ECLI:NL:RBDHA:2026:29551

ECLI:NL:RBDHA:2026:29551

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer NL26.26650
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bnt mvv-aanvraag

Uitspraak

[naam], eiseres,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: H.T. Gerbrandy),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.

Uit het dossier blijkt dat [naam] is overleden. De procedure wordt daarom ten aanzien van deze eiser niet langer in behandeling genomen.

Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.

Beoordeling door de rechtbank

2. In eerdere beroepsprocedures niet tijdig beslissen heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen acht en vervolgens binnen vier weken alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. De minister heeft dit niet gedaan.

3. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.

4. De minister heeft in het verweerschrift van 6 juli 2026 verzocht om een beslistermijn van zestien weken, gerekend vanaf de ontvangst van de nog te verstrekken informatie. De minister heeft daartoe aangevoerd dat de aanvragen in behandeling zijn genomen, dat op 25 juni 2026 om aanvullende informatie is gevraagd en dat nader onderzoek in de vorm van een gehoor zal plaatsvinden. De minister heeft daarbij verwezen naar het zogenoemde Arnhemse model.

5. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om een beslistermijn van zestien weken te bepalen. De rechtbank heeft in eerdere beroepsprocedures al tweemaal eerder een beslistermijn opgelegd. Het gaat aldus om een opvolgend beroep wegens het niet tijdig beslissen, waarbij opnieuw een termijn moet worden bepaald. Gelet op de eerdere rechterlijke uitspraken, het tijdsverloop sindsdien, en de stand waarin het onderzoek van de minister zich bevindt, acht de rechtbank een beslistermijn van vier weken passend.

6. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen vier weken na de dag waarop

deze uitspraak wordt bekendgemaakt een beslissing op de aanvraag moet nemen.

7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

8. Het LOVB heeft op 21 mei 2026 een aanbeveling vastgesteld over de rechterlijke dwangsom bij beroepen wegens het niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken. Deze aanbeveling strekt ertoe tot een meer uniforme vaststelling van de rechterlijke dwangsom te komen, waarbij rekening wordt gehouden met zowel het belang van tijdige besluitvorming als met de uitvoerbaarheid van de door de rechtbank gestelde beslistermijn. De rechtbank volgt de aanbeveling van het LOVB onverkort. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 50,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.

9. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand