ECLI:NL:RBDHA:2026:29497

ECLI:NL:RBDHA:2026:29497

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer NL26.32331
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Dublin, Kroatië, 8:54 Awb, juridische grondslag claimakkoord, artikel 20, vijfde lid van de Dublinverordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dublinverordening, garanties, beroep kennelijk ongegrond.

Uitspraak

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,

van Iraakse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 3 juni 2026 niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het besluit van de minister in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

3. De EU heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Met ingang van 12 juni 2026 gelden de regels die zijn neergelegd in de AMbV.

Welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, wordt bepaald volgens de Dublinverordening vastgelegde criteria.

Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland op 21 april 2026 bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek op 4 mei 2026 aanvaard op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening.

Juridische grondslag van het claimakkoord

4. Eiser voert aan dat het dossier onduidelijkheid bevat over de juridische grondslag waarop Kroatië de terugname heeft aanvaard. De minister gaat uit van verantwoordelijkheid van Kroatië op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. Dit artikel ziet op terugname van een verzoeker wiens verzoek in de verantwoordelijke lidstaat in behandeling is. De minister had moeten onderzoeken en motiveren of Kroatië daadwerkelijk verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de inhoudelijke behandeling van het verzoek van eiser, dan wel slechts voor voortzetting van de verantwoordelijkheidsbepaling.

De rechtbank stelt vast dat het claimakkoord nog niet voorhanden was op het moment dat de minister het voornemen had uitgebracht. Gelet op eisers verklaringen tijdens het aanmeldgehoor is de minister bij het uitbrengen van het voornemen ervan uitgegaan dat Kroatië op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor eisers asielaanvraag. Dit acht de rechtbank niet onzorgvuldig. Blijkens het claimakkoord van 4 mei 2026 heeft Kroatië het terugnameverzoek geaccepteerd op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening. Gelet hierop heeft de minister niet zelf hoeven te onderzoeken of Kroatië daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Door het claimverzoek van Nederland te aanvaarden hebben de Kroatische autoriteiten immers erkend dat Kroatië, als de lidstaat waar eiser zijn eerste asielaanvraag heeft ingediend, moet vaststellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag, zoals in artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening is bepaald. Uit jurisprudentie van het Hof volgt dat de minister in zo’n geval niet verplicht is om zelf ook te onderzoeken welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De beroepsgrond slaagt niet.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. Eiser betoogt dat ten aanzien van Kroatië in beginsel mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, maar dat dit uitgangspunt niet absoluut is. Eiser heeft tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat hij in Kroatië geen daadwerkelijke procedurele toegang heeft gekregen, dat zijn vingerafdrukken onder dwang zijn genomen, dat hij een document moest ondertekenen zonder dat duidelijk was wat daarvan de betekenis was en dat hij daarna naar de grens met Bosnië is gebracht. De minister heeft echter volstaan met de algemene stelling dat Kroatië is gebonden aan de Europese asielrichtlijnen en dat eiser bij problemen kan klagen. Daarmee is onvoldoende ingegaan op de concrete situatie van eiser. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat eiser in Kroatië kan klagen indien hij daar niet goed wordt behandeld. Dit standpunt miskent de omstandigheden waarin eiser zich volgens zijn verklaringen bevond. Hij is door de politie geslagen en wist daarom niet waar hij aangifte moest doen. Ook bevond hij zich slechts kort in Kroatië, kreeg hij geen rechtsbijstand, verstond hij de autoriteiten niet en is hij feitelijk naar de grens met Bosnië gebracht. De minister heeft niet gemotiveerd waarom de klachtmogelijkheid in dit concrete geval daadwerkelijk praktisch, toegankelijk en effectief was.

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat ten aanzien van Kroatië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 9 oktober 2024 geoordeeld dat voor Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan, omdat niet is gebleken dat sprake is van structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem. De Afdeling heeft dit nogmaals bevestigd in de uitspraken van 6 maart 2025, 21 november 2025 en 8 december 2025. In laatstgenoemde uitspraak heeft de Afdeling overwogen - door het oordeel van de onderliggende rechtbankuitspraak over te nemen - dat het AIDA-rapport van augustus 2025 (update 2024) geen wezenlijk ander beeld geeft dan het eerdere AIDA-rapport. De Afdeling heeft in deze uitspraken toegelicht dat niet is gebleken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Kroatië, waarvan de minister niet onkundig kon zijn en op grond waarvan de vreemdeling niet had mogen worden overdragen aan Kroatië.

Ook het persoonlijke relaas van eiser leidt niet tot de conclusie dat hij bij overdracht naar Kroatië een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM dan wel artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Zijn verklaringen over de door hem ervaren slechte behandeling door de Kroatische autoriteiten gaan namelijk over de wijze waarop hij bij aankomst in Kroatië (als asielzoeker) is behandeld en niet over de situatie dat hij als Dublinclaimant aan Kroatië zal worden overgedragen. Mocht eiser in Kroatië worden geconfronteerd met tekortkomingen, op welke manier dan ook, dan ligt het op zijn weg hierover bij de (hogere of rechterlijke) Kroatische autoriteiten te klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij de Kroatische autoriteiten onmogelijk of bij voorbaat zinloos is. Gelet hierop en ook gelet op de hiervoor onder 5.1. genoemde Afdelingsuitspraken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister zich zelfstandig ervan dient te vergewissen dat eiser na overdracht daadwerkelijk toegang zal hebben tot opvang en de asielprocedure.

Artikel 17 van de Dublinverordening

6. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers ervaringen in Kroatië geen aanleiding geven om de aanvraag aan zich te trekken. De enkele verwijzing naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel is daartoe onvoldoende.

De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken. Ten aanzien van hetgeen eiser heeft aangevoerd over zijn ervaringen in Kroatië, verwijst de rechtbank naar de Afdelingsuitspraak van 25 februari 2025. Daarin is geoordeeld dat als de minister de omstandigheden waarop de vreemdeling zich heeft beroepen al heeft betrokken bij de beoordeling of hij van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, dit in beginsel ook een deugdelijke motivering is waarom hij zijn discretionaire bevoegdheid niet gebruikt.

Garanties

7. Voor zover eiser betoogt dat de minister garanties had moeten vragen ten aanzien van de opvang en asielprocedure en daarmee een beroep doet op het arrest Tarakhel, volgt de rechtbank dit betoog niet. Niet is gebleken dat in het geval van eiser sprake is van bijzondere kwetsbaarheid als bedoeld in het Tarakhel-arrest. Eiser heeft niet met concrete bewijzen aannemelijk gemaakt dat hij, zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in Kroatië geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zal krijgen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand