ECLI:NL:RBDHA:2026:29724

ECLI:NL:RBDHA:2026:29724

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer AWB 26/1541
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

COa; ROV-maatregelen; inhouden wekelijkse vergoeding; locatieverbod; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [x] , eiseres

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa.

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/1541

en

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen twee maatregelen die het COa haar op 22 januari 2026 heeft opgelegd. Eiseres is het niet eens met deze maatregelen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het COa de maatregelen aan eiseres heeft mogen opleggen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het COa de maatregelen heeft mogen opleggen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 22 januari 2026 heeft het COa aan eiseres een maatregel 2 (tijdelijk inhouden van de wekelijkse vergoeding) en een maatregel 6 (een tijdelijk locatieverbod) op grond van het Reglement onthoudingen en verstrekkingen (ROV) opgelegd.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Eiseres verblijft in een asielzoekerscentrum in [plaats 1] . Het COa heeft op 22 januari 2026 aan eiseres twee ROV-maatregelen opgelegd. Met de ROV-maatregel 2 is gedurende twee weken haar wekelijkse vergoeding van € 14,87 ingehouden. Aan deze maatregel heeft het COa ten grondslag gelegd dat eiseres zonder toestemming medebewoners heeft gefilmd. ROV-maatregel 6 hield in dat eiseres gedurende twee weken niet meer welkom was in de opvang waar zij verbleef in [plaats 1] . Zij kon gedurende die periode voor onderdak en maaltijden terecht in het asielzoekerscentrum in [plaats 2] . Aan deze maatregel heeft het COa ten grondslag gelegd dat eiseres agressie en geweld heeft gebruikt tegen medebewoners, waardoor zij zich onveilig hebben gevoeld. Het COa meent dat de gedragingen wat betreft de aard en omvang zodanig ernstig zijn dat dit de opgelegde maatregelen rechtvaardigt.

Toetsingskader

4. Op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) heeft het COa de bevoegdheid om bij wijze van maatregel verstrekkingen te onthouden, onder meer als een bewoner zich niet aan de huisregels van de opvangvoorziening houdt. De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid COa dat op 6 mei 2025 is vastgesteld. Uit artikel 4.1 van dit beleid volgt dat overtredingen van de huisregels worden aangemerkt als incidenten met een verschillende mate van impact. Bij een incident met een middelgrote impact kan een ROV-maatregel 2 worden opgelegd. Daarbij gaat het onder meer om overtredingen van de huisregels waarbij medebewoners lichte schade ondervinden en/of licht gevaar lopen. Bij een incident met een zeer grote impact kan een ROV-maatregel 6 of hoger worden opgelegd. Daaronder valt onder meer agressie en geweld tegen medebewoners.

Heeft het COa aan eiseres een ROV-maatregel 2 mogen opleggen?

5. Eiseres betoogt dat het COa haar ten onrechte een ROV-maatregel 2 heeft opgelegd, omdat ze een goede reden had om haar kamergenoot te filmen. Eiseres voert aan dat zij al wekenlang last had van geluidsoverlast en slaapgebrek als gevolg van het gedrag van haar kamergenoot en daarover meermaals heeft geklaagd bij het COa. Volgens eiseres heeft zij in de avond van 21 januari 2026 de beveiliging gebeld, nadat zij laat in de avond wederom last had van eetgeluiden van haar kamergenoot. Omdat de beveiliging volgens eiseres aangaf dat daarvoor onvoldoende bewijs was, heeft zij een video gemaakt van lage kwaliteit waarop haar kamergenoot te zien was tijdens het eten. Eiseres voert daarbij aan dat zij de video met niemand heeft gedeeld.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres haar kamergenoot zonder haar toestemming heeft gefilmd. Dat eiseres aanvoert dat zij dit heeft gedaan om haar klachten over geluidsoverlast te onderbouwen, maakt niet dat zij daarmee geen huisregels heeft overtreden. Uit het feitenonderzoek van 19 januari 2026 blijkt bovendien dat eiseres meerdere medebewoners heeft gefilmd en dat dit bij hen een gevoel van onveiligheid heeft veroorzaakt. Naar aanleiding hiervan hebben deze medebewoners een officiële klacht bij het COa ingediend. De rechtbank is daarom van oordeel dat het COa onder deze omstandigheden ROV-maatregel 2 aan eiseres heeft mogen opleggen.

Heeft het COa aan eiseres een ROV-maatregel 6 mogen opleggen?

6. Eiseres betoogt verder dat het COa haar ten onrechte een ROV-maatregel 6 heeft opgelegd. Zij voert aan dat de feitelijke weergave van het incident op 21 januari 2026 niet juist is. Volgens eiseres was haar kamergenoot op die avond na 22:00 uur zonnebloempitten aan het eten. Omdat hierdoor een aanhoudend eetgeluid klonk en het na 22.00 rustig moet zijn, heeft eiseres de beveiliging gebeld. Eiseres voert aan dat haar kamergenoot haar zonnebloempitten heeft verborgen toen de beveiliger kwam en gedaan heeft alsof zij een chocoladereep opende. Nadat de beveiliger weg was, is haar kamergenoot doorgegaan met het eten van de zonnebloempitten. Eiseres voert aan dat zij klaar is met dit subtiele pestgedrag van haar kamergenoot (en haar zus en vriendin). Ze lijdt daardoor aan slaapgebrek. Ook voert eiseres aan dat sprake is van valsheid in geschrifte, omdat het document waarin het locatieverbod is opgenomen niet is ondertekend door de persoon die in het document wordt genoemd, maar door degene die het document heeft uitgereikt. Ter onderbouwing heeft zij een foto overgelegd van een briefje met een adres dat geschreven zou zijn door de uitreiker van het besluit. Het handschrift op dit briefje komt volgens haar overeen met de schrijfwijze van de naam in de handtekening.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat uit het feitenonderzoek van 22 januari 2026 volgt dat eiseres en haar kamergenoot regelmatig onenigheid hadden, waarbij situaties regelmatig escaleerden. Het ging daarbij onder meer om onenigheid over het smijten van deuren, mogelijke diefstal van spullen en geluidsoverlast door het afspelen van filmpjes en eetgeluiden. Het COa heeft vervolgens geconcludeerd dat eiseres haar kamergenoot lastigvalt en dat daarbij sprake was van geweld en agressie. Hoewel geen sprake was van fysiek letsel, voelde de kamergenoot zich hierdoor mentaal aangetast en onveilig. Zij heeft onder meer verklaard dat eiseres, voordat zij in de avond van 21 januari 2026 de beveiliging belde, van het stapelbed naar beneden was gesprongen en hard had geschreeuwd. De rechtbank stelt verder vast dat uit het feitenonderzoek volgt dat niet alleen de kamergenoot van eiseres, maar ook andere medebewoners, onder wie kinderen, bang waren voor eiseres. Daarom heeft het COa bij de oplegging van deze maatregel verder betrokken dat eerder incidenten door het gedrag van eiseres hebben plaatsgevonden, waarvoor in een aantal gevallen eerder maatregelen zijn opgelegd. Volgens het COa hebben deze maatregelen geen effect gehad op het gedrag van eiseres en heeft de voortzetting van onwenselijk gedrag een grote impact gehad. De rechtbank is van oordeel dat het COa onder deze omstandigheden heeft mogen aannemen dat sprake was van agressie en geweld met een zeer grote impact. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat uit het feitenonderzoek van 22 januari 2026 volgt dat eiseres begrijpt dat er klachten over haar zijn ingediend, omdat zij als gemeen zou zijn ervaren. De verklaring van eiseres dat zij zich niet opgenomen voelt in de cultuur van haar medebewoners en daardoor mogelijk de indruk heeft gewekt die cultuur niet te accepteren, maakt het voorgaande niet anders. Het COa heeft daarom een ROV-maatregel 6 aan eiseres mogen opleggen.

Ten aanzien van de beroepsgrond dat sprake zou zijn van valsheid in geschrifte, overweegt de rechtbank als volgt. Op basis van de door eiseres overgelegde foto’s kan niet worden vastgesteld dat de handtekening op het document is vervalst. Dat de schrijfwijze van de naam in de handtekening overeenkomt met het door eiseres overgelegde voorbeeld van het handschrift van degene die het document heeft uitgereikt, is daarvoor onvoldoende. De stelling van eiseres dat het adresbriefje is geschreven door de uitreiker daarvan en dus niet door de ondertekenaar is namelijk niet onderbouwd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er geen grond is om aan te nemen dat sprake is van valsheid in geschrifte.

Overige beroepsgronden

7. Eiseres heeft op 13 april 2026 nadere stukken ingediend. Zij voert aan daarmee te willen aantonen dat de intimidatie door het COa nog steeds niet is gestopt, nu inmiddels meerdere maatregelen zijn opgelegd. Eiseres voert aan dat dit dient als voorbeeld, nu zij daartegen te laat beroep heeft ingesteld.

De rechtbank is van oordeel dat deze stukken niet zien op de rechtmatigheid van de in deze procedure voorliggende besluiten tot oplegging van een ROV-maatregel. De rechtbank laat deze daarom buiten beschouwing.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Eiseres heeft geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Duifhuizen

Griffier

  • mr. I.S. Pruijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand