ECLI:NL:RBDHA:2026:29720

ECLI:NL:RBDHA:2026:29720

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer NL26.33517, NL26.33524, NL26.33530 en NL26.33532
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroepen niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Gecombineerde uitspraak in vier zaken Dictum: Gegrond en niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.33517, NL26.33524, NL26.33530 en NL26.33532

[eiser 1] , [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4] ,

V-nummers: [V nummer] , [V nummer] , [V nummer] en [V nummer] , eisers,

(gemachtigde: mr. M. Pater), en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvragen).

Overwegingen

De rechtbank verbindt een rechterlijke dwangsom aan de uitspraak

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

Inzake de beroepen NL26.33517, NL26.33524 en NL26.33530. Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk en gegrond?

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

3. De minister heeft de aanvragen op 13 november 2025 ontvangen. De beslistermijn is zes maanden.3 Binnen die termijn heeft de minister niet beslist op de aanvragen. Eisers hebben de minister op 26 mei 2026 en dus tijdig in gebreke gesteld. Voorts hebben eisers meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroepen ingesteld tegen het uitblijven van

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (zoals dat gold vóór 12 juni 2026).

een beslissing. De beroepen zijn daarom ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?

4. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.4 In deze zaken is dit aan de orde.

5. De minister heeft aan de rechtbank geen verzoek gedaan tot het bepalen van een concrete nadere beslistermijn. Mede tegen deze achtergrond ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de lijn die zij heeft ingezet met haar uitspraken van 20 juli 2026.5

6. Uit de beschikbare stukken blijkt dat eisers nog niet zijn gehoord over hun asielmotieven. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een gehoor over de asielmotieven van eisers moet afnemen en binnen vier weken daarna de besluiten op de aanvragen bekend moet maken.

7. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom van € 50,- voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn overschrijdt. Het maximum is

€ 15.000,-. Eén en ander is overeenkomstig de aanbeveling die in dit verband geldt.6 De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaken van deze aanbeveling af te wijken.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen twaalf weken alsnog besluiten op de aanvragen bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom.

9. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen beroepschriften in te dienen. Omdat de zaken alleen gaan over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

10. De rechtbank beschouwt deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn familie van elkaar, hebben dezelfde gemachtigde en hebben gelijktijdig hun aanvragen ingediend. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag

4 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.

5 ECLI:NL:RBDHA:2026:20129, ECLI:NL:RBDHA:2026:20130, ECLI:NL:RBDHA:2026:20133 en ECLI:NL:RBDHA:2026:20136.

6 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.

Zie https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/bestuursrecht/aanbeveling-rechterlijke-dwangsom-bij-beroep-niet-tijdig-beslissen-in-vreemdelingenzaken.

dat in één zaak zou worden toegekend.7 Dit geldt ook voor de te verbeuren rechterlijke dwangsom.8

Inzake het beroep NL26.33532.

11. Eiseres is een minderjarige vluchteling. Zij heeft geen zelfstandige asielaanvraag ingediend, maar is vermeld op de aanvraag van haar moeder (NL26.33524). In deze uitspraak heeft de rechtbank reeds beslist over die zaak. In deze procedure gaat het opnieuw om het beroep wegens niet-tijdig beslissen op dezelfde aanvraag. Daarom kan eiseres met dit beroep niet meer bereiken dan in zaak NL26.33524 al is bereikt. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank:

Inzake de beroepen NL26.33517, NL26.33524 en NL26.33530

Inzake het beroep NL26.33532.

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr.

M.H.G.P. Tober, griffier.

7 Artikel 3 van het Bpb.

8 ECLI:NL:RVS:2020:1624.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 augustus 2026

Documentcode: [nummer]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Griffier

  • mr. M.H.G.P. Tober

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand