ECLI:NL:RBDHA:2026:29647

ECLI:NL:RBDHA:2026:29647

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-06-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer NL26.11122
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Colombia kan voor eiser niet worden aangewezen als veilig derde land.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.11122

V-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

(gemachtigde: mr. N. Reijerkerk).

1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van verweerder om de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk te verklaren, omdat Colombia volgens verweerder voor eiser als veilig derde land kan worden beschouwd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Colombia kan voor eiser niet worden aangewezen als veilig derde land. Verweerder dient de asielaanvraag van eiser inhoudelijk te behandelen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 13 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1983. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 februari 2026 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. C.T.W. van Dijk als waarnemer van de gemachtigde van eiser, R.A. Caicedo-Larrea als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In Venezuela werkte eiser bij de politie. Hij hield zich bezig met 'high risk delicten' en bestreed groeperingen die zich schuldig maakten aan onder meer afpersing en drugshandel. Op een gegeven moment kwam er een nieuwe gouverneur in Venezuela, die de politie-eenheid voor zijn eigen doelen begon in te zetten. Eiser moest het volk angst aanjagen door bijvoorbeeld personen te laten verdwijnen. Hier wilde eiser niet aan meewerken. Daardoor werd hij door de leidinggevenden van de politie en door de regering gezien als verrader. Eiser werd uit zijn functie gezet. Vervolgens zijn overheidspersonen het huis van eiser binnengevallen en hebben zij spullen van eiser meegenomen. Eiser was op dat moment niet thuis. Toen eiser op de hoogte raakte van dit incident, vreesde hij voor zijn leven en is hij met zijn gezin gevlucht naar Colombia. In Colombia kreeg eiser een verblijfsvergunning. In 2022 is eiser teruggegaan naar Venezuela, omdat hij dacht dat hij niet meer hoefde te vrezen. Hij is toen deel uit gaan maken van een politieke partij opgezet door burgers, die wordt gezien als een oppositiepartij. Eiser werd echter herkend door sommige regeringsleden. Hij is toen opnieuw aangevallen en heeft letsel opgelopen. Eiser is vervolgens teruggegaan naar Colombia. Aldaar heeft eiser te maken gehad met intimidatie en vervolging door zogenaamde functionarissen van de SIJIN (de Colombiaanse nationale politie), die afwisten van eisers politiek verleden in Venezuela. Eiser kwam erachter dat de politiek in Venezuela en Colombia met elkaar verweven is. Nadat hij daarachter kwam, besloot hij om naar Nederland te vluchten.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw (een derde land wordt voor de vreemdeling als veilig derde land beschouwd). Daarbij heeft verweerder eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser moet Nederland binnen vier weken verlaten.

Verweerder beschouwt Colombia als veilig derde land voor eiser. Volgens verweerder heeft eiser een band met Colombia. Eiser voldoet daarom aan de criteria zoals genoemd in paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). De partner van eiser, eisers zoon en eisers stiefkinderen hebben namelijk de Colombiaanse nationaliteit. Ook heeft eiser vanaf 2019 tot oktober 2022 en vanaf januari 2023 tot juli 2023 in Colombia gewoond. Daarnaast vindt verweerder het aannemelijk dat eiser opnieuw tot Colombia zal worden toegelaten, omdat eiser een Colombiaanse verblijfsvergunning tot 2032 heeft. Ook kan eiser op basis van zijn relatie met zijn partner en de nationaliteit van zijn kinderen regulier verblijf in Colombia verkrijgen. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat hoewel Colombia in zijn algemeenheid niet kan worden aangemerkt als veilig derde land, het voor eiser wel een veilig derde land is. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij in Colombia te vrezen heeft voor vervolging door de SIJIN.

Het oordeel van de rechtbank

Mocht verweerder Colombia aanmerken als veilig derde land voor eiser?

5. Eiser voert aan dat verweerder Colombia niet mocht aanmerken als veilig derde land voor eiser. Eiser verwijst naar paragraaf C2/6.3 van de Vc, waaruit volgt dat bij de vraag of een derde land voor de vreemdeling als veilig kan worden beschouwd, het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt vormt. Uit eisers verklaringen volgt dat Colombia niet veilig is voor hem. In Colombia is eiser, nadat een regeringswisseling had plaatsgevonden, bedreigd en vervolgd. Er is volgens eiser een samenwerking tussen de Venezolaanse en de Colombiaanse autoriteiten. In tegenstelling tot wat verweerder stelt, hoeft eiser deze gestelde samenwerking niet aan te tonen, maar slechts aannemelijk te maken. Volgens eiser heeft hij de samenwerking aannemelijk gemaakt via zijn verklaringen en via de door hem bij de zienswijze overgelegde nieuwsartikelen. Uit de nieuwsartikelen blijkt dat na de regeringswisseling in Colombia arrestaties en vervolgingen van Venezolanen plaatsvonden, ook van voormalige politieagenten. Verder voert eiser aan dat verweerder eisers vrees voor de SIJIN te beperkt heeft getoetst. Volgens eiser is het duidelijk dat Venezuela in de praktijk invloed heeft op Venezolanen op Colombiaans grondgebied en Venezolanen daarom geen veiligheid kennen in Colombia. In dit kader beroept eiser zich op het Country Report on Human Rights Practices: Venezuela, 23 april 2024 van het U.S. Department of State. Daarnaast onderbouwt eiser deze samenwerking nog met een e-mail van een onafhankelijke deskundige, waarin staat dat er een breder kader bestaat van bilaterale samenwerking tussen Colombiaanse en Venezolaanse veiligheidsdiensten, waarbij de Colombiaanse Nationale Politie – waarbinnen de SIJIN als recherche-eenheid opereert – betrokken is bij grensoverschrijdende veiligheidssamenwerking.

6. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiser slagen, en overweegt daartoe als volgt.

Zoals verweerder in het bestreden besluit heeft benoemd, merkt hij Colombia in zijn algemeenheid niet aan als veilig derde land. Wel kan verweerder op basis van een beoordeling van de individuele omstandigheden van een vreemdeling tot de conclusie komen dat Colombia voor hem alsnog als veilig derde land kan worden gezien. Uit het beleid van verweerder blijkt dat bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt vormt. Ook volgt hieruit dat als een land in het algemeen als niet-veilig is aangemerkt, verweerder enkel in uitzonderlijke gevallen het betreffende land voor betrokkene als veilig derde land aanmerkt. Er dienen in dat geval concrete aanknopingspunten te zijn dat de vreemdeling, in weerwil van algemene negatieve berichtgeving over het betreffende derde land, aldaar wel een deugdelijke asielprocedure kan krijgen, beschermd is tegen refoulement en ook anderszins het derde land in zijn/haar geval als veilig derde land is aan te merken. Verweerder en eiser hebben een gedeelde bewijslast waarbij eiser moet onderbouwen dat Colombia voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt en verweerder moet onderzoeken of Colombia op basis van de verklaringen en de algemene landeninformatie veilig voor hem veilig is.

De rechtbank stelt vast dat eiser in het nader gehoor heeft verklaard dat hij niet veilig is in Colombia. Hij heeft verklaard dat hij te maken heeft gehad met intimidatie en vervolging door personen die zich voordeden als openbare functionarissen van de instelling SIJIN. Eiser heeft verklaard deze personen hem belden, op het werk van zijn vrouw verschenen en details hadden over wat eiser in Venezuela had meegemaakt. Toen eiser deze personen ontmoette zeiden ze op bedreigende toon dat eiser niet weg moest gaan van zijn plek en dat hij voorzichtig moest zijn met zijn kinderen die uit school kwamen. Eiser heeft verklaard dat hij dat heeft opgenomen als een bedreiging. Daarnaast heeft eiser met stukken proberen te onderbouwen dat er samenwerking plaatsvindt tussen de autoriteiten in Colombia en Venezuela en dat mensen die zich uitspreken tegen het regime in Venezuela niet veilig zijn in Colombia.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met zijn verklaringen en de verwijzingen naar landeninformatie voldaan aan zijn deel van de gedeelde bewijslast. De stelling van verweerder dat eiser (overtuigend) had moeten aantonen dat er sprake is van samenwerking tussen de Venezolaanse autoriteiten en de SIJIN of de Colombiaanse autoriteiten, getuigt naar het oordeel van de rechtbank van een onjuiste opvatting over de bewijslastverdeling – te meer nu Colombia in het algemeen niet als veilig derde land is aangemerkt en dit alleen in uitzonderlijke gevallen anders kan zijn. Dit brengt mee dat het juist aan verweerder is om toereikend te motiveren dat Colombia voor eiser wél als veilig kan worden beschouwd.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder daar niet in is geslaagd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat Colombia voor eiser veilig is, omdat het niet aannemelijk is dat eiser in Colombia te vrezen heeft voor de SIJIN en omdat niet is gebleken dat de Venezolaanse en Colombiaanse autoriteiten samenwerken om gevluchte Venezolanen op te sporen. In de nieuwsartikelen die door eiser zijn overgelegd ziet verweerder daar ook geen aanwijzingen voor. Omdat vervolging door de SIJIN en de samenwerking niet aannemelijk zijn, is volgens verweerder ook niet aannemelijk dat Colombia voor eiser niet veilig zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, door zich uitsluitend te focussen op de rol van de SIJIN en de samenwerking tussen de Venezolaanse en Colombiaanse autoriteiten, te beperkt getoetst of Colombia voor eiser als veilig is aan te merken. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat eiser weliswaar heeft verklaard dat de personen die hem belden zich aan de telefoon identificeerden als openbare functionarissen van de SIJIN, maar ook dat zij zich nooit met een pasje of iets anders hebben geïdentificeerd dus dat niet vaststaat of zij daadwerkelijk van de SIJIN waren of zich slechts zo voordeden. Ten tweede overweegt de rechtbank dat het enkele feit dat samenwerking tussen de Venezolaanse en de Colombiaanse overheid op het gebied van de vervolging van politieke vluchtelingen niet is aangetoond, niet per definitie maakt dat alle Venezolaanse vluchtelingen in Colombia veilig zijn. In dat verband heeft eiser krantenartikelen overgelegd waarin staat dat tegenstanders van het Venezolaanse regime in Colombia zijn aangevallen. Dat deze artikelen niet van toepassing zouden zijn op de situatie van eiser omdat hij niet als opposant of activist moet worden gezien, zoals verweerder op de zitting heeft gesteld, valt zonder nadere motivering niet in te zien. Eiser heeft immers verklaard en met stukken onderbouwd dat hij bij de politie in Venezuela heeft gewerkt. Ook heeft hij verklaard dat hij bevelen heeft geweigerd, daardoor als verrader wordt gezien en problemen heeft ondervonden, en om die reden is gevlucht. Daarnaast heeft eiser verklaard bij terugkeer naar Venezuela enige tijd actief te zijn geweest in de oppositiepartij in Venezuela waar hij met jongeren werkte.

Gelet op het bovenstaande heeft verweerder de twijfel over de veiligheid van eiser in Colombia, waar eiser met zijn verklaringen en de overgelegde informatie aanknopingspunten voor heeft gegeven, in het bestreden besluit onvoldoende weggenomen. De vraag of eiser in Colombia veilig is tegen mogelijke vervolging vanuit het Venezolaanse regime, vergt een inhoudelijke beoordeling van de problemen die eiser stelt te hebben ondervonden. Nu niet toereikend is gemotiveerd waarom Colombia voor eiser als veilig derde land kon worden aangemerkt, heeft verweerder de aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder in het kader van finale geschilbeslechting op om de asielaanvraag ontvankelijk te verklaren en inhoudelijk te behandelen.

Conclusie en gevolgen

7. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over eisers asielaanvraag te nemen. Dit omdat eisers asielaanvraag nog inhoudelijk moet worden beoordeeld. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat deze zaak tot nu toe alleen ging over de ontvankelijkheid van de aanvraag.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 23 februari 2026;

- draagt verweerder op binnen na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.E.L. Grooten, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Doorman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.E.L. Grooten

Griffier

  • mr. M. Doorman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand