RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.49895
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
(gemachtigde: mr. A. Sloots).
Procesverloop
Eiser heeft op 8 mei 2026 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 augustus 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is aanwezig [persoon]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1996 en de Soedanese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 8 mei 2026 een asielaanvraag in Nederland ingediend.
2. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de AMB-verordening. Op grond van de AMB-verordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser in Kroatië al eerder om internationale bescherming heeft verzocht. Nederland heeft op grond van artikel 13 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2055 aan de Kroatische autoriteiten een kennisgeving van terugname verstuurd. De Kroatische autoriteiten hebben deze kennisgeving op 17 augustus 2026 bevestigd, waarmee de verantwoordelijkheid van Kroatië vaststaat.
4. Eiser voert in beroep tegen het bestreden besluit het volgende aan. Verweerder heeft het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Eiser is niet gehoord en er heeft geen screening plaatsgevonden. Daarnaast heeft verweerder de kwetsbaarheid van eiser op geen enkele wijze beoordeeld. De burgeroorlog in Soedan en de ervaringen van eiser in Kroatië hebben psychische klachten bij hem veroorzaakt. Hij is mishandeld door de Kroatische autoriteiten, hij is gedwongen om zijn vingerafdrukken af te geven en zijn medicijnen zijn hem afgenomen. Er is bij eiser sprake van medische omstandigheden in de zin van het arrest C.K. Verder moet verweerder een nieuw landenrapport van AIDA over Kroatië betrekken bij de besluitvorming.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
5. Niet in het geschil is dat Kroatië op grond van de AMB-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser en dat ten aanzien van Kroatië in beginsel kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Voorbereiding van het besluit
6. De stelling van eiser dat hij niet is gehoord en dat er geen screening heeft plaatsgevonden, waardoor het besluit onzorgvuldig is voorbereid, valt niet binnen de reikwijdte van artikel 43, eerste lid, van de AMB-verordening, waardoor de rechtbank hier niet over kan oordelen. De rechtbank constateert ten overvloede dat verweerder ter zitting heeft verduidelijkt dat er geen screening heeft plaatsgevonden omdat de asielaanvraag van eiser dateert voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact en dat er in het geval van terugname geen gehoor wordt afgenomen. Uit de brief van 14 juli 2026 volgt dat eiser de gelegenheid heeft gekregen om relevante informatie aan verweerder te verstrekken. Ook in de onderhavige procedure bij de rechtbank heeft eiser de gelegenheid gehad zijn bezwaren tegen de overdracht naar Kroatië kenbaar te maken.
Landenrapport AIDA
7. De beroepsgrond van eiser dat naar verwachting binnenkort een nieuw rapport van AIDA over Kroatië verschijnt en dat verweerder dit rapport moet betrekken in de besluitvorming slaagt niet.
8. Het meest recente rapport van de Asylum Information Database (AIDA) over Kroatië is de AIDA Country Report on Croatia: Update on 2025, gepubliceerd in juli 2026 door de European Council on Refugees and Exiles (ECRE).Eiser heeft evenwel niet nader onderbouwd welke informatie dit rapport zou bevatten die van belang is voor de situatie van eiser.
Psychische toestand van eiser
9. Eiser doet een beroep op het arrest C.K. van het Hof van Justitie. Overdracht aan Kroatië levert een reëel en bewezen risico op van een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn medische situatie. Eiser heeft last van psychische klachten, waarvoor hij gesprekken heeft gevoerd met de POH-GGZ en een verpleegkundige, en heeft zijn medisch dossier overgelegd. Eiser is in Kroatië gewelddadig en onmenselijk behandeld en deze ervaringen hebben ernstige gevolgen gehad voor zijn psychische gezondheid. Eiser is daarom angstig om terug te keren naar Kroatië en hij voelt zich daar niet veilig.
10. Verweerder is ter zitting ingegaan op de verklaringen en medische stukken van eiser ten aanzien van zijn psychische toestand. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat overdracht naar Kroatië geen strijd oplevert met het arrest C.K. Uit de verklaringen en de medische stukken volgt immers niet dat door een medisch professional is vastgesteld dat de overdracht van eiser naar Kroatië aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen zal hebben voor de gezondheid van eiser. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
11. De rechtbank betrekt tot slot de ervaringen die eiser stelt te hebben meegemaakt in Kroatië die hebben plaatsgevonden toen hij illegaal Kroatië was ingereisd. Kroatië heeft met de terugnamebevestiging van 17 augustus 2026 bevestigd dat zij eisers asielaanvraag in behandeling zal nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Eiser zal derhalve gereguleerd worden overgedragen op grond van de AMB-verordening.
12. Indien eiser vindt dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt, ligt het op zijn weg om daarover in Kroatië te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de autoriteiten van Kroatië hem niet zouden kunnen of willen helpen.
Conclusie en gevolgen
13. Verweerder heeft, gelet op het voorgaande, de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 7 oktober 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.