ECLI:NL:RBDHA:2026:29798

ECLI:NL:RBDHA:2026:29798

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer NL26.58673
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Volgberoep terugkeer Ethiopië – Eiser is eind 2025 de Unie ingereisd met een door Griekenland verleend visum en heeft vervolgens in Nederland asiel aangevraagd. Griekenland weigert de terugname omdat, naar eigen zeggen, de opvang sinds maart 2023 onder te grote druk staat – de asielaanvraag van eiser is buiten behandeling gesteld omdat eiser in juli 2026 ‘mob is gegaan’. Dit besluit omvat een TKB met IRV. Eiser wordt in bewaring gehouden om de terugkeer naar Ethiopië voor te bereiden en uit te voeren. Verweerder werkt weinig voortvarend maar de rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de maatregel daarom op te heffen. Eiser verricht namelijk in het geheel geen inspanningen om een paspoort te verkrijgen of contact met IOM op te nemen. Zicht op uitzetting ontbreekt niet, eiser zit niet langer dan de maximaal toegestane duur vast, er is geen refoulementrisico, de tenuitvoerlegging is niet onevenredig bezwarend geworden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.58673

(gemachtigde: mr. J.L. Crutzen),

en

(gemachtigde: mr. W. Vrooman).

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 17 augustus 2026 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft op 2 oktober 2026 een vervolgberoep ingesteld tegen de maatregel van bewaring en verzocht om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 5 oktober 2026 een voortgangsrapportage overgelegd.

De rechtbank heeft naar aanleiding van de voortgangsrapportage op 5 oktober 2026 een bericht in het dossier geplaatst met de navolgende inhoud:

(…)

De rechtbank verzoekt verweerder om uiterlijk op 6 oktober 2026 aan te geven of is

gerappelleerd op de LP-aanvraag van 24 augustus 2026. Tevens verzoekt de rechtbank

verweerder om aan te geven waarom nader onderzoek bij de Griekse autoriteiten wordt

gedaan en waar dit onderzoek op dit moment nog uit bestaat. Zodra eiser zijn beroepsgronden aan het dossier heeft toegevoegd, verzoekt de rechtbank verweerder om ook op de gronden van beroep te reageren zodat de rechtbank kan beoordelen of het volgberoep op zitting moet worden behandeld.

(…)

Eiser heeft op 7 oktober 2026 beroepsgronden aan het dossier toegevoegd.

De rechtbank heeft op 7 oktober 2026 een bericht in het dossier geplaatst met de navolgende inhoud en verweerder telefonisch gewezen op dit bericht:

(…)

De rechtbank verzoekt verweerder om heden te reageren op de beroepsgronden en op het

bericht van de rechtbank waarin gisteren al een reactie werd verwacht.

(…)

Verweerder heeft op 7 oktober 2026 gereageerd op de berichten van de rechtbank en de beroepsgronden.

De rechtbank heeft het onderzoek op 8 oktober 2026 gesloten en medegedeeld dat binnen een week schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

Overwegingen

1. Eiser, die (uitsluitend) de Ethiopische nationaliteit heeft, is op 6 december 2025 Nederland ingereisd en heeft op 7 december 2025 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft op 19 februari 2026 een claimverzoek ingediend bij de Griekse autoriteiten omdat zij aan eiser een visum hebben verleend met een geldigheidsduur van 1 oktober 2025 tot 4 januari 2026. De Griekse autoriteiten hebben dit verzoek op 8 april 2026 afgewezen en hebben hun afwijzing onder meer als volgt gemotiveerd:

(…)

“According to the attached document (included in your take charge request), the Consular Office of Greece in Addis Ababa issued a visa to the above-mentioned third-country national valid from 01/10/2025 until 04/01/2026.

(…)

ln March 2023 the Reception and Identification Service informed us that due to the disproportionate number of third-country nationals applying for asylum in Greece, our reception capacity still remains under particular stress. At the moment, we would like to kindly let you know that the Greek Authorities are in the process of developing, upgrading and restoring reception facilities.

ln light of the above, we regret to inform you that your take charge request is respectfully

denied.

(…)

2. Verweerder heeft de behandeling van de asielaanvraag – kennelijk – aan zich getrokken en heeft de asielaanvraag van eiser op 27 juli 2026 buiten behandeling gesteld omdat eiser op 26 juli 2026 de opvang heeft verlaten en zich niet beschikbaar heeft gehouden voor de asielprocedure. Dit besluit omvat een terugkeerbesluit waarin Ethiopië als land van terugkeer is aangemerkt, een vertrektermijn is onthouden en een inreisverbod met een duur van twee jaar is opgelegd. Eiser heeft – kennelijk – geen beroep ingesteld tegen dit besluit.

3. Eiser is op 17 augustus 2026 in bewaring gesteld om de terugkeer naar Ethiopië voor te bereiden en uit te voeren. Eiser is niet in het bezit van identificerende documenten. Eiser heeft in zijn aanmeldgehoor op 14 januari 2026 verklaard dat hij een Ethiopisch paspoort had en dat hij dat op verzoek van zijn zus, die in Griekenland verblijft, aan een vriend heeft gegeven en deze vriend het paspoort niet heeft teruggegeven. Eiser wist niet waarom hij zijn paspoort moest afgeven en dacht dat hij dit terug zou krijgen. Totdat zijn telefoon kapot ging kon hij deze vriend telefonisch bereiken maar daarna niet meer. Eiser heeft geen poging gedaan om een nieuw paspoort te verkrijgen en heeft ook geen aangifte gedaan van het niet terugkrijgen van zijn paspoort. Eiser heeft in zijn bewaringsgehoor verklaard dat hij nu een paspoort bij de ambassade wil aanvragen omdat hij niet eerder in de gelegenheid is geweest om dit te doen en dat hij er mee instemt om terug te keren naar Ethiopië. In de vertrekgesprekken heeft eiser verklaard dat hij graag naar Griekenland wil om zich bij zijn zus te voegen, waarop de regievoerder heeft uitgelegd dat het hem gelet op zijn verblijfsrechtelijke positie niet is toegestaan om naar Griekenland te reizen en daar te verblijven. Eiser heeft in het vertrekgesprek van 24 augustus 2026 verklaard geen contact te hebben genomen met de ambassade en in het vertrekgesprek van 29 september 2026 verklaard dat hij geen contact heeft opgenomen met het IOM en inmiddels zijn zus niet meer kan bereiken.

4. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de maatregel eerder gecontroleerd. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 31 augustus 2026 (ECLI:NL:RBLIM:2026:9261, niet gepubliceerd) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 25 augustus 2026 dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. De rechtbank beoordeelt in de onderhavige procedure de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring vanaf 25 augustus 2026.

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting van eiser naar Ethiopië en dat ook het zicht op uitzetting ontbreekt. Uit de voortgangsrapportage volgt namelijk dat verweerder sinds het verzenden van de LP aanvraag op 26 augustus 2026 geen contact meer heeft opgenomen met de diplomatieke vertegenwoordiging van Ethiopië.

6. Verweerder heeft in zijn reactie op de berichten van de rechtbank en de beroepsgronden aangegeven dat hij meent voldoende voortvarend te hebben gehandeld en dat zicht op uitzetting in het algemeen en in het geval van eiser niet ontbreekt.

7. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en motiveert dit als volgt.

8. Verweerder heeft weinig voortvarend aan de terugkeer van eiser gewerkt. Uit de M120 en de in de brief gegeven toelichting blijkt dat de DIA op 25 augustus 2026 een LP-aanvraag heeft ingediend bij de Ethiopische autoriteiten, nadat de DT&V de LP-aanvraag op 24 augustus 2026 aan de DIA heeft doen toekomen.. Op de website van de DTV is vermeld dat verweerder bij een LP-aanvraag bij de Ethiopische autoriteiten kopieën van documenten die de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen moet meesturen. Tevens is vermeld dat vreemdelingen die geen (kopie-)document hebben in persoon moeten worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging in Brussel en dat deze vertegenwoordiging niet geautoriseerd is om zelfstandig LP’s af te geven.

9. Verweerder weet dus dat zolang eiser zelf geen contact opneemt met de Ethiopische autoriteiten om een paspoort aan te vragen, de vertrekprocedure een aanzienlijke duur zal hebben. Dit moet reden te meer zijn voor verweerder om voortvarend te handelen. Dat verweerder vertrekgesprekken met eiser voert en deze gesprekken doorgaans als vertrekhandelingen kunnen worden aangemerkt, laat namelijk onverlet dat deze gesprekken, gelet op de proceshouding van eiser, niet tot de terugkeer naar Ethiopië zullen leiden. Team Nationaliteit en Identiteit van de DT&V heeft op 24 augustus 2026 bij de Griekse autoriteiten een kopie van het paspoort van eiser opgevraagd en op 24 september 2026 bij de Griekse autoriteiten gerappelleerd op dit verzoek.

10. De rechtbank overweegt dat niet goed valt in te zien waarom verweerder pas op 7 oktober 2026, na het instellen van een volgberoep en nadat de rechtbank verweerder op 5 oktober 2026 heeft gevraagd of er is gerappelleerd op de LP-aanvraag, rappelleert op de LP-aanvraag. De afgifte van een LP zal namelijk vereist zijn om de terugkeerprocedure af te kunnen ronden en eiser te kunnen verwijderen. De rechtbank ziet ook niet goed in waarom verweerder een maand laat verstrijken voordat wordt gerappelleerd bij de Griekse autoriteiten. De Griekse autoriteiten hebben immers reeds op 8 april 2026 bevestigd dat zij aan eiser een visum hebben verleend en beschikken dus over formele (kopie-)documenten waaruit de nationaliteit en identiteit van eiser blijkt. De rechtbank begrijpt wel dat het rappelleren bij de Ethiopische autoriteiten een grotere kans op een presentatie-mogelijkheid en afgifte van een vervangend reisdocument zal hebben als verweerder een kopie paspoort kan meezenden en dat daarom contact is opgenomen met de Griekse autoriteiten, dit laat echter onverlet dat het tijdsverloop tussen verzenden van de LP-aanvraag en het eerste rappel op deze aanvraag aanzienlijk is en ook niet nader is toegelicht door verweerder.

11. De rechtbank ziet ondanks het tijdsverloop in het vertrekproces onvoldoende aanleiding om op dit moment de maatregel op te heffen. De reden hiervoor is dat eiser geen enkele inspanningen verricht om mee te werken. Eiser heeft recent over een paspoort beschikt op grond waarvan hij een visum om de Unie in te kunnen reizen heeft aangevraagd en verkregen. Dit brengt mee dat het zeer waarschijnlijk is dat de Ethiopische autoriteiten vrij eenvoudig kunnen nagaan of aan eiser een nieuw paspoort kan worden verstrekt als eiser zich tot de autoriteiten wendt. Uit het dossier blijkt dat dit reeds in het bewaringsgehoor met eiser is besproken en hij daags na de oplegging van de maatregel in de gelegenheid zou worden gesteld om de ambassade te bellen. In de vertrekgesprekken verklaart eiser geen contact te hebben opgenomen met de ambassade en met de IOM en vooral vraagt hoe lang de bewaring nog duurt. Verweerder moet ook indien de vreemdeling niet meewerkt aan zijn vertrek en het vertrek daardoor frustreert voortvarend vertrekhandelingen verrichten. De rechtbank zal evenwel nu beslissen dat de voortvarendheid waarmee verweerder aan de terugkeer werkt niet tot opheffing van de maatregel leidt, maar gaat er hierbij van uit dat verweerder op korte termijn wederom contact opneemt met de Griekse autoriteiten om een kopie paspoort van eiser te verkrijgen en gaat er van uit dat verweerder eerder dan na 6 weken nogmaals zal rappelleren bij de Ethiopische autoriteiten en daarbij uitdrukkelijk zal wijzen op de visumverlening door de Griekse autoriteiten waaruit blijkt dat de Griekse autoriteiten hebben vastgesteld dat eiser minder dan een jaar geleden in het bezit was van een door de Ethiopische autoriteiten afgeven paspoort.

12. De voortvarendheid waarmee verweerder aan de terugkeer van eiser werkt leidt niet tot opheffing van de maatregel. De beroepsgrond dat zicht op uitzetting ontbreekt slaagt niet. Uit de informatie op de website van de DT&V blijkt dat zelfstandige terugkeer mogelijk is en dat tevens om afgifte van een LP kan worden verzocht in het geval de vreemdeling niet over een paspoort beschikt en dat zo nodig presentaties in persoon worden gehouden. De rechtbank beschikt niet over informatie waaruit blijkt dat deze informatie niet juist is. Daargelaten dat eiser verplicht is om zelfstandig uitvoering te geven aan het terugkeerbesluit, is eiser ook verplicht om mee te werken aan terugkeer in een gedwongen kader of om vanuit bewaring met de IOM terug te keren. Dit betekent dat eiser vanaf de oplegging van de maatregel (óók) is gehouden om inspanningen te leveren om een paspoort te verkrijgen. Ook anderszins zijn er op dit moment geen indicaties dat de Ethiopische autoriteiten niet meewerken aan de terugkeer van eiser vanuit bewaring en niet zullen overgaan tot de afgifte van een LP, al dan niet na een presentatie van eiser. Ook is niet uitgesloten dat de Griekse autoriteiten alsnog op het verzoek van verweerder zullen reageren, zeker nu omdat verweerder niet langer verzoekt om terugname van eiser maar uitsluitend om de afgifte van een kopie-document.

13. De rechtbank stelt voorts ambtshalve vast dat eiser in de te toetsen periode niet langer in bewaring wordt gehouden dan is toegestaan op grond van richtlijn 2008/115 en de rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft verklaard dat hij een 3 EVRM-schending vreest als hij terugkeert naar Ethiopië en dit blijkt ook niet uit andere informatie. Uit de verklaringen die eiser heeft afgelegd in vertrekgesprekken blijkt niet dat de tenuitvoerlegging van de maatregel inmiddels onevenredig bezwarend is geworden. De regievoerder is dat in deze gesprekken deugdelijk nagegaan en heeft dat ook vermeld in het verslag van het laatst gevoerde vertrekgesprek.

14. De maatregel heeft in de te toetsen periode rechtmatig voortgeduurd zodat er geen aanleiding bestaat om de maatregel op te heffen en eiser in vrijheid te stellen. Gelet op deze beslissing bestaat er ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Damoiseaux, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 8 oktober 2026.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. van Lokven

Griffier

  • mr. D. Damoiseaux

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand