RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter kamer in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.33646
Mede ten behoeve van haar minderjarige kinderen
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Bij besluit van 10 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.33645, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening heeft geen belang meer, en de voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.