duidelijk waarom deze enkele algemene verklaringen maken dat de homoseksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig wordt geacht. De rechtbank stelt vast dat eiseres op hoofdlijnen consistent heeft verklaard over de ontwikkeling van haar seksuele geaardheid. In de verklaringen hierover heeft de rechtbank geen tegenstrijdigheden geconstateerd. Dat verweerder bepaalde feitelijke gedragingen van eiseres, zoals het legaal uitreizen, het niet onverwijld asiel aanvragen of het niet onverwijld aan haar advocaat en aan verweerder mededelen dat zij een nieuwe relatie is aangegaan, vreemd of onlogisch acht, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom dit gedrag onlogisch is voor eiseres die niet op de hoogte is van alle procedurele kwesties en al lange tijd in een onzekere situatie over haar asielprocedure zit. Eiseres heeft hier bovendien verklaringen over afgelegd om haar feitelijke gedragingen nader toe te lichten. De rechtbank overweegt dat voor zover de hoor- of beslismedewerker bepaalde gedragingen van eiseres in Uganda onlogisch vindt of dat er verwacht wordt dat iemand in een vergelijkbare situatie anders handelt, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom dit de geloofwaardigheid van de verklaringen regardeert. Verweerder heeft niet uitgelegd waarop de aannames zijn gebaseerd dat een lesbische vrouw in bepaalde situaties in Uganda ‘logischerwijs’ zich anders zou gedragen. En ook als gedragingen objectief beschouwd als ‘onlogisch’ zouden kunnen worden aangemerkt, betekent die niet zonder meer dat deze gestelde gedragingen dus niet hebben plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dan ook dat verweerder deze tegenwerpingen niet ten grondslag kan leggen aan zijn standpunt dat eiseres haar relaas niet aannemelijk heeft weten te maken.
8. De rechtbank concludeert dat verweerder de verklaringen van eiseres ten aanzien van haar homoseksuele gerichtheid ten onrechte niet als in hoofdlijnen consistent heeft gekwalificeerd. Omdat de verklaringen op hoofdlijnen consistent zijn, had verweerder nader moeten motiveren waarom feitelijke gedragingen die verweerder ‘onlogisch’ acht afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen. Nadat de rechtbank, zittingsplaats Arnhem, het eerste besluit op de aanvraag van eiseres heeft vernietigd, heeft verweerder nagenoeg elke verklaring van eiseres te vaag en te algemeen geacht. Verweerder heeft in alle gehoren bij herhaling aan eiseres gevraagd om ‘gedetailleerder’ te verklaren en heeft, omdat eiseres dat niet heeft gedaan, haar verklaringen over haar geaardheid ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft echter in het geheel niet gemotiveerd waarom hij meent dat eiseres gedetailleerder zou kunnen verklaren. Daargelaten dat voor de rechtbank niet is na te gaan in hoeverre het referentiekader van eiseres is betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid, legt verweerder niet uit waarom hij er van uitgaat dat eiseres ‘diepe gevoelens’ over haar geaardheid en relatie zou moeten hebben. Als eiseres geen diepgang ervaart in haar gevoelens staat dit in de weg aan het gedetailleerd verklaren over deze gevoelens. Indien eiseres deze diepgang wel zou ervaren is ook niet duidelijk waarom verweerder aanneemt dat eiseres in staat zou zijn om deze gevoelens in woorden en in gesproken taal uit te kunnen drukken. Juist nu eiseres niet tegenstrijdig heeft verklaard en in staat is gebleken om met haar eigen verklaringen de hoofdlijnen van haar seksuele ontwikkeling en de bewustwording van haar seksuele geaardheid te beschrijven, had verweerder een nadere motivering van de onderliggende aannames waar hij -kennelijk- van uit gaat moeten geven. Het ‘vaag en algemeen vinden’ van elke verklaring die eiseres heeft afgelegd doet geen recht aan de verklaringen die eiseres heeft afgelegd en is gewoonweg te eenvoudig. Van een deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling van de verklaringen van eiseres is dan ook geen sprake.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder niet kon volstaan met het standpunt dat de verklaringen van derden en de overige documenten niet substantieel zijn om de geaardheid van eiseres aan te tonen. In beginsel is het aan eiseres om haar asielrelaas aannemelijk te maken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd of de verklaringen van derden het relaas van eiseres kunnen ondersteunen. Het is namelijk niet nodig dat die verklaringen de homoseksuele geaardheid van eiseres ‘aantonen’. Dat de verklaringen van de vriendinnen van eiseres meer gaan over hun persoonlijke omstandigheden dan over de feitelijke omstandigheden van eiseres, wat de waarde als bewijs voor haar geaardheid volgens verweerder beperkt, betekent niet dat verweerder deze verklaringen zonder meer ter zijde kan schuiven en betekent niet dat er geen (enkel) ondersteunend bewijs van deze verklaringen kan uitgaan. Bovendien gaat eiseres al voor een lange periode naar LHBTI-bijeenkomsten, hetgeen door verweerder ook niet is betwist. Verweerder heeft nagelaten de in deze procedure overgelegde verklaringen en stukken tegen die achtergrond te beoordelen. Omdat verweerder geen ondersteunende bewijswaarde aan de verklaringen van derden en de feitelijke gedragingen van eiseres in de LHBTI-gemeenschap heeft toegekend, is de rechtbank van oordeel dat verweerder geen integrale beoordeling heeft gemaakt van alle door eiseres aangedragen bewijsmiddelen die bestaan uit haar eigen verklaringen, de overgelegde ondersteunende verklaringen van derden en de omstandigheid dat eiseres een bestendig beeld laat zien van het bezoeken van bijeenkomsten en contacten met LHBTI-organisaties. Zoals besproken ter zitting is het juist in procedures als de onderhavige waarin de vreemdeling met haar eigen -niet tegenstrijdige- verklaringen haar seksuele geaardheid niet aannemelijk kan maken, belangrijk om andere bewijsmiddelen grondig te onderzoeken en te beoordelen of deze bewijsmiddelen de verklaringen ondersteunen. Er zijn niet veel aanvullende bewijsmiddelen om een seksuele geaardheid aannemelijk te maken. Indien verweerder zich hiervan rekenschap had gegeven, had verweerder een ander gewicht toegekend aan de bewijsmiddelen. De rechtbank merkt hierbij op dat de -in nagenoeg elke procedure gehanteerde- tegenwerping dat het bezoeken van bijeenkomsten van LHBTI-organisaties niets zegt omdat iedereen deze bijeenkomsten kan bezoeken, de bewijswaarde van deze activiteiten miskent. Het gaat namelijk niet alleen om het deelnemen aan activiteiten maar ook over de verklaringen die de vreemdeling hierover aflegt. Eiseres heeft uitgelegd waarom ze naar deze bijeenkomsten gaat en wat dit voor haar betekent. Verweerder kan hier niet aan voorbij gaan met de standaard-tegenwerping dat iedereen dit wel kan doen. Verweerder heeft dus onvoldoende gewicht toegekend aan de bewijsmiddelen die eiseres heeft overgelegd om de eigen verklaringen over haar seksuele geaardheid te ondersteunen en heeft hierbij overigens onvoldoende toepassing gegeven aan zijn eigen werkinstructie.
Relatie met [partner]
8. Verweerder heeft eiseres op 18 juni 2024 aanvullend gehoord over haar relatie in Nederland met [partner]. Eiseres heeft daarbij ook een verklaring van [partner] overgelegd. Verweerder heeft geconcludeerd dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat er sprake is van een duurzame en exclusieve liefdesrelatie (dit heeft verweerder in het verweerschrift naar aanleiding van de beroepsgronden aangepast naar alleen ‘liefdesrelatie’). De rechtbank overweegt dat verweerder zijn standpunt op dit punt ontoereikend heeft gemotiveerd. Eiseres heeft tijdens het aanvullend gehoor toegelicht hoe haar relatie met [partner] is ontstaan en hoe deze zich heeft ontwikkeld. Zij heeft verklaard dat ze [partner] heeft ontmoet bij de pride in Amsterdam, dat zij telefoonnummers hebben uitgewisseld, dat ze hierna belden en bevriend raakten, elkaar vaker hebben ontmoet en close zijn geworden omdat zij beiden door hun familie verstoten zijn. Ze zijn meerdere keren uit geweest en eiseres begon [partner] aantrekkelijk te vinden. [partner] heeft het initiatief genomen om te vertellen dat ze verliefd was op eiseres. Ook hebben zij gezoend. Eiseres heeft verklaard dat ze een serieuze relatie hebben, elkaar twee tot drie keer per week zien en dat ze over de toekomst spreken. Ook heeft eiseres verklaard dat [partner] alles is voor haar en dat ze zich veilig voelt bij haar. Verder heeft eiseres verklaard dat zij blij is als ze bij [partner] is en niet nadenkt over andere dingen. Eiseres is verliefd op [partner] en ze delen alles samen. Eiseres en [partner] willen samenwonen en een gezin stichten. Eiseres heeft ook verklaard over jaloezie bij [partner] en dat [partner] een foto van hun samen aan de muur heeft hangen. Op de vraag om welke reden eiseres met [partner] een gezin wil stichten en niet met iemand anders heeft eiseres geantwoord:
“ We hebben een liefdesrelatie samen. We hebben elkaar heel goed leren kennen. Ik ken haar zwakke en sterke punten. Ik kan heel goed met haar omgaan. De hele periode dat ik met [partner] ben ik blij. Ik voel me veilig bij haar. Als ik met haar in bed ben is zij de beste vrouw ooit. Ik voel me om mijn gemak als ik met haar ben. [partner] is iemand die niet alleen naar nu kijkt maar ook naar de toekomst. Toen [partner] op mij verliefd was, ging ze niet eerst kijken of ik een verblijfsvergunning had of waar ik woonde. Ze was gewoon op mij verliefd.”
9. Verweerder heeft overwogen dat de wens van eiseres om met [partner] samen te wonen en een gezin te stichten niet maakt dat de verklaringen van eiseres niet inwisselbaar zijn met die van vrouwen die een innige vriendschap met elkaar krijgen en onderhouden. De rechtbank begrijpt dit standpunt niet omdat dit standpunt impliceert dat het vrouwen kennelijk niet uitmaakt met welke andere vrouw zij een gezin zullen stichten als er maar sprake is van een innige vriendschap. Eiseres heeft nu juist bij herhaling verklaard dat haar gevoelens de fase van een innige vriendschap overstijgen. Verweerder heeft de details en eigenschappen waarover eiseres heeft verklaard, zoals bijvoorbeeld weergegeven in het citaat van het gehoor hierboven, onvoldoende meegewogen.
10. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder ten aanzien van de geschreven verklaringen van [partner] niet kon volstaan met het standpunt dat [partner] geen objectieve bron is, de verklaringen van eiseres onvoldoende overtuigend zijn en er dan ook geen aanleiding was om [partner] te horen omdat dit de gebreken in de verklaring van eiseres niet zou kunnen opheffen. De rechtbank begrijpt dat [partner] niet als een objectieve bron kan worden aangemerkt maar dat laat onverlet dat [partner] haar verklaring als ondersteunend kan worden gezien en verweerder moet bezien op welke wijze hij invulling moet geven aan zijn samenwerkingsplicht. Verweerder heeft hiervan onvoldoende blijk gegeven en wederom een verkeerd toetsingskader gehanteerd. Verweerder stelt een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling te hebben verricht. Een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling vereist echter dat alle aangedragen bewijsmiddelen in onderlinge samenhang en in samenwerking met de vreemdeling worden onderzocht en pas daarna worden beoordeeld. Verweerder heeft de eigen verklaringen van eiseres ongeloofwaardig geacht en vervolgens de verklaringen van derden zelfstandig beoordeeld en vervolgens geconcludeerd niet te twijfelen aan zijn eigen beoordeling en daarom de gestelde partner van eiseres niet gehoord. Verweerder heeft, zoals ter zitting door verweerder toegelicht op de vraag waarom verweerder deze partner niet heeft gehoord, aangegeven dat alleen te doen als verweerder twijfelt en dat verweerder niet twijfelt in dit geval. Verweerder miskent hiermee dat hij dus geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht. Verweerder onthoudt eiseres niet alleen een mogelijkheid om haar beschermingsbehoefte te onderbouwen maar ontneemt zichzelf ook de kans om de gestelde beschermingsbehoefte grondig te onderzoeken. Juist in de onderhavige procedure waarin verweerder vooral vindt dat eiseres niet gedetailleerd genoeg verklaart is het horen van een gestelde partner bij uitstek geschikt om meer informatie te vergaren over eiseres en om haar verklaringen beter te kunnen beoordelen. Verweerder is gehouden om invulling te geven aan zijn samenwerkingsverplichting en in deze procedure houdt deze verplichting ook in dat verweerder de gestelde partner zou horen. De rechtbank heeft [partner] tijdens de zitting in de gelegenheid gesteld om het woord te voeren en heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om vragen aan haar te stellen. Verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. [partner] heeft ter zitting onder meer verklaard dat zij in Nederland openlijk haar geaardheid kan tonen en er geen belang bij heeft om te doen alsof ze verliefd is op eiseres. Ze heeft verklaard dat de liefde naar eiseres toe, echt is. Daarnaast is de lesbische geaardheid van [partner] door verweerder geloofwaardig geacht en heeft verweerder [partner] vanwege haar geaardheid een verblijfsvergunning verleend. De rechtbank merkt op dat het in strijd met de waarheid verklaren dat ze een relatie heeft met eiseres haar eigen rechtmatige verblijf in gevaar zou kunnen brengen en het dus niet aannemelijk is dat zij deze verklaring lichtvaardig zal afleggen. Verweerder heeft onvoldoende bij zijn beoordeling betrokken dat gestelde partners aan wie internationale bescherming is verleend niet zomaar leugenachtige verklaringen zullen overleggen en zullen afleggen. De rechtbank kent hierbij ook gewicht toe aan het ter zitting verschijnen van [partner] en het ten overstaan van de rechtbank verklaren dat zij een relatie met eiseres heeft. Dit betekent niet, zoals door verweerder ter zitting geopperd, dat iedereen zo wel iemand dit kan laten verklaren en het dan niet meer uitmaakt wat de eigen verklaringen van de vreemdeling zijn. De rechtbank bedoelt hiermee dat verweerder de verklaringen die [partner] schriftelijk heeft overgelegd en ter zitting heeft herhaald niet zonder meer ter zijde kan schuiven. Indien verweerder daadwerkelijk de inhoud van deze verklaringen beoordeelt en zich daarbij realiseert dat hij aan deze partner internationale bescherming heeft verleend vanwege haar homoseksuele geaardheid en zij ter zitting is verschenen om ten overstaan van de rechtbank te verklaren over haar relatie met eiseres, kan verweerder eigenlijk langer kan volhouden dat eiseres een relatie heeft met een andere vrouw. Zoals deze vrouw ter zitting heeft verklaard,, is dan ook niet begrijpelijk waarom verweerder deze relatie ontkent. Eiseres heeft verweerder verzocht om de gestelde partner te horen en verweerder heeft hiervan niet kunnen afzien omdat verweerder vindt dat eiseres haar geaardheid met haar eigen verklaringen niet aannemelijk heeft kunnen maken. Verweerder heeft dus, anders dan hij zelf stelt, geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht en niet voldaan aan zijn samenwerkingsverplichting. Nu verweerder niet kan motiveren waarom de relatie met de ter zitting verschenen vrouw niet geloofwaardig is, dient verweerder hier dan ook gewicht aan toe te kennen bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en dit geldt temeer nu eiseres niet tegenstrijdig heeft verklaard over de kern van haar relaas.
Problemen als gevolg van homoseksuele gerichtheid
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom de homoseksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is bevonden. Omdat de geloofwaardigheid van het tweede relevante element hiermee samenhangt, acht de rechtbank het niet nodig om de beroepsgronden van eiser die hierop zien te beoordelen.
Conclusie
12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft de aanvraag dus ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is dan ook gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit en het aanvullend besluit vernietigen. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van 6 weken.
13. De rechtbank geeft verweerder tot slot mee om zich te beraden op het navolgende. Eiseres heeft op 17 mei 2019 een asielaanvraag ingediend. De rechtbank doet heden, zes jaar en 10 maanden later, uitspraak op het besluit dat betrekking heeft op deze -eerste en enige- aanvraag. Dit buitengewoon aanzienlijke tijdsverloop is niet te wijten aan eiseres. De rechtbank overweegt hierbij dat ook indien eiseres onverwijld aan verweerder zou hebben gemeld dat zij gedurende deze procedure een nieuwe relatie is aangegaan, verweerder eiseres had moeten horen en zijn besluit aanvullend had moeten motiveren.
14. De rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft het eerste besluit op 21 januari 2022 vernietigd en zeer uitgebreid gemotiveerd waarom verweerder de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres niet deugdelijk had beoordeeld. In de onderhavige procedure komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder er wederom niet in is geslaagd om zijn besluit waarin de gestelde geaardheid ongeloofwaardig wordt bevonden overtuigend te motiveren. Verweerder is niet alleen wederom niet in staat gebleken om de verklaringen van eiseres goed te doorgronden. Verweerder heeft daarenboven geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht en heeft daarom onvoldoende gewicht toegekend aan verklaringen van derden en feitelijke gedragingen van eiseres waaruit aanwijzingen blijken voor een homoseksuele geaardheid zoals het gedurende geruime tijd regelmatig bezoeken van evenementen van en voor de LHBTI-gemeenschap. Verweerder heeft ook in strijd met zijn samenwerkingsverplichting afgezien van het horen van de gestelde partner van eiseres en heeft haar schriftelijke verklaring bovendien onvoldoende betrokken bij zijn beoordeling van de asielaanvraag.
15. Zoals besproken ter zitting is een seksuele geaardheid wellicht het moeilijkste asielmotief om over te verklaren en aannemelijk te maken. Het is ook buitengewoon complex voor verweerder om goed te horen over dit motief en de verklaringen vervolgens te beoordelen. Het praten/horen/beslissen over feiten is aanzienlijk eenvoudiger dan het praten/horen/beslissen over gevoelens. Bovendien heeft niet eenieder een vergelijkbaar diep gevoelsleven en heeft niet eenieder vergelijkbare capaciteiten om gevoelens in woorden te beschrijven en uit te drukken. Eiseres is afkomstig uit Uganda en is dus niet opgegroeid in een omgeving waarin zij in alle vrijheid haar seksuele ontwikkeling heeft kunnen doorlopen en hierover, indien zij dat had gewild, had kunnen praten. Ook deze factoren maken de onderhavige procedure voor zowel eiseres als verweerder complex. Verweerder heeft twee (omvangrijke) besluiten en een aanvullend besluit genomen na eiseres meerdere keren uitgebreid te hebben gehoord en alle denkbare vragen te hebben gesteld. Verweerders besluiten zijn echter op meerdere punten onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd.
16. De rechtbank heeft sterk de indruk dat verweerder niet over een aantal feitelijke gedragingen van eiseres kan stappen, zoals bijvoorbeeld de legale uitreis terwijl ze stelt gezocht te worden door de autoriteiten, het niet meteen na binnenkomst om bescherming verzoeken en het niet melden aan haar advocaat en aan verweerder dat zij, gedurende deze lange procedure, een nieuwe relatie is aangegaan. De rechtbank overweegt dat deze gedragingen best mogen worden betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling, maar dat verweerder hier teveel gewicht aan toekent en niet meer in de gaten lijkt te hebben dat eiseres op hoofdlijnen consistent heeft verklaard en dat zij steunbewijs heeft geleverd dat haar verklaringen staaft. Verweerder kan ook niet uitleggen waarom hij de homoseksuele geaardheid van de partner van eiseres geloofwaardig acht, maar haar verklaring dat zij een homoseksuele relatie met eiseres heeft niet geloofwaardig acht, terwijl die verklaring ten overstaan van de rechtbank is herhaald. De rechtbank vraagt zich ook enigszins af of verweerder nog openstaat voor de gedachte dat eiseres wél geloofwaardig heeft verklaard. In het eerste en door zittingsplaats Arnhem vernietigde besluit zijn meerdere tegenstrijdigheden in het relaas tegengeworpen. In het door deze rechtbank te toetsen (aanvullend) besluit is daarentegen nagenoeg elke verklaring van eiseres ‘vaag’ en ‘algemeen’ bevonden, terwijl diezelfde verklaringen in het eerste besluit zo niet waren gekwalificeerd.
17. De rechtbank overweegt dat het niet zinvol is voor verweerder om eiseres nogmaals te horen. Eiseres is zeer uitvoerig gehoord en heeft bij herhaling aangegeven niet méér of gedetailleerder te kunnen verklaren. Door het aanzienlijke tijdsverloop sinds haar vertrek uit Uganda zal het voor eiseres ook moeilijker zijn om herinneringen aan haar leven in Uganda terug te halen. Verweerder hoeft thans de partner van eiseres ook niet meer te horen. De rechtbank heeft de partner van eiseres in de gelegenheid gesteld om ter zitting het woord te voeren en verweerder heeft het niet nodig geacht om haar vragen te stellen of om een standpunt in te nemen over die verklaring. Verweerder heeft zo’n beetje elk antwoord dat eiseres heeft gegeven op de vele vragen die zijn gesteld in de gehoren betrokken in zijn uitgebreide geloofwaardigheidsbeoordeling, zodat een volledig nieuwe beoordeling geen andere aspecten van het relaas meer zal benadrukken. Verweerder is er niet in geslaagd om zijn eigen Werkinstructie 2019/17 toe te passen in deze procedure en de rechtbank acht het, gelet op al het bovenstaande, niet goed mogelijk dat verweerder indien hij dat wel zal doen in een volgend besluit wél deugdelijk kan motiveren dat de gestelde seksuele geaardheid van eiseres niet geloofwaardig hoeft te worden geacht.
18. De rechtbank overweegt voorts dat deze procedure zich bij uitstek leent om zelf te voorzien en te bepalen dat verweerder aan eiseres een verblijfsvergunning moet verlenen in verband met haar seksuele geaardheid. De rechtbank is daartoe ook bevoegd gelet op het Unierecht en de uitlegging hiervan door het Hof. De rechtbank ontleent de bevoegdheid om zelf te voorzien ook aan het nationale bestuursprocesrecht en is zelfs verplicht om zoveel mogelijk het geschil finaal te beslechten. De rechtbank ziet in deze procedure, juist om het geschil finaal te beslechten, echter af van het zelf voorzien. De ervaring van de rechtbank is namelijk dat het zelf voorzien door de rechtbank een zelfstandige aanleiding voor verweerder is om in hoger beroep te gaan. De rechtbank meent evenwel dat na een procedure die nagenoeg zeven jaar heeft geduurd een einde moet komen aan de onzekerheid van eiseres over haar verblijfsaanvaarding. De rechtbank geeft verweerder dan ook mee om te berusten in deze uitspraak en over te gaan tot vergunningverlening. De rechtbank wijst hierbij op het belang van finale geschillenbeslechting gelet op het tijdsverloop en de te geringe capaciteit bij verweerder om asielaanvragen binnen de wettelijke termijn te beoordelen.
19. De rechtbank geeft verweerder ook reeds nu mee dat niet uitgesloten moet worden geacht dat de rechtbank in de nabije toekomst wel zal overgaan tot gebruikmaking van haar Unierechtelijke en nationaal-wettelijke bevoegdheid om geschillen finaal te gaan beslechten. De rechtbank is zéér bezorgd over ‘de werkvoorraad’ bij zowel verweerder als de rechtbank. Verweerder heeft publiekelijk te kennen gegeven dat hij vanaf 12 juni 2026 slechts grofweg een derde van zijn capaciteit zal inzetten voor de behandeling van aanvragen die voor die datum zijn ingediend en zich voornamelijk zal richten op asielaanvragen die worden beoordeeld met het toetsingskader zoals dat uit het Asiel- en migratiepact volgt. Tegelijkertijd heeft te gelden dat de enige mogelijkheid die vreemdelingen hebben om besluitvorming af te dwingen, te weten het indienen van een zogenoemd ‘beroep niet tijdig’, niet effectief is en niet daadwerkelijk tot besluitvorming leidt. Vreemdelingen kunnen dus niet bewerkstelligen dat verweerder binnen wettelijke termijnen beslist op hun aanvraag en verweerder zal de capaciteit slechts beperkt inzetten in procedures die al aanhangig zijn. Verweerder heeft er dus ook een aanzienlijk belang bij dat procedures waarin al een besluit is genomen spoedig worden afgerond.
20. De rechtbank acht het zinnig dat verweerder reeds nu nagaat of een aanpassing van zijn proceshouding kan bijdragen aan het voorkomen van nog langere procedures. Indien verweerder meer dan voorheen bereid zal zijn om te berusten in een uitspraak van de rechtbank indien een beroep gegrond wordt verklaard en afziet van het nagenoeg standaardmatig instellen van hoger beroep, zou dit voor verweerder ook betekenen dat hij die capaciteit die hij wil inzetten voor de ‘GEAS-zaken’, kan aanwenden om aanvragen die reeds geruime tijd geleden zijn gedaan te beoordelen.
21. De zittingsplaatsen van de rechtbank zijn zeer terughoudend in het zelf voorzien. Indien verweerder eerder zou berusten in één rechterlijke controle van zijn besluit en bereid zou zijn om minder door te procederen in die zaken waarin de besluitvorming niet binnen wettelijke termijnen heeft plaatsgevonden en waarin geen fundamentele rechtsvragen aan de orde zijn, betekent dit niet alleen dat sneller een einde komt aan de onzekerheid voor de vreemdeling, maar tevens dat de schaarse capaciteit bij verweerder en bij de rechtbank efficiënt worden ingezet. De rechtbank verwacht dat de zittingsplaatsen in dat geval ook meer geschillen finaal zullen gaan beslechten. De rechtbank acht het wenselijk dat verweerder zich hierop zal beraden. Indien verweerder dit in beginsel positief wil benaderen, kan verweerder dit kenbaar maken in komende procedures door ofwel op voorhand aan te geven geen bezwaar te hebben tegen finale geschillenbeslechting indien hij in het ongelijk gesteld wordt, ofwel ter zitting kenbaar te maken geen rechtsmiddel te zullen aanwenden indien hij in het ongelijk wordt gesteld. Het staat verweerder, net als eiser overigens, te allen tijde vrij om de rechtbank te verzoeken om het geschil finaal te beslechten. De rechtbank zal dan ook vanzelfsprekend bereid zijn om zo mogelijk te bemiddelen tussen partijen en daar indien nodig meer tijd voor uit te trekken. Verweerder kan de rechtbank ook in algemene zin berichten welwillend te zullen bezien of procedures reeds bij de rechtbank finaal kunnen worden beslecht en de rechtbank verwacht dat verweerder weet hoe hij dat kan doen.
22. De rechtbank spreekt een proceskostenveroordeling uit omdat het beroep gegrond is. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De rechtbank overweegt hierbij dat het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voorziet in een vergoeding van kosten die zijn gemaakt om gronden tegen een aanvullend genomen besluit aan te voeren.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 13 februari 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.